Nate Wooley :: (Dance To) The Early Music + Battle Pieces

Af en toe kost het wat inspanning om Nate Wooley bij te houden. Niet dat de Amerikaanse trompettist zo uitzonderlijk veel releases uitspuwt – en van onze bankrekening mag dat zo nog even blijven – maar zijn opeenvolgende projecten zijn meestal amper of niet met elkaar te vergelijken. (Dance To) The Early Music en Battle Pieces zijn opnieuw heel verschillende toevoegingen aan de discografie van een van onze favoriete hedendaagse trompettisten.

(Dance To) The Early Music

Op zijn meest recente plaat voor het Clean Feed-label komt Wooley met een behoorlijke verrassing op de proppen. (Dance To) The Early Music bevat namelijk bijna uitsluitend muziek van Wynton Marsalis, de Amerikaanse trompettist die de ietwat vrijere jazz en avant-garde meer dan eens openlijk heeft verketterd. Sommigen noemen de bekendste telg van de Marsalis-familie conservatief, anderen botweg reactionair, want als het voor de artistiek directeur van Jazz At Lincoln Center niet voldoende swingt, dan trek je er volgens hem beter een streep door. Toch heeft de man niet altijd zo’n extreem behoudsgezinde reflex gehad, want in de jaren ’80 maakte hij met onder meer Black Codes, Wynton Marsalis en J Mood enkele straffe en vrij moderne jazzplaten. Wooley was in zijn tienerjaren naar eigen zeggen ondersteboven van die muziek en wil met (Dance To) The Early Music een poging doen om dat gevoel van opwinding terug op te wekken.

Die opdracht lijkt wel gesneden koek voor Wooleys kwintet – zeg maar zijn meest “jazzy” groep – die hij in de liner notes als zijn “pet project” omschrijft. Josh Sinton (basklarinet), Matt Moran (vibrafoon), Eivind Opsvik (bas) en Harris Eisenstadt (drums) fileren het Marsalis-repertoire (naast drie eigen composities) op sommige momenten tot op het bot. Desondanks is het respect voor het originele materiaal groot en van iconoclasme is dus zeker geen sprake – hoewel Marsalis zelf daar waarschijnlijk een andere mening over zal koesteren. Het kwintet gebruikt soms maar een deel van de oorspronkelijke compositie of parafraseert naar eigen smaak. De negen minuten van “Phryzzinian Man” worden bijvoorbeeld voor een groot stuk volgemaakt met slechts een motief (gespeeld door Sinton) waarbij de rest voor bijdragen en inkleuringen zorgt op de meest uiteenlopende wijzen.

Wanneer de groep in een zeldzaam geval een compositie frontaal benadert, valt het op hoezeer het nog steeds haar stempel kan drukken als uitvoerder. De oorspronkelijk nogal gemakzuchtige swing van “For Wee Folks” (een van die charmante deuntjes van Black Codes die meteen onder de huid kruipen) wordt ingewisseld voor een potige groove en een spanning die wordt vastgehouden door het zenuwenwerk van Opsvik op contrabas. Het tempo wordt de hoogte in gejaagd en de solisten gaan lekker brutaal te werk, net zoals in het “Hesitation”, waar Wooley en Sinton door elkaar worden geschud door een gewelddadige ritmesectie.

De drie eigen composities versmelten mooi met het werk van Marsalis. In een geval zelfs letterlijk, want “Hesitation” krijgt dankzij Wooley nog een mooi dromerig staartje met het lichtjes bizarre “Post-Hesitation”. In “Blues”, een duet tussen trompettist en bassist, komen Wooleys technische en expressieve vaardigheden samen in een vrij aanvoelende jazzballad met een bloedmooi slot. We hebben Wooley eigenlijk zelden zo dicht tegen de jazztraditie weten aanleunen, zelfs niet met zijn kwintet.

Battle Pieces

Op de kwartetplaat Battle Pieces is er van jazz amper een spoor te bekennen. De grooves en thema’s maken plaats voor alweer een nieuw concept waarin Wooley compositie en improvisatie combineert. De vier zogenaamde battle pieces op deze plaat worden door de trompettist omschreven als composities voor trio en improviserend solist, waarbij elke muzikant een stuk krijgt toegewezen in die laatste rol. Daarnaast zijn er ook enkele kortere tape deconstructions, waar de focus ligt op fragmenten en sequenties uit de battle pieces, die worden herhaald alsof het een tapeloop betreft.

Wooley stelde hiervoor een vijfsterrenensemble samen, met Ingrid Laubrock (saxen), Sylvie Courvoisier (piano) en opnieuw Matt Moran (vibrafoon). Zonder bas en drums dus, wat uiteraard een invloed heeft op de textuur van het groepsgeluid. De bijna totale afwezigheid van het lage register zorgt voor een gevoel van ruimte en fragiliteit waarin details aan belang winnen. En dat beseft het kwartet maar al te goed.

De battle pieces worden telkens afgetrapt met een minutenlange improvisatie van de uitgekozen solist. Wooley balt in zijn stuk een hoop uiteenlopende ideeën samen en tovert een waar spectrum aan klankkleuren uit zijn instrument, verrijkt met een stukje multiphonics. De rest van de groep doet haar intrede door klankgewijs voorzichtig aan te sluiten. Zo ontstaat er een akelig mooie “harmonie” wanneer Laubrock, Courvoisier en Moran haast ongemerkt inschuiven, wat al vroeg op de plaat voor een eerste kippenvelmoment zorgt.

Laubrock gaat op haar beurt de brutale toer op en spuwt fragmentarische lijnen tenorsax in het rond, tot Courvoisier en Moran een cirkelend motief beginnen te spelen – hetzelfde motief dat later in een van de tape deconstructions zal terugkeren. Wooley blijft hier lange tijd afwezig terwijl piano en vibrafoon het muzikale patroon op een groteske manier uit elkaar trekken met een bitsig blazende Laubrock als tegenstem. Pas wanneer het gezelschap zich terug als een eenheid gaat gedragen komt Wooley aansluiten, mee in de opwaartse cadans.

Zo gaat elk stuk na de inleiding van haar solist telkens een heel eigen richting uit. Maar dat is net zozeer het geval voor de tape deconstructions, die ondanks het collageachtige karakter toch telkens een coherent verhaal brengen. Hoe kan het ook anders met zo’n geweldige band, die op Battle Pieces af en toe de perfectie lijkt te benaderen.

Nate Wooley komt met Battle Pieces op maandag 25 januari langs in Gent Jazz Club, in het Belfort Stadscafé. Een uitzonderlijke gelegenheid om deze geweldige band aan het werk te zien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + 16 =