10de Biënnale van de Schilderkunst :: De Musea van de Leiestreek

Vorige week zondag openden de drie gerenommeerde en samenwerkende musea: Museum Dhondt-Dhaenens (MDD) in Sint-Martens-Latem, Roger Raveel Museum (RRM) in Zulte en Museum van Deinze en de Leiestreek (MUDEL) in Deinze, officieel hun deuren voor de 10de Biënnale van de Schilderkunst. Het boeiend initiatief ontstond destijds – naar het creatief idee van Vlaams dichter Roland Jooris, eerste conservator van RRM – om de historische link tussen de Leiestreek en de schilderkunst levend te houden.

In de vroege edities lag de nadruk sterk op de dialoog tussen de Latemse scholen, Raveel en de klassieke moderne schilderkunst. Doorheen de jaren evolueerde de biënnale van een ietwat nostalgische, regionale retrospectieve naar een platform voor hedendaagse, (inter)nationale reflectie. Met deze tiende editie claimt het initiatief definitief zijn plek in het hedendaagse kunstlandschap door het canvas los te laten. Hoewel de kracht van de biënnale schuilt in de geografische en inhoudelijke synergie tussen drie musea langs de idyllische Leie, is haar contemporaine intentie heel nobel: de schilderkunst dekoloniseren en bevrijden uit haar strikte materiële en westerse keurslijf.

Ofschoon de drie musea gezamenlijk hun krachten bundelen voor het welslagen van dit jubileum, is het voor het Roger Raveel Museum wel een speciale editie omdat het na anderhalf jaar renovatiewerken, voor het eerst de deuren weer opent en afgelopen zondag door Caroline Gennez (Vooruit), Minister van onder meer Cultuur, werd ingehuldigd.

Twintig jaar zijn inmiddels voorbijgegaan sinds de Biënnale van de Schilderkunst haar eerste bezoekers langs de Leie lokte. Intussen is zij uitgegroeid tot een van de weinige tentoonstellingsprojecten in Vlaanderen die de evolutie van de schilderkunst over een langere termijn zichtbaar maken. Voor deze tiende uitgave vermijden de curatoren gelukkig de val waarin veel jubileumtentoonstellingen terechtkomen. Er is geen nostalgische terugblik op twintig jaar schilderkunst en evenmin een canoniserend overzicht van gevestigde namen, maar vertrekt men van de reeds aangehaalde fundamentele vraag die vandaag de schilderkunst wereldwijd bezighoudt: wat blijft er van het schilderij over wanneer het zijn traditionele drager verlaat? Rond dit gedeelde en interessante onderzoek ontwikkelt elk museum een eigenzinnige tentoonstelling, voortvloeiend uit zijn eigen DNA.

MDD – Museum Dhondt-Dhaenens

Beeld:MMD

Museum Dhondt-Dhaenens, dat zich de voorbije jaren heeft ontwikkeld tot een van de meest consequente plekken voor hedendaagse kunst in Vlaanderen, vertrekt vanuit het idee dat schilderkunst zich niet langer laat reduceren tot pigment op doek. Onder leiding van gastcurator Anne Pontégnie verschuift de aandacht naar kunstenaars die schilderkunst denken via textiel, keramiek, glas, sculptuur en andere materialen. Daarmee sluit de tentoonstelling aan bij een internationale tendens waarin het schilderkundige niet langer uitsluitend wordt bepaald door techniek, maar door een manier van kijken, construeren en organiseren van kleur, ritme en oppervlak. Die benadering is overtuigend omdat zij de historische ontwikkeling van de schilderkunst ernstig neemt. Wie vandaag nog steeds uitsluitend het platte doek als norm hanteert, miskent immers zestig jaar artistieke evolutie.
Een opvallend werk binnen deze context is beslist “Strata XII” van de Colombiaanse kunstenaar Olga de Amaral die voor de Exposition Générale in de Fondation Cartier pour l’art Contemporain in Parijs ook instond voor het indrukwekkende werk “Muro en Rojos.” Met haar baanbrekende praktijk heeft ze de grenzen tussen textiel, schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur hertekend. “Strata XII” is volledig in linnenvezel en afgewerkt met gesso en vervolgens bedekt met goud. De Amarals gebruik van edelmetalen om glinsterende, abstracte en getextureerde oppervlakken te creëren, is geworteld in het rituele gebruik van deze metalen in pre-Spaanse en precolumbiaanse culturen.
Ook “Five Conversations” van de in Zanzibar geboren, Lubaina Himid, is opvallend en markant.  Het muurvullende werk toont abstracte, figuratieve en stijlvolle portretten van alledaagse vrouwen, geschilderd op gerecupereerde deuren. Hun silhouetten stappen de ruime en overwegend witte tentoonstellingsruimte binnen en lijken met elkaar in gesprek te gaan, verwijzend naar de straat als een theatraal podium. Het heldere, lumineuze kleurenpalet benadrukt de diversiteit en solidariteit tussen vrouwen die vaak verzwegen geschiedenissen en culturele momenten in zich dragen.

