Protection Patrol Pinkerton :: Good Music, Beautiful People

Een popplaat om verliefd op te worden, een band om festivals af te sluiten.

Simpel maar goed. Helaas hoort een recensie iets langer te zijn dan drie woorden, maar dat is wel de essentie van Good Music, Beautiful People. Goed is zelfs een understatement. Protection Patrol Pinkerton heeft misschien wel de beste vaderlandsche plaat van het jaar gemaakt. Daar, nu staat het geschreven. Dat wordt niet meer teruggenomen, met of zonder kasticketje.

De eenvoud is natuurlijk maar een slimme streek: het vijftal heeft zich stiekem — in amper twee platen tijd — de kunst van de perfecte popsong meester gemaakt. De composities zijn strak als Beatleshits: geen strofe te veel of te weinig, niets te lang of te kort, alles op de juiste plaats. Hetzelfde geldt voor de arrangementen. Een drummer die weet waar de sweet spot tussen saai en aanstellerig ligt, is tegenwoordig een zeldzaam plezier. En dan die gitaren! Franz Ferdinand op z’n Afrikaans, met een betere interpretatie van Konono-melodieën dan Vampire Weekend ooit had kunnen dromen. Zangharmonieën om duimen en vingers bij af te likken. Teksten in écht Engels, met een onmiskenbaar non-steenkolenaccent. En de bas, dat al te vaak vergeten instrument? Zo degelijk dat je de baard er gewoon bij hoort. De productie, tot slot, wel, luister eens naar “State Of The Art” van Gotye. Zo state-of-the-art is het.

Het is schier onmogelijk om favorieten te kiezen. Het begint goed, het eindigt goed en daartussenin gaat het van goed over goed naar goed. Wat niet wil zeggen dat alles hetzelfde klinkt. Integendeel: hoewel het album op een digitaal schijfje is vastgelegd, is het in zekere zin lekker ouderwets verdeeld in twee helften. Eerst krijg je vijf aanstekelijk dansbare, toekomstige festivalfavorieten: de onweerstaanbaar zomerse synthesizers van “Right From The Start”, het meezingrefrein van “Forget”, de kontschuddende groove van “Don’t Wreck This”, “Ruby’s Code (I Was A God)” dat klinkt als Balthazar maar dan met een tekst die steek houdt, en “Wait And See”, dat van melancholie een feestje maakt.

En dan de tweede helft, de helft van de verrassingen. Plotse kalmte in “Oh Boy”, een spaarzaam stukje kamermuziek voor de eenentwintigste eeuw. Falsettozang, lijzige gitaren en koebellen in “Backseat”. Een tegendraadse beat, Strokes-gitaren en een Mumford en Sons-refrein in “I Have No Home”. Een ballad (écht) genaamd “Sam”. En om af te sluiten “One Of These Days”, met het ongemak van Pulp en de drive van Mintzkov.

Maar dus, kort samengevat: simpel maar goed. Steengoed. Zo staat het er, en zo is het maar net. Leer Good Music, Beautiful People netjes uit het hoofd en vul Protection Patrol Pinkerton in op al je festivalverlanglijstjes. Ge gaat daar content van zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + twee =