Banks :: The Altar

Twee jaar geleden bleef Banks met haar debuut Goddess onder de verwachtingen en in de schaduw van FKA twigs, die zich wel naar de perfectie van sensuele melancholie wist te kronkelen. Op tweede album The Altar gooit Banks alle laatste inhoudelijke en productionele ballast overboord. Wat rest is een goudeerlijke, bijwijlen confronterende plaat die het aura van eendagsvlieg zachtjes weghijgt.

Dat bleek al uit de cover die Banks afgelopen zomer bekendmaakte: ontdaan van elk laagje en snuifje make-up, haren gauw bij elkaar gestopt nog voor de eerste tas koffie die ochtend gezet is en vooral een verrassend kwetsbare blik in de ogen die koorddanst tussen zelfbewustzijn en onzekerheid. Er zou wat beleden worden aan het altaar van haar tweede plaat. En zo geschiedt inderdaad. Producers SOHN en Tim Anderson zijn weer van de partij, maar worden door Banks duidelijk strakker aan de ketting gehouden. Ze treedt vocaal en tekstueel veel meer op de voorgrond, elke beat en klank die in de weg loopt is geschrapt. Het resultaat is uitgepuurd en veel consistenter dan Goddess.

Het nadeel van het voordeel: naar een absolute klassekraker als “Waiting Game” (een van dé topnummers van dit decennium, point final) is het vruchteloos zoeken. Maar de kwaliteit van dat ene nummer wordt hier over een hele plaat uitgesmeerd, in plaats van de wisselvallige rit die Banks’ debuut was. “Gemini Feed” begint als een demo op piano (hallo daar, kwetsbaarheid) maar evolueert zachtjes in een tedere wurggreep rond de ex die dacht haar klein te kunnen houden (“Like I’d follow you around like a dog that needs water”). De toon is gezet, want aan haar altaar is er een dunne lijn tussen wrok en gemis, tussen wroeging en seksualiteit. Want even verder klinkt het: “Ode to my two thighs / I still want you to kiss ‘em cause they’re lonely” – wat ze eerder al postte op Twitter met een close-up van haar dijbenen. “Fuck” heeft in het universum van Banks wel degelijk alle betekenissen die de woordenboeken voorhouden: “I fuck with myself more than anybody else” vat The Altar redelijk goed samen.

Het is dus ook een plaat over lust, in alle fasen van schuld en onschuld zoals in het uitdagende “Lovesick”, een opstapje naar de assertievere kant die Banks ook vol overtuiging laat horen. In “Mind Games” durft ze opstaan in een destructieve relatie (“See me now!”), in “Trainwreck” slaat ze aan het rappen en haalt de woede even de bovenhand wanneer ze terugbijt (“Hey, you try to compensate for thinking with your one brain I should decapitate”), luchtiger als in de vintage pop van “This Is Not About Us” klonk ze niet. Het is een welgekomen hap adem op een tot dan betrekkelijk beklemmende plaat, waarop ze een spelletje push-pull speelt die al haar relaties lijkt te kenmerken.

Geen wonder dat ze deze plaat als een therapie ziet, en dat The Altar een permanente dialoog is tussen het gebogen hoofd en de gerechte rug. Op “Weaker Girl” mag de vuist weer even naar omhoog met “You’re mad about the way I grew strong”, in “Mother Earth” komt ze op voor het zelfbewustzijn van alle vrouwen (“Every time you fall, I’ll be holdin’ your head up / And every time you fall, follow me”), terwijl “Judas” wederom een afrekening is met een ex die dacht haar onder de knoet te houden. Haar reactie is er een van collateral damage, waar ook u in de klappen deelt.

Ook muzikaal verbreedt Banks haar horizonten: de sensuele R&B mag halverwege wat uitbundiger, waarbij ze vocaal ook meer registers opentrekt die ze op Goddess nog verborgen hield. Gerijpt als songschrijfster, gegroeid als zangeres. Op “Mother Earth” en de prachtige slotsong “To The Hilt” volstaan strijkers of een meehuilende piano om haar statement te maken. Spaarzaamheid is een verrijking. Hierdoor vallen de als van het debuut getuimelde “Haunt” en “Poltergeist” wat plat – het zorgt voor een vrijgeleide om op die derde plaat het muzikale kleurenpalet nog verder uit te breiden.

En dat is dus een van grote verdiensten van dit The Altar: Banks’ beklemmende, zwoele elektronica krijgt de nodige extra laagjes aangemeten waar ze verder mee aan de slag kan. En daarnaast is The Altar een bijwijlen pijnlijk eerlijke plaat zoals ze in de popwereld nog steeds veel te zelden verschijnt. Popmuziek zoals Banks’ foto op de cover: kwetsbaar, zonder make-up, met sproetjes en schoonheidsvlekjes die de perfectie venijnig uitdagen. Popmuziek met zo’n blik in de ogen overstijgt haar doorsnee houdbaarheidsdatum.

Banks speelt op 24 februari in Trix in Antwerpen. Dat concert is echter al uitverkocht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + 1 =