Sleaford Mods :: T.C.R.

De mars opwaarts die Sleaford Mods de voorbije jaren aflegde, lijkt voorlopig nog niet z’n eindbestemming bereikt te hebben. Eerder dit jaar tekende het duo bij Rough Trade en onlangs verscheen daar de compacte EP T.C.R., een voorbode van het volgende album. Dat belooft, opnieuw, een variatie op een bekend thema te worden. Surprise, surprise.

Je moet dan ook al een idioot (of, meer gepast, een fooking wanker) zijn om plotse verschuivingen te verwachten van James Williamson (tekst) en Andrew Fearn (muziek), die hun stijl en imago gestoeld hebben op een minimum aan ideeën. In een wereld die stilaan volledig uit elkaar dreigt te vallen (voorbeelden zijn intussen zeker overbodig?), is Sleaford Mods misschien wel de ultieme punkband. Er is niks om achter te schuilen en de boodschap kan moeilijk nog frontaler uitgespuwd worden, ook al is een tekstvel soms geen overbodige luxe.

Je zou gaan denken dat het duo in dit Brexit-tijdperk extra munitie aangereikt kreeg, maar dat lijkt voorlopig niet echt het geval. Net als de vorige releases gaat ook T.C.R. (genoemd naar Total Control Racing, een racespel uit de jaren zeventig en tachtig dat zich niet afspeelde op een scherm, maar op de huiskamervloer, dat hier symbool staat voor het doelloos in rondjes draaien van het leven) niet enkel over politieke verontwaardiging, maar vooral over maatschappelijke malaise. Doelloosheid, werkloosheid, armoede, de vlucht in alcohol en verveling.

Het is dat verhaal dat (opnieuw) in “T.C.R.” verteld wordt. Terwijl het op gang komt als een bijna stereotiepe Britse popsong uit de 80s, word je meegesleept voor een zoveelste repetitieve trip en ben je vlieg op de muur bij een verhaal van teleurstelling. De obligate verwensingen zijn er nog (het intussen al kapotvermelde “Go and listen to some fucking garage punk, you pointy little tit”), maar het gaat minstens zo sterk over sleur en afgevlakte emoties. Vooruitgeschoven single “I Can Tell” klinkt daarna zo rudimentair dat het robotachtig wordt, wat ook een weerspiegeling krijgt in de koude, mechanische cadans van Williams’ voordracht.

De resterende drie tracks hebben ook geen stijlbreuken in de aanbieding. Het op een grommende bas terende “Dad’s Corner” zou gaan over het leven on the road als artiest, en moet het net als “Britain Thirst” hebben van herhaling en nog eens herhaling. Wel goed dus, dat voor “You’re A Nottshead” het deksel nog eens helemaal van de vitrioolpot gaat. Hier spuwt Williamson weer met de intensiteit en snelheid die je eerder hoorde in “Tied Up In Nottz”.

T.C.R. heeft niet de (relatieve) variatie die vorige EP Tiswas in de aanbieding had, terwijl er ook geen instant klassiekers van het kaliber “Middle Men”, “Tied Up In Nottz”, “Jolly Fucker”, “Jobseeker” of “Bronx In A Six” op staan. Dat hoeft niets te betekenen, maar het valt wel af te wachten of de lat die gelegd werd met Austerity Dogs, Divide And Exit en Key Markets een even straf vervolg krijgt. Het materiaal is voorhanden, nu nog die bijtende verontwaardiging, ziedende energie en die vitale woordeninspiratie blijven aanspreken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 12 =