Borbetomagus :: The Eastcote Studios Session

Borbetomagus is terug, met zijn eerste studioplaat in meer dan een kwarteeuw. Dat betekent dat het trio er zijn tijd voor kon nemen (nu ja, het gebeurde allemaal op één dag), en dat er misschien iets meer mogelijkheden waren qua mixing, maar het blijft Borbetomagus. De goede verstaander weet wat dat betekent.

Eigenlijk krijg je Borbetomagus niet uitgelegd. Ze zeggen dat ook soms over grindcore, death metal en een hele reeks subgenres uit die contreien, maar zelfs voor liefhebbers van die fout begrepen genres is Borbetomagus meestal te veel van het goede. En degenen die het wel kunnen pruimen – omwille van de vrijheid, het geweld, de radicaliteit tout court – geraken er maar niet uit wat het eigenlijk moet voorstellen: noise, vrije improvisatie, verbasterde freejazz of, zoals de Britse muziekjournalist Edwin Pouncey het omschrijft in de liner notes, een spirituele ervaring. Feit is dat Borbetomagus een belevenis blijft. We zagen nooit een band die ons live bruter om de oren veegde. Albums, die je ook best op hoog volume ondergaat, hebben bijna hetzelfde effect. De hoes (een afbeelding van een oor in een explosie van geluid) kon amper meer toepasselijk zijn.

Dat maakt het dan ook een beetje vreemd, maar eigenlijk ook wel heuglijk, dat er een Belg voor nodig was om een documentaire te maken over het legendarische undergroundfenomeen. Filmmaker Jef Mertens werkte de voorbije jaren aan het hoognodige document en ging daarvoor te rade bij collega-muzikanten, fotografen, schrijvers en de band zelf, wat leidde tot A Pollock Of Sound (de trailer, HIER beschikbaar, maakt al snel duidelijk dat de band een onvergelijkbaar status heeft opgebouwd), de film die dit najaar een tiental vertoningen kreeg aan twee kanten van de Atlantische Oceaan, en binnenkort ook op dvd zou verschijnen (nog geen datum bekend).

En nu is er dus een nieuwe studiorelease, droogweg The Eastcote Studios Session. Twee vinylhelften, elk van een minuut of achttien. Naar goede gewoonte zijn het weer furieuze lappen antimuziek geworden. Gitarist Donald Miller zit in het geluidsspectrum ergens in het midden, saxofonisten Jim Sauter en Don Dietrich nemen positie in aan linker- en rechterzijde. Nergens op de A-kant is een geluid te bekennen dat valt te identificeren als een sax. De instrumenten worden onder een perverse laag effecten bedolven, waardoor het lijkt alsof er hier drie geluidsstromen tegelijkertijd op je afgevuurd worden. Stromen met een bijtende aciditeit, verschroeiende intensiteit en withete feedbackfurie. Muziek die beluisterd wordt met een kaken-op-elkaar-grimas.

Noise is altijd te nemen of te laten, en kan een enorme weelde herbergen (weliswaar voor oren die ervoor open staan), maar het feit dat het bij Borbetomagus gaat over een fysieke act – het gaat niet over muzikanten die plaatsnemen achter een scherm, maar die zich met een manische intensiteit blazend en buigend en raggend in het zweet werken– lijkt steeds weer over te slaan op de resultaten, ook al hebben ze vaak meer gemeen met digitale noisesymfonieën dan met een herkenbaar product van metaal, hout en plastic. Soms sputtert de machine even, letterlijk, en lijkt het alsof er een probleem is met een contact. Dat is tijdelijke respijt, want er volgt steeds een terugkeer naar de frontale aanval. Vinyl is dus het ideale medium.

Het verschil tussen A-kant “Dis” en B-kant “Dat” is misschien dat die tweede iets minder digitaal en versnipperd klinkt. Het maakt de B-kant zo mogelijk nog extremer, ook al wordt snel teruggevallen op een muur van feedback. Het is alleszins weer goed voor een overkokende stoofpot van geluid, een onmenselijke, elektrische schreeuw die even verlammend als hypnotiserend werkt. Geen idee of het materiaal in de loop der jaren sterk veranderd is (de sound van de eerste albums was alleszins meer verwant aan de transcendente, schreeuwerige vleugel van de freejazz en vrije improvisatie), maar het is collectieve creatie die zich na bijna veertig jaar nog altijd niet aan banden laat leggen en een ode blijft aan de opwindende, verwoestende mogelijkheden van klank, volume en interactie.

Het album verscheen in een vinyloplage van 500 stuks, met gezeefdrukt artwork.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vijf =