Lord Huron: Strange Trails

Het debuut Lonesome Dreams had aan uitblinker “Time To Run” genoeg om het doodgevroren winterhart van 2012 te ontdooien. Drie jaar later keert Lord Huron terug met Strange Trails, nog steeds grossierend in sepiakleurige americana, maar met een geluid dat zowel in de breedte als in de diepte verder uitgewerkt is.

Wie het artwork van het album bestudeert, weet meteen uit welke richting de wind waait. Onder een rafelig horrorfilmlettertype zien we de rug van een man die aan het begin staat van een wazig getekend woud, klaar voor een mystieke trip langs ‘vreemde paden’. Nachtelijke foto’s van motelparkings, verlaten steegjes, Amerikaanse wagens en weidse vlaktes ruiken naar de sfeer en sound van Springsteen en, recenter, The War On Drugs. Voor een deel is dat ook precies wat we krijgen: Strange Trails laat zich immers het beste beluisteren in één lange rush, waarin de nummers door een welgemikte fade-out vaak naadloos in elkaar overvloeien. Aan de akoestische kern van hun debuut wordt een rits elektronische effecten toegevoegd die een mooi geluidsmuurtje vormen en het geheel in een warm, fuzzy deken wikkelen. De arrangementen zijn net iets weelderiger, het geluidspalet iets rijker en er wordt niet gekeken op een mondharmonica of contrabas meer of minder.

Die Spectoriaanse allures vermengen zich mooi met de filmische. Zanger en bezieler Ben Schneider creëert voor elk album en zelfs elk nummer liefst een eigen universum, inclusief verschillende personages met een zwart randje. Komen onder meer aan het woord in Strange Trails: Buck Vernon, hallucinerende rockabilly zanger annex vertelstem in “Fool For Love”, lounge clubzangeres Frankie Lou die ons de weemoedige openingsballade “Love Like Ghosts” serveert en een gedesillusioneerd hoopje jongeren dat donkere straten onveilig maakt in “The World Ender”, een nummer dat niet zou misstaan op de soundtrack van Pulp Fiction.

Mensen van slechte wil stoppen Lord Huron al eens in hetzelfde vak als Mumford & Sons, maar er is geen reden tot onrust. Deze troubadours tappen met hun tweestemmige indiefolk misschien uit een gelijkaardig vaatje en weten eveneens een refrein in elkaar te timmeren, maar ze doen het zonder bretellen, banjo, baarden, overdreven dramatische uithalen of uitgeholde formules voor meestampers. Het is vleiender en correcter om ze muzikaal naast bands als Fleet Foxes en Phosphorescent te parkeren.

Schneider en zijn collega’s doen overigens nadrukkelijk hun best om iets meer variatie in de albumstructuur te strooien. “La Belle Fleur Sauvage” wiegt relaxed in een stapvoets tempo naar zijn einde toe en heeft met stip het hoogste ‘lonesome cowboy-gehalte’. Daar wordt wat afgehobbeld op dat paard in de prairie, terwijl het geklapper van de saloondeuren nog hoorbaar is. Een vