The Field :: Cupid’s Head

Je kunt er je klok op gelijk zetten: om de twee jaar komt The Field, het eenmansproject van de Zweed Axel Willner, met een nieuwe plaat aanzetten. Hierop vormen zijn emblematische technoklanken vol hypnotiserende loops steeds de basis. De verdere invulling durft hij al eens wijzigen.

Naar eigen zeggen had Willner in de aanloop naar deze plaat af te rekenen met een Writer’s block. De inspiratie was op en de man zocht naar een uitdaging om het voor zichzelf — en ongetwijfeld ook voor de luisteraar — interessant te houden. De opties pophits samplen tot ze onherkenbaar werden of er sessiemuzikanten bij betrekken, had hij al gelicht. Dus besloot Willner ditmaal om alle computers te weren tijdens het opnameproces en enkel met hardware aan de slag te gaan. Plots was daar een eerste nummer (“No, No …”), en de overige tracks die zouden leiden tot Cupid’s Head, volgden in sneltempo. Het verschil in klank valt echter nauwelijks waar te nemen; nog steeds zijn de bezwerende, pulserende ritmepatronen aan zet. Het geheel klinkt wel wat krachtiger en iets organischer.

In tegenstelling tot zijn laatste platen, waarop hij al eens wat volk in de studio uitnodigde, nam Willner Cupid’s Head in zijn eentje op. Dit gaf hem vrij spel, alsook volledige controle over het eindresultaat. Het repetitieve karakter van de tracks laat bij een snelle beluistering de indruk na dat er weinig gebeurt, maar dat is slechts schijn. Want een nummer klinkt op het einde van de rit vaak helemaal anders dan aan het begin. Neem nu de opener “They Won’t See Me”, dat aanvangt met een vredige, vervormde twanggitaar maar al snel gedomineerd wordt door vele ritmische lagen, diepe bassen en stemflarden, en finaal uitgroeit tot een gevaarlijk monster, hongerig naar noise en agressie.

Pas bij een beluistering onder de koptelefoon hoor je wat voor een diepgang Willner wist te creëren door het stevige geluid heen. Een nummer als “No, No…” vertoont in dat opzicht meer gelijkenissen met My Bloody Valentine dan met eender welke technoproducer. Net als bij de shoegazepioniers draait Cupid’s Head om hypnose, om zich vastbijten en vervolgens niet meer los te laten. Zo is dit ongetwijfeld het meest donkere album van The Field. Letterlijk, want voor het eerst is de hoes geen wit kleurenvlak maar een zwart. Maar zeker ook figuurlijk; het tempo ligt al eens wat lager en de drones vreten zichzelf in, zoals tijdens afsluiter “20 Seconds Of Affection”.

Echt verrassen doet The Field evenwel al een poos niet meer. Daarvoor wijkt Axel Willner te weinig af van het pad dat hij uittekende met zijn debuut From Here We Go Sublime. Maar de subtiele veranderingen volstaan om het spannend te houden, zonder aan de kwaliteit te raken. En dat is nog steeds wat telt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + 12 =