Brian Fallon :: Pain Killers

Juni 2008. In Gent wordt een jongen met een gebroken hart door vrienden met een goede smaak meegesleurd naar een kelder met een podium. Het twintigkoppige publiek staart in stilte naar de tv boven de bar, want het EK is bezig. En dan begint de show en de wereld is nooit meer dezelfde.

Maart 2016. In Roeselare ontvangt een jongen met een gebroken hart een cd met nieuwe liedjes van een zanger met een gitaar. Diezelfde zanger van acht jaar eerder, toen met The Gaslight Anthem, nu solo. “Every heart I held in between / they were pain killers to me”, zingt hij in het titelnummer, en de wereld is weer helemaal dezelfde.

Brian Fallon is geen fenomenale zanger, geen briljante muzikale vernieuwer en geen technische virtuoos op de gitaar. Brian Fallon is bij momenten bovendien behoorlijk sentimenteel, wat vast niet iedereens meug is. Maar wat Brian Fallon vooral is: eerlijk, herkenbaar en scherp. Of het nu met de punks van The Gaslight Anthem is, met de rootsy arrangementen van The Horrible Crowes of solo, keer op keer slaagt hij erin oude wonden open te halen. De ene keer om ze properder te laten genezen, de andere keer gewoon omdat het jeukte en hij moest krabben.

De stevige opener “Wonderful Life” zet de boel al meteen in lichterlaaie: “I want a life on fire / Going mad with desire / I don’t want to survive / I want a wonderful life”. Die grotere emoties, dat rijker leven en dat grote méér zoekt Fallon steevast in het verleden – een verleden van bars, lange autoritten, verloren liefdes, troostende drank en oude muziek. Zo zingt hij in “Long Drives”: “Last night I remembered being seventeen / I met a girl with a taste for the world and whiskey and Rites of Spring / Spent every night with cassettes that she liked / In a car that I borrowed a lot”, en in afsluiter “Open All Night”: “You know I used to know you / back when local bars and broken hearts were home”.

Gezien het verleden tot nader order onbereikbaar is, wendt Fallon zich ook geregeld tot the next best thing: de popcultuur van weleer. In “Wonderful Life” zingt hij “Don’t you want a life like we saw on the picture show?”, en her en der worden ook concretere referenties gedropt. De aandachtige luisteraar vindt naast de namen Marianne Faithful en Steve McQueen ook titels van John Coltrane en Leonard Cohen terug.

Maar wanneer ook cultuur geen soelaas brengt, dan wordt het écht donker. Zingt Fallon in de up tempo punksong “Rosemary” nog “I’m just so tired of the empty sheets I sleep beside”, in het daarop volgende countrynummer “Red Lights” heeft hij de oplossing gevonden: “Yes I will take those / whatever else they feed me / if it stops the nightmares / it probably won’t kill me”.

Maar het mooiste en sterkste aan Fallons teksten is nog steeds het besef dat verlies en melancholie er nu eenmaal bij horen als je écht dat rijkere leven met die grotere emoties wilt, en dat je het verdriet dus maar beter, desnoods met een wrange glimlach, kunt omhelzen: “Hey, hey little Tommy gun /
I guess we’re never gonna end up the lucky ones / If I never see you again / Have a round on me love, hallelujah, nobody wins”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 4 =