James Blake :: The Colour In Anything

Muzikale pechvogel van de maand: James Blake. Twaalf uur na de onverwachte middernachtrelease van zijn derde album, lanceert Radiohead “Daydreaming” met de melding dat hún nieuwe plaat twee dagen later verschijnt. Zo raakte The Colour In Anything al heel snel ondergesneeuwd. En dat is zonde: met z’n derde, pakkende album perfectioneert Blake zijn geluid en vergroot hij de voorsprong op z’n stilaan talloze copycats. Zoals Radiohead met z’n laatste, dus, eigenlijk. Maar laten we voor nu The Colour In Anything eens verdiend uit die schaduw trekken.

“I can’t believe this, you don’t wanna see me / I don’t know how you feel” klinkt het al in de openingsminuut in “Radio Silence”. Dat het een album wordt over miscommunicatie en hoe dat leidt tot vervreemding, ook van elkaar binnen een relatie, wordt dan al duidelijk. The Colour In Anything beschrijft de worsteling van Blake met zijn groeiende status en vooral met de afloop van een pijnlijke liefdesbreuk, waarin een gebrek aan communicatie de afstand tussen hem en haar vergrootte.

“It’s so sad that you’re no longer her” klinkt het zo ook al in “Points”. Door een plaat lang vragen te stellen, weliswaar te laat, stelt hij zich kwetsbaar op. Zoals in “Choose Me”: “Have I been unkind to you? Have I got a cloud in hell of mind?”
“You’re still on my screen every now and then” snikt hij dan weer in “My Willing Heart”. Liefde in tijden van digitale media, heet dat dan. Maar het is dus al te laat. In één van de breekbaarste juweeltjes op de plaat, “Noise Above Our Heads”, kan hij haar alleen nog maar het beste wensen, al is het niet meer dan vanuit zelfbeklag: “I’ll find no peace ‘til I know you, ‘til I wish you well / I’m here when you don’t sleep so well, I hear it every time you fall in love”.

Geen wonder dus dat de oermelancholische “soultronica” waar Blake zich op Overgrown in bekwaamde zich perfect leent tot een plaat als deze. De post-dubstep van Blakes debuut en eerste ep’s laat hij finaal achter zich, terwijl hij en passant soundadepten als Lapsley en SOHN het nakijken geeft. Blake koppelt op onnavolgbare wijze kille geluiden aan warme, bloedmooie melodieën. Zijn songs putten kracht uit herhaling en bepaalde effecten die tegelijk vervreemding en verbinding in de hand werken. Als een soulplaat voor de digitale generatie, waar toetsen vervangen zijn door knoppen, vleugelpiano’s en fotokaders vol herinneringen door schermen.

In songs als “Radio Silence”, “Points”, “Love Me In Whatever Way”, “Timeless” en “Noise Above Our Heads” puurt Blake zijn sound nog verder uit, waarbij ongemeen pakkende zanglijnen de afstand tussen song en luisteraar verkleinen. Door vervormde herhalingen, welgemikte stiltes en soms abrupte reuringen schildert hij de songs met verschillende kleuren. In “f.o.r.e.v.e.r.”, titelnummer “The Colour In Anything” en “Waves Know Shores” heeft hij dat allemaal niet nodig om louter op piano of met spaarzame blazers de kern van ontroering te raken. Enkel op “I Hope My Life” gaat het tempo even naar omhoog, zoals dat bij Overgrown in “Voyeur” het geval was. Kwestie van ontlading tijdens de komende, intense concerten wellicht.

Deelachtig aan deze tour de force is het steeds uitgebreidere adresboekje van Blake. Rick Rubin zal wellicht een paar colleges over uitpuren gegeven hebben, Frank Ocean tokkelde al eens mee op Blakes touch screen (“de pen vasthouden” is hier niet aan de orde, wellicht), Bon Iver kerft liefdespijn tot in het bot op “I Need A Forest Fire”, nog zo’n hoogtepunt. Jammer alleen dat van de samenwerking met Kanye West uiteindelijk niets in huis is gekomen. Op “Take A Fall For Me” met RZA op Overgrown bleek de sound van Blake immers perfect te blenden met hiphop.

Maar echt gemist wordt dat niet: het album is met 17 songs en 76 minuten al meer dan lang genoeg. Wat net de, voorspelbare, achilleshiel van de plaat is. Het is misschien een tegenreactie van Blake op de schrijfkrampen waar hij tijdens de opnames mee af te rekenen had, waardoor hij duchtig aan de weed zat om de muze te tarten. Maar met een vijftal songs minder (“Put That Away And Talk To Me”, “Two Men Down”, “Always”, “Meet You In The Maze”) was dit zonder meer een beklemmend meesterwerk geweest. Wat het nu tussen de mazen van het net ook al is.

Maar misschien is het net daardoor ook een plaat voor deze generatie: stelt u hier zelf uw diepweemoedig buffet uit samen om uw LDVD mee weg te luisteren. Iedereen kan er zijn/haar meesterwerk bijgevolg zelf uit puren. Het is immers een gevoel van alle tijden, en het is bewonderenswaardig hoe Blake er met een sound die als geen ander 2016 is een tijdloze plaat van heeft kunnen maken. Geen wonder dat de illustrator van de prachtige cover Sir Quentin Blake is, die de al even tijdloze boeken van Roald Dahl illustreerde. Met deze plaat sprint James Blake finaal een kloof met het peloton, een steeds kleiner wordende kopgroep tegemoet. Daar moet hij meer kunnen dan wieltjezuigen bij Radiohead, zoals helaas met de release gebeurd is. De tijd corrigeert dat wel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + 14 =