MUDEL – Museum van Deinze en de Leiestreek

Een heel andere benadering vinden we in het MUDEL in Deinze. Daar vormt de rijke geschiedenis van de Leiestreek geen decor, maar een kritisch vertrekpunt. Het museum, dat diepgeworteld is in de traditie van het Vlaams expressionisme en de luministen, confronteert zijn historische collectie met kunstenaars die schilderkunst benaderen als een hybride praktijk waarin object, installatie en ruimte elkaar voortdurend beïnvloeden. Daardoor ontstaat een fascinerende dialoog tussen verleden en heden. De schaduw van Gustave De Smet, Frits Van den Berghe en Jozef Cantré blijft voelbaar, maar wordt nergens als verstikkende erfenis opgevoerd. Integendeel, juist doordat hedendaagse kunstenaars die traditie niet illustreren maar ondervragen, krijgt de geschiedenis opnieuw actualiteit.

Er wordt in deze cross-overs inventief ingespeeld op de nieuwe mogelijkheden die andere technieken bieden. Curator Wim Lammertijn selecteerde werk van een brede groep kunstenaars die laveert tussen grafiek, sculptuur, textiel, schilderkunst, conceptuele kunst en installaties.

Beeld: MUDEL

De performance onder de titel “Akanari” van de Spaans-Belgische kunstenares Nayra Martin Reyes, is beslist een unieke troefkaart binnen het MUDEL. In haar performance bevindt Reyes zich in een volière met tientallen bijzonder kleurrijke kanaries. Haar strakke naakte lichaam is volledig ingesmeerd met honing en zaden. De vogels huppelen en pikken op haar omdat zij zich op die manier openstelt als voedsel, rustplaats en een niet-bedreigend territorium. Reyes verwijst naar de geschiedenis van de kanarie, die sinds eeuwen onderwerp is van menselijke domesticatie en selectie. Reyes geeft bewust kritiek op de herprogrammering van menselijke en niet-menselijke levende wezens. Een visueel bewonderenswaardig en inhoudelijk sterk staaltje van contemporaine kunst.

Treffend is eveneens de reeks monumentale schilderijen van de snel rijzende jonge interdisciplinaire Amerikaanse kunstenares Abigail Tulis die bekendstaat om haar gelaagde beeldtaal waarin schilderkunst, beeldhouwkunst en persoonlijke mythologie samenkomen. Ze groeide op in de Bible Belt van Tennessee, maar woont sedert enkele jaren in kasteel Rooigem nabij Brugge. Deze oase is de antipode van drukke steden zoals New York en Utrecht waar ze voorheen woonde en werkte. Ze toont hier voor het eerst haar volledige reeks van imponerende schilderijen die ze maakte rondom het romantische gedicht “The Lady of Shalott,” dat tegelijk fungeert als een reflectie op haar eigen jeugd in Tennessee en haar strikte opvoeding. Het zijn kleurvolle, overweldigende en verbazende composities die eros en thanatos ademen en verwijzen naar de legende van King Arthur. Imponerend.

Antipodisch aan de cyclus van Tulis zijn de intussen zeker gekende doch nog altijd even krachtige ontwerpen van ROA, wel eens de Belgische Banksy genoemd, één van de meest bekende streetart-kunstenaars, die zijn murals op alle continenten etaleert. Ook in deze expo vormen dieren het onderwerp en belicht hij de kwetsbare rol die ze hebben in het complexe ecologische systeem en de maatschappij. Vormelijk is het heel kenmerkend dat zijn ontwerpen steeds rekening houden met de vorm van de architectuur. ‘Zijn’ dieren worden steeds in hun geheel weergegeven, maar volgen de contouren van het gebouw, ramen en deuren worden telkens functioneel ingewerkt. Hoewel ROA de confrontatie met de museale context prikkelt, balanceert zijn bijdrage op het randje van een publiekstrekker die thematisch minder scherp aansluit bij de structurele deconstructie van het schildersmedium die elders op de biënnale wél wordt bereikt.

Ter gelegenheid van de Biënnale – en meteen ook een duurzaam collectiestuk voor het MUDEL, is de verbluffende eyecatcher “Leie Stilleven” aangebracht op een van de buitenmuren van het museum. Ook in deze nature morte neemt ROA het op voor dieren die we dreigen te vergeten: de opportunistische kauw, de vissende reiger, de snoekbaars die jaagt of bejaagd wordt en het konijn dat in Deinze het onderspit delft voor de kip.

RRM – Roger Raveel Museum

Het Roger Raveel Museum in Machelen-aan-de-Leie kiest opnieuw voor een eigen accent. Dat is nauwelijks verrassend. Raveel zelf heeft tijdens zijn hele carrière de grenzen tussen schilderij, object en architectuur verkend. Zijn werk vormt daardoor bijna vanzelf een historische schakel tussen de modernistische schilderkunst en de postmediale kunstpraktijken van vandaag. Door hedendaagse kunstenaars kamers en interventies te laten ontwikkelen die in dialoog treden met de vaste collectie, wordt Raveel niet gepresenteerd als een monument uit het verleden, maar als een kunstenaar die nog steeds vragen stelt aan een nieuwe generatie.

Curator Melanie Deboutte onderstreept dat de collectietentoonstelling een bewuste hommage is aan de Vlaamse dichter Roland Jooris, tevens de eerste conservator van het Roger Raveel Museum. De collectie van de Biënnale vertrekt vanuit het kijken zelf: schilderkunst verschijnt als een dynamisch samenspel van taal, textuur, formaat en ruimtelijkheid. In negen kunstenaarskamers hangen werken uit de eigen collectie die in dialoog treden met hedendaagse kunstenaars.

Het interessante aan deze opstelling is dat zij de invloed van Raveel niet letterlijk zoekt in stijl of iconografie. De hedendaagse kunstenaars citeren hem niet. Zij nemen veeleer zijn onderzoek naar ruimte, waarneming en werkelijkheid als vertrekpunt voor nieuwe beelden. Daardoor ontstaat een subtiel gesprek tussen generaties dat veel rijker is dan een eenvoudige hommage.

Anne-Mie Van Kerckhovens speciaal gecreëerde installatie voor deze jubileumeditie is opgebouwd uit grootse beelden op maat van de ruimte en meer objectmatige bestaande werken. Haar kunstwerken kunnen worden gelezen als een metafoor voor haar eigenzinnige artistieke praktijk: een ‘mind map’ waarin beelden, ideeën en referenties circuleren zonder zich tot één betekenis te reduceren, een mentaal landschap vormgegeven door versmeltende associaties. Het kunstwerk is een veld waarin kijken, weten en interpreteren onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

Tot slot vermelden we nog de bijdrage van de Nederlandse beeldende kunstenares, filmmaker en fotografe Katja Mater die afwisselend in Amsterdam en Brussel woont. Haar werk bevindt zich op het snijvlak van fotografie, experimentele film, tekening, performance en installatiekunst. Ze behoort tot een generatie kunstenaars die fotografie niet zozeer gebruikt om de werkelijkheid af te beelden, maar om de grenzen van het medium zelf te onderzoeken. Belangrijk is zeker dat Mater de ultieme rode draad vormt van deze editie. Met haar in situ installatie “While I Have You” onderzoekt ze hoe onze hersenen twee beelden in stereokijkers versmelten tot diepte. Door zonnewijzermotto’s en taal te integreren, creëert ze een verschuivend memento mori. Haar werk is een schot in de roos: het toont aan dat schilderen niet over verf gaat, maar over de constructie van de blik. Bovendien is zij de enige ‘deelnemer’ die in alle drie de musea te zien is met haar belangwekkend werk.

Wat deze Biënnale vooral onderscheidt van vele andere groepstentoonstellingen is haar curatoriële discipline, intellectuele en visuele hoogwaardigheid en dat ze het bewijs levert dat het medium allerminst is uitgeput. Wie dus op zoek is naar traditionele olieverf op linnen zal gedesillusioneerd huiswaarts keren, maar dat is ook de winst van deze expo.

De biënnale bewijst dat schilderkunst in 2026 een attitude is, eerder dan een ambachtelijke discipline, want ondanks de grote diversiteit aan kunstenaars blijft het centrale uitgangspunt helder. Dat is geen vanzelfsprekendheid.

Internationale overzichtstentoonstellingen bezwijken steeds vaker onder de drang om zoveel mogelijk maatschappelijke thema’s tegelijk te behandelen. Hier blijft de aandacht consequent gericht op één fundamentele artistieke vraag: hoe functioneert schilderkunst vandaag? Een definitief antwoord wordt niet gegeven, maar er wordt wel getoond dat het stellen van die vraag nog altijd noodzakelijk is. Dat is ongetwijfeld de grootste verdienste na twintig jaar musea-synergie. Een tentoonstelling die de grenzen van een medium onderzoekt zonder de geschiedenis ervan uit het oog te verliezen, verdient meer dan een vluchtig bezoek. Zij vraagt tijd, aandacht en de bereidheid om vertrouwde categorieën los te laten. Wie die inspanning wil leveren, ontdekt langs de Leie geen triomftocht van de schilderkunst, maar een overtuigend pleidooi voor haar blijvende vermogen zich telkens opnieuw uit te vinden.

Trouwens de durf om de regio- en mediumgrenzen zo radicaal te overstijgen, verdient stevig applaus.

De 10de Biënnale van de Schilderkunst – loopt nog tot 18 oktober 2026.

De tentoonstellingen zijn te zien in de musea Museum Dhondt-Dhaenens (MDD) Museumlaan 14 in 8831 Sint-Martens-Latem, Deurle – Roger Raveel Museum (RRM) Gildestraat 2 – 8 in 9870 Machelen, Zulte – Museum van Deinze en de Leiestreek (MUDEL) L. Matthyslaan 3 – 5 in 9800 Deinze. Dagelijks open van dinsdag tot zondag van 10u tot 17u, behalve MUDEL dat telkens opent vanaf 11u. Meer info via de website van de drie musea.

recent

verwant

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in