Dave Rawlings Machine :: Nashville Obsolete

Dave Rawlings en Gillian Welch, na Johnny Cash en June Carter ons favoriete koppel uit de Amerikaanse country- en rootsmuziek, hebben een nieuw werk uit. Naar goede gewoonte nemen ze ons mee op reis naar een plek waar de tijd stil blijft staan en waar er muziek gemaakt wordt als ambacht.

Met Nashville Obsolete treedt Dave Rawlings voor de tweede maal uit de schaduw van zijn partner Gillian Welch. Waar Welch sinds haar debuut in 1996 een aantal moderne rootsklassiekers op haar naam schreef — uit haar oeuvre raden wij u graag Time (The Revelator) (2001) en The Harrow & The Harvest (2011) aan, maar een miskoop kan u niet doen — duurde het tot 2011 vooraleer Rawlings met het prima A Friend Of A Friend zelf op het voorplan trad. Dat de albums van Rawlings en Welch op muzikaal vlak erg nauw aan elkaar verwant zijn, hoeft niet te verbazen. Niet alleen schrijven ze samen aan de songs, ze spelen ook samen op de albums, al dan niet bijgestaan door een beperkte groep muzikanten. Het grote verschil is, zeker bij een eerste beluistering, wie de lead vocals verzorgt. Hun uitmuntende kwaliteitscontrole heeft niet alleen tot gevolg dat hun output relatief beperkt is (Nashville Obsolete is album nummer zeven in negentien jaar), maar ook dat Welch/Rawlings een soort keurmerk voor kwaliteit geworden is.

De foto op de hoes maakt meteen duidelijk dat Rawlings en Welch ook op Nashville Obsolete weer muziek maken die evengoed een flink aantal decennia geleden had kunnen uitgebracht zijn. Een foto gemaakt met de negentiende-eeuwse ferrotypetechniek, waarbij het beeld vastgelegd wordt op een van een donkere laklaag voorziene metalen plaat, lijkt een scene die zo weggelopen is uit het tijdsgewricht van de Amerikaanse burgeroorlog. Wat ons hier voorgeschoteld wordt, is muziek die zowel beïnvloed is door eeuwenlang overgeleverde folk als door recentere — al is ook dat relatief — grootmeesters als Bob Dylan (die van John Wesley Harding) of Neil Young (die van On The Beach).

En toch blijven we met een onvoldaan gevoel achter. Akkoord, de harmonieën tussen Rawlings en Welch zijn weer hemels en er wordt weer op een uitmuntend niveau gemusiceerd. Maar toch. Hoewel het allemaal aangenaam klinkt, blijft er na afloop nauwelijks iets hangen. Het begint nochtans veelbelovend met het aan Fleet Foxes verwante “The Weekend”. Daartegenover staan dan songs (“Short Haired Woman Blues”, de bluegrass-op-valium van “Bodysnatchers”) die dan wel voorzien zijn van een knappe, subtiele vioolbegeleiding, maar die jammer genoeg een gedenkwaardige melodie ontberen. Nog minder geslaagd is “The Trip”, een meer dan tien minuten durende parlando, die echter snel gewoon wat aanmoddert en een richtingloze tocht wordt. Het zijn de songs die het meest de old-time sfeer uitademen, zoals het bluesy “The Last Pharaoh” of de traditionele folk van “Candy” die laten horen tot wat Rawlings en Welch echt in staat zijn.

Alles bij elkaar genomen blijkt Nashville Obsolete een album te zijn dat aangenaam weg luistert, maar dat de luisteraar nergens bij het nekvel weet te grijpen. Dat er geopteerd werd voor lange songs — vijf van de zeven nummers halen probleemloos de vijf-minutengrens — helpt het album dan ook niet vooruit. Het Welch/Rawlings kwaliteitskeurmerk kunnen we niet afleveren voor dit album, daarvoor hebben ze de lat in het verleden veel te hoog gelegd en krijgen we deze keer net wat te veel vulsel mee.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + negen =