Baroness :: Purple

Na drie jaar afwezigheid die werden opgevuld door een busongeval, een pijnlijke en langdurige revalidatie, het uiteenvallen en terug bijeenpuzzelen van zijn band, staat John Dyer Baizley er eindelijk weer met een nieuw Baroness-album. Gezien het verloop van de afgelopen jaren zou je verwachten dat Purple een donker, sinister album zou worden. Maar ho, draaide dat even anders uit!

Toen de tourbus van Baroness op 15 augustus 2012 van een brug stortte in Engeland, stond Baroness op het punt van de grote doorbraak. Het ambitieuze dubbelalbum Yellow & Green gooide hoge ogen bij pers en publiek, en de tour bracht hen naar enkele erg grote podia en festivals in Europa en de USA. De gevolgen van het ongeval waren verschrikkelijk: drummer Allen Blickle en bassist Matt Maggioni braken ruggenwervels, en John Dyer Baizley’s linkerarm was er zo erg aan toe, dat er zelfs amputatie werd overwogen.

Baizley moest zijn arm weer leren gebruiken en opnieuw gitaar leren spelen, waardoor Baroness voor enkele jaren in de lappenmand belandde. In 2013 verlieten Bickle en Marggioni de band, waardoor het even leek dat Baroness helemaal verleden tijd zou zijn. Maar Baizley vocht voor wat hij waard was, en begon in 2014 weer op te treden. Eerst solo, daarna, na het rekruteren van een nieuwe ritmesectie, terug met Baroness. En nu, eindelijk, na drie lange jaren ligt er een nieuw album in de rekken. Alleen omwille van die overwinning zou je Purple al een topscore geven. Gelukkig is de muziek op zich ook al reden genoeg.

Want Purple is de meest gefocuste plaat van Baroness sinds het debuut Red. Vier krachtige, heavy nummers, een interludium en vier meer proggy, spaced-out nummers. That’s it. Openingsnummer “Morningstar” laat meteen merken dat Baroness zijn heavy roots niet vergeten is (dat hadden we ten tijde van Yellow & Green even gevreesd) met een beest van een riff, ondersteund door een ongewoon ritmepatroon, waarmee nieuwe drummer Sebastian Thomson meteen zijn handtekening zet. Ook de rest van het nummer klinkt lekker stevig, maar krijgt meer dan genoeg ademruimte door Baizley’s gekende vocale harmonieën en open gitaarwerk. Tweede nummer en single “Shock Me” maakt van eenzelfde laken een pak, en is een verschrikkelijk catchy, krachtig en groots nummer, dat van begin tot eind in je trommelvliezen blijft plakken. Topnummer.

De volgende twee nummers van het eerste luik zijn van een al even hoog niveau. “Try To Disappear” rolt wat minder met de spierballen, maar boet helemaal niet aan intensiteit in, mede dankzij een ijzersterk refrein. “Kerosene” klinkt dan weer erg old school, en zou zonder problemen tussen de zwaardere nummers op Red of Blue kunnen staan. Luister maar naar die geweldige intro en het refrein dat bijna volledig gedragen wordt door een eenvoudige, maar o zo efficiënte baslijn van nieuwkomer Nick Jost, die ook tekent voor heel wat synth- en andere geluidjes die je doorheen herhaalde luisterbeurten van Purple meer en meer beginnen opvallen, en extra laagjes en texturen aan de nummers toevoegen.

Na een kort intermezzo verlaten we het metalpad enigszins, om weer in Baroness’ geliefde proguniversum binnen te zweven. “Chlorine & Wine” opent rustig, om open te bloeien tot een intens, doorleefd en machtig nummer, dat zich duidelijk laat beluisteren als Baizley’s afrekening met de miserie van de afgelopen. Het maakt van “Chlorine & Wine” een onbetwist hoogtepunt van de plaat, en is misschien wel een van de beste nummers die Baroness tot nu toe schreef. “The Iron Bell” is wat compacter en gebalder, en rekent op een ongelofelijk lekker retro seventies-jamrockslot. “Desperation Burns” is dan weer een verbeten en donkerder stuk ijzerbijten, vooraleer er wordt afgesloten met een rustig, zalvend, maar niet minder doorleefd “If I Have To Wake Up (Would You Stop The Rain)”, waar definitief wordt afgerekend met de donkere dagen van Baroness.

Want als er iéts is wat opvalt, is het wel dat Baizley er duidelijk niet voor koos om van Purple een Dante’s Inferno van een plaat te maken. En dat had perfect gekund: Baizley en Baroness gingen door een van de diepste crisissen die je als band kan meemaken. Neen, in de plaats componeerde Baizley een intense, emotionele louteringsberg waar hoop en optimisme centraal staan. Dat Purple zo’n positieve plaat is geworden, die bulkt van levenslust en speelplezier, maakt samen met de stuk voor stuk knap gecomponeerde nummers dat dit zo maar even Baroness’ beste plaat sinds het debuut Red is geworden. Op de valreep, maar meer dan terecht een plaats in uw eindejaarslijstjes waard. Alleen….

Wat is in godsnaam die witte smurrie op die vrouw daar op de hoes?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 1 =