Flume :: Skin

Ambitie is goed, maar soms is trop gewoon te veel. En Harley Streten oftewel Flume legt de lat wel heel hoog. “I want to make things that sound like nothing else out there”, liet de 24-jarige Australische producer zich ontvallen naar aanleiding van zijn 2e album. Enkel de overtreffende trap telt dus op Skin en dat zorgt voor een roetsjbaanrit die je murw geslagen, maar ook lichtjes misselijk achterlaat.

Het gaat hard voor Flume. Streten’s debuut uit 2012 gooide de deuren open naar festivals als Coachella en Lollapolooza en in een ijl tempo werd de piepjonge Australiër de nieuwe chouchou in dance-land. Er resten dan twee opties: even bezinnen en van de mallemolen springen of gretig meesurfen op die vloedgolf van succes. Flume koos voor het laatste en op z’n nieuwe album gaat de getalenteerde klankbricoleur voor niets minder dan bijbelse grandeur. Het soort fluorescerend maximalisme van Hudson Mohawke en Rustie, maar dan nog oog- en oorverblindender. En met een grotere, flirterige knipoog naar commerciële pop bovendien. Ambitieus, of zeiden we dat al?

Het risico bestaat dat je dan naast je schoenen gaat lopen en dat is exact wat er gebeurt op Skin. Flume wil alles zijn, en dan nog liefst tegelijkertijd. En de nieuwe Aphex Twin én de nieuwe Skrillex. En de popgevoeligheid van Disclosure en het moddervette dansvloervoer van TNGHT. En het warme soulgevoel van Mark Ronson en de digitale, kille waanzin van Andy Stott. Dat levert jammer genoeg vaak onsamenhangende tracks op met een teveel aan ideeën. “Lose It” bv., waarin rapper Vic Mensa het opneemt tegen desoriënterende beats en gezwollen synths. Of het plastieken “Say It”, een zwakke popsong die Flume tevergeefs probeert te pimpen met z’n digitale gereedschapskist.

Nochtans is Streten wel degelijk een begenadigde klanksmid. Zo steekt ie met de diepe subbassen en scheve beats van “Wall Fuck” probleemloos Arca naar de kroon en ook het gebalde “Pika” koppelt experiment aan opwinding à la Oneohtrix Point Never. In “Take A Chance” met Little Dragon pakt Flume dan weer uit met dromerige electropop en in de afsluiter “Tiny Cities” toont ie dat vette trap en de tedere psychedelica van Beck niet hoeven te vloeken. Het zijn allemaal tracks waarin Streten iets meer doseert en niet geforceerd z’n kunstjes demonstreert. Net zoals in de single “Never Be Like You”, waarin de onweerstaanbare zanglijn van Kai op zich al voldoende is om te beklijven.

Jammer genoeg zijn die momenten iets te schaars en overheerst op de rest van Skin jeugdige overmoed. “Numb And Getting Colder” wil een popsong en een nucleaire flipperkast tegelijk zijn, maar het resultaat is enerverende kermismuziek. En ook op de rest van het album hinkstapspringt Flume te veel van de ene stijl naar de andere om te blijven boeien.

En zo is Skin een overdonderend en overweldigend, maar ook een nodeloos opgefokt en soms irritant album. Flume is wel degelijk een talent, maar het ontbreekt hem nog aan focus en coherentie. Daardoor is deze plaat nog niet de schop onder de kont van de dance die Flume wel degelijk in zich heeft, maar eerder een verhaal van hits and misses.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 17 =