Logan Richardson :: Shift

Blue Note is nog steeds een van dé referenties binnen het jazzwereldje. Door een plaat uit te brengen op het legendarische label plaats men zichzelf in een rijtje met onder meer John Coltrane, Wayne Shorter en Herbie Hancock, op voorwaarde dat het resultaat navenant is uiteraard. Met een monsterband als die van altsaxofonist Logan Richardson kan dat normaal gezien moeilijk mislopen.

Toegegeven, Blue Note is vandaag lang niet meer zo cutting edge als in de jaren ’50 en ’60, toen er zowat maandelijks een jazzklassieker aan de catalogus werd toegevoegd. Het mag bij het label tegenwoordig allemaal wat breder gaan, wat gezapiger ook, waardoor Joe Lovano en Charles Lloyd zich plots in het gezelschap bevinden van popsterren als Annie Lennox en Jamie Cullum. Toch steekt de Amerikaanse platenmaatschappij nog af en toe haar nek uit voor een jonge en talentvolle muzikant, zoals het recent deed voor trompettist Ambrose Akinmusire en pianist Robert Glasper. Dat het nu de beurt is aan Richardson komt niet geheel als een verrassing. De saxofonist bewoog zich al een tijdje in de hogere jazzkringen en was al te horen in het gezelschap van Greg Osby, Billy Hart, Yaron Herman en Joe Chambers. De band die hij voor zijn Blue Note-debuut Shift samenstelde sluit daar niet zomaar bij aan, ze doet er qua ambitie nog een aardige schep bovenop.

De platen waarop de 61-jarige Pat Metheny als sideman fungeert zijn bij wijze van spreken op een hand te tellen. Het is daarom erg uitzonderlijk om deze gerenommeerde jazzgitarist aan te treffen “in dienst van”, op een album van een nog weinig bekende 35-jarige saxofonist. Maar ons hoor je niet klagen, want Metheny klonk in recente tijden zelden zo scherp en laat zich op sommige momenten zelfs verleiden tot een heerlijk wilde uithaal (zoals in “Slow”). Ook met pianist Jason Moran heeft Richardson een stevige troefkaart in handen, eentje die zelf al een reeks uitstekende platen voor Blue Note afleverde en iemand die zonder twijfel als een van de interessantste pianisten van het afgelopen decennium kan worden beschouwd. Tel daar nog de meesterlijke drummer Nasheet Waits en bassist Hagish Raghavan bij op, en je kan stilletjes van een droomband spreken.

Wat het repertoire betreft, is het wel even schrikken wanneer binnen de eigen stukken ook plots “Locked Out Of Heaven” van Bruno Mars blijkt te staan. Iets met een tang en een varken, denken we dan, maar voorgekauwde popmuziek verandert in de handen van een talentvolle jazzmuzikant wel vaker tot iets interessants, dus wie weet. Het is alleszins een heel aparte bewerking, waarbij gitaar en altsax strofen en refrein traag voortstuwen, terwijl ze slechts impliciet blijk geven van een connectie met de ritmesectie. De slepende en lyrische lijnen die Richardson hier laat weerklinken, verraden zijn affiniteit met de meer soulvolle jazz, terwijl er dankzij het veelvuldige gebruik van reverb en delay ook echo’s van het ascetische werk uit Scandinavië in weerklinken – al zal de ijle sound van Metheny daar ongetwijfeld ook een rol in spelen.

Richardson scoort voornamelijk met zijn eigen composities, waaronder opener “Mind Free”, een bochtig werk waarin het majestueuze thema verbanden legt over de maatsoorten heen. Ook het soms naar hiphop neigende “Creeper” weet een gevoelige snaar te raken en inspireert de groep bovendien tot een collectieve glansprestatie. Zo zorgt niet alleen het hobbelende Fender Rhodes-werk van Moran voor geladen solo’s van Richardson en Metheny, maar doet ook het dynamische haasje over-spel van Waits en Raghavan – die van het ene ritme naar het andere springen – een serieuze duit in het zakje. De saxofonist zorgt op zijn beurt voor een lekker nonchalante toets, door op sommige momenten voor een sterke offbeat-frasering te kiezen.

Het pathos druipt er op sommige momenten wel vanaf en dat kan wel eens een afknapper zijn. Zo is de ballad “Alone” geen spek voor ieders bek – ondanks het erg subtiele begeleidingswerk – want Richardson en Metheny kiezen voor trage en breekbare lijnen en blijven daarbij bewust wat hangen in een soort dromerige suggestie. Het is een beetje tekenend voor het tweede deel van de plaat, dat het hoge niveau en de spanning die gedurende meer dan een half uur werd opgebouwd, niet altijd kan aanhouden. Het kabbelt allemaal iets te veel, terwijl er voordien meer mocht bruisen en sprankelen, zoals in het geweldige “In Your Next Life”, waar piano, bas en drums er een geweldig intense strijd van maken.

Gelukkig zorgt “Dream Weaver” naar het einde toe voor een nieuwe opflakkering en smelt ons scepticisme als sneeuw voor de zon. Shift blijkt bovendien nog te groeien bij elke luisterbeurt, waardoor stiekem duidelijk wordt dat dit toch een verduiveld goed plaatje is. Ze zijn het bij Blue Note duidelijk nog niet verleerd.

Blue Note-protégé Logan Richardson is op zaterdag 16 april te horen in de Hnita-hoeve, samen met John Escreet (piano), Nir Felder (gitaar), Max Mucha (bas) en Tommy Crane (drums). Tickets via Hnita-Jazz.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 4 =