The Field :: The Follower

De speeltijd is voorbij. Net als die van zijn voorganger Cupid’s Head kleurt de hoes van het nieuwe album van The Field gitzwart. Op The Follower serveert deze Zweed een uur lang techno die komt aanwaaien uit de donkerste uithoeken van het universum.

Faut le faire: er in een overbevolkte technoscene toch in slagen om een uniek en herkenbaar geluid te creeëren en er jouw eigen plek mee op te eisen. De Zweed Axel Willner slaagde er een kleine tien jaar geleden in met From Here We Go Sublime, zijn debuutplaat als The Field. Waarmee hij het verschil maakte? Door zijn techno aan te lengen met vele lagen shoegaze en ambient, die hij als doorgewinterde alchemist op haast magische wijze met elkaar versmolt. Repetitie vormde het ultieme bindmiddel. Door de jaren heen hield Willner deze werkwijze aan en zorgde hij voor subtiele variaties, onder meer door het erbij halen van een gitarist of van John Stanier — de vleesgeworden metronoom van Battles — als drummer.

Voor The Follower, inmiddels zijn vijfde album, liet The Field dat bandgegeven voor wat het is en zonderde hij zich opnieuw helemaal alleen af met nieuwe apparatuur. Het album telt zes composities die elk apart makkelijk de tien-minuten-grens overschrijden. Willner keert terug naar de basis, naar de kracht van de herhaling, naar een dansbare en verslavende oerkracht. Het verrassingseffect is wat weg, maar vanaf de stevige titeltrack die het album opent, is het puur genieten van het volmaakte vakmanschap van de Zweed. “Monte Veritá” gaat onverbiddelijk hard tekeer, met hele korte stemfragmenten als microsamples. Dit is muziek waarin je helemaal kan verdwijnen en die jou toelaat de wereld rondom jou even te vergeten.

The Follower is ongetwijfeld de meest lijfelijke plaat van The Field. Wanneer je de ogen sluit, proef je haast het zweet van de plakkerige lichamen die zich dansend rondom jou begeven, opeengepakt in een veel te kleine ruimte. Willner heeft nog in punkbands gespeeld en de intensiteit, kracht en dynamiek van dat genre weet hij nu met zijn elektronische nummers over te brengen; luister maar naar het afmattende “Pink Sun”. Het mag dan ook niet verbazen dat Willner de voorbije weken eerst de liveversies van deze nummers de wereld instuurde, vooraleer hij de studiovarianten loste.

In de laatste drie nummers injecteert The Field een fikse portie geborgenheid en trekt hij richting contemplatieve techno: nog steeds even ritmisch, maar ook rustgevend, zoals de lichtvoetige tandem “Soft Streams” / “Raise The Dead”. Willner is een echte perfectionist, die dit soort subtiele nummers bedrieglijk makkelijk laat klinken. Ook in de afsluiter “Reflecting Lights” eist het meditatieve een hoofdrol op. Het hypnotiserende karakter ervan herinnert aan de eerste, langgerekte elektronische composities in de jaren zeventig. Zo is “Reflecting Lights” het perfecte nummer om ‘s nachts mee over een onverlichte Autobahn te scheuren.

Volgens Willner gaat The Follower over hoe de mensheid steeds opnieuw dezelfde fouten maakt. Dat moet dan toch buiten zichzelf gerekend zijn, gezien hij hier eens te meer een foutloos parcours aflegt. Door zijn herkenbaar geluid helemaal uit te puren, zet The Field zijn voet naast de groten uit het genre zoals daar zijn Robert Hood, Moritz Von Oswald en Juan Atkins. Klasse.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 3 =