Biffy Clyro :: Ellipsis

Langharig werkschuw tuig; geen idee of de jongens van Biffy Clyro tegenwoordig nog in hokjes geplaatst worden aan de hand van dat adagium, maar toch kan je moeilijk anders dan beamen dat het imago van de Schotten niet altijd in hun voordeel werkt.

Na de grote doorbraak in 2009 leek het er even op dat het Biffy Clyro voor de wind zou gaan; met Only Revolutions had de band een album afgeleverd dat heel wat Britten melancholisch deed terugdenken aan de glorietijd van de Britpop. Het eenvoudige feit dat het de Schotten haast inspanningsloos lukte om de top van de Britse muziekwereld te bereiken, deed niet alleen wenkbrauwen fronsen, het zorgde meteen ook voor absurde verwachtingen voor zowat al het toekomstige werk.

Opvolgers Opposites en Similarities gingen dan ook als warme broodjes over de toonbank, maar muzikaal lukte het niet om een duidelijke lijn te volgen; dat feit maakt het bijzonder moeilijk om Biffy Clyro als band te typeren. Spaanse gitaren, doedelzakken of banjo’s; de invloeden waarmee de band na Only Revolutions in aanraking kwam, verruimden het geluid van de Schotten zodanig dat je regelmatig het gevoel kreeg dat elke afgewerkte song zonder nadenken op de plaat gepleurd werd.

Ellipsis – ondertussen album nummer zeven – lijkt een duidelijker geheel te presenteren, hoewel de plaat ook hier en daar lijdt onder muzikale besluiteloosheid. Het gros dat Biffy Clyro presenteert, is niet meer dan rechttoe rechtaan potige rock zonder al te veel productioneel opsmukwerk; opener “Wolves Of Winter” is daar het beste voorbeeld van: korte gitaarsalvo’s worden afgewisseld met dissonante stukken die te pas en te onpas worden afgebroken. Daardoor krijgt het nummer onbedoeld het karakter van een brute collage gemaakt door iemand die in het heetst van de strijd vergat dat je ook binnen de lijntjes mag kleuren. “Animal Style” trekt die lijn door en gaat zelfs een versnelling hoger; het knip- en plakwerk uit het openingsnummer wordt meer naar de achtergrond verdreven terwijl de gitarenpartijen nu helemaal domineren. “Friends And Enemies” lijkt het beste van twee werelden te combineren; de korte gitaarsalvo’s die elkaar maar blijven opvolgen worden efficiënt verbonden door makkelijk meezingbare coupletten terwijl op geen enkel moment het tempo naar beneden gaat.

Het eclectische karakter van de band komt aan de hand van “Small Whishes” en “Re-arrange” tevoorschijn, twee trage tracks die wat het midden houden tussen tegelplakker en wiegelied. Twee keer gaat het om aangename nummers die – jammer genoeg – wat verloren gaan tussen het brute geweld dat hen omringt. Naar het einde van het album toe lijkt het tempo wel te gaan liggen en wordt met “Howl” toch een enkele keer gekozen voor een steviger nummer opgebouwd volgens de regels van de kunst; strofe, brug en refrein volgen elkaar netjes op zonder de indruk te wekken dat dit het enige nummer op het album is dat zo meteen de radio op kan.

Het is vreemd dat Biffy Clyro zo consequent van twee walletjes blijft eten; Ellipsis omschrijven als een concrete terugkeer naar het begin gaat niet, maar tegelijkertijd kan je het album onmogelijk afdoen als de zoveelste poging van de band om haast al hun invloeden in een enkele plaat te proppen. Maar goed, niet elk zwalpend schip hoeft te zinken en niet elke band hoeft keer op keer kleur te bekennen; dat belooft alvast voor album nummer acht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vijf =