Zeal and Ardor :: Devil Is Fine

Een mix van Afro-Amerikaanse slavenliederen, delta blues, elektronica en black metal, het klinkt even van de pot gerukt als Stan Van Samang die de Ultratop binnenkomt met z’n Slayer-cover “Engel Des Doods”. Dat Zeal and Ardor (ofwel Manuel Gagneux) die geflipte genremix bijwijlen echt doet wérken, is zo mogelijk nog verrassender. Nu nog wat vijlen en schaven aan de songs en de sound, en deze satanische spirituals zullen menig ruimdenkende muziekliefhebber met verstomming slaan.

African American spirituals, blues and black metal, het is niet onmiddellijk een aantrekkelijke pitch om platenmaatschappijen te overtuigen, maar het is wel eentje die tot de verbeelding spreekt. Het duurde dan ook niet lang voor Zeal and Ardor hoge ogen gooide op Bandcamp, en ook in ons land verscheen dit eenmansproject van de Amerikaan met Zwitserse roots Manuel Gagneux op de radar van de avontuurlijke muziekliefhebbers. Nu krijgt ’s mans debuut ook een wereldwijde release. Zeal and Ardor mag op het Roadburn Festival in Tilburg proberen om zieltjes te winnen met z’n sound, die de blues uit deDeep South probeert te verzoenen met de black metal uit het Hoge Noorden.

Enkel op basis van het titelnummer van Devil Is Fine zijn we er zeker van dat Gagneux en z’n nieuwe band daarin zullen slagen. Gagneux bezingt de Gehoornde als een huilende wolf, terwijl slavenkettingen ratelen en een black metal riff de poorten van de hel op een kier zet. Wat op papier een idioot curiosum lijkt, is in werkelijkheid een intense, meeslepende song die elk lichaamshaartje doet rechtveren. Deafheaven bewees al dat black metal te kruisen valt met postrock en shoegaze, maar Zeal and Ardor gaat nog een paar stappen verder met deze sound vol contrasten.

Ook “In Ashes” en “Come On Down” klinken met hun blastbeats en screams enerzijds en verweerde blues anderzijds zowel hemels als hels. Eerst ijskoud en dan weer behaaglijk warm, alsof Tv On The Radio en Burzum het op een jammen slaan. Maar Gagneux bewijst dat het nog altijd gekker kan. “Children’s Summon” gooit tegen dat ritualistische brouwsel van stijlen ook nog eens gregoriaanse gezangen aan. Het klinkt allemaal als een grap, maar als het werkt, hoor je een sound die traditionele, behoudsgezinde bands uit de sector van de zware metalen een schop onder de kont verkoopt.

Jammer genoeg werkt lang niet alles op Devil Is Fine. Gagneux vond het ook nog eens nodig om in “Sacrilegium I”, “Sacrilegium II” en “Sacrilegium III” uit te pakken met synthesizerexperimenten en dubstep drops. Het zijn drie nietszeggende elektronische spielereien, die vloeken als een ketter in een kerk met de voldragen songs op de plaat. Ook de productie laat nog te wensen over. Zeal and Ardor was bij het maken van dit album een eenmansproject, en dat hoor je. Als Gagneux een volledige band en een goeie producer rond zich had gehad in plaats van enkel z’n laptop, had Devil Is Fine ongetwijfeld nog veel overrompelender geklonken. Ondertussen trekt Gagneux wel met een volwaardige groep rond, dus dat belooft voor de volgende plaat.

Devil Is Fine lijkt met z’n 25 minuten dus eerder een voorproefje dan het echte debuut van Zeal and Ardor. Je hoort een band die nog zoekende is, maar wel lef, creativiteit en potentieel te over heeft. Als Gagneux z’n ideeën nog wat verder laat rijpen en zich goed omringt, wordt die volgende plaat een bommetje. We zouden er een weddenschap met Satan over sluiten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + vijf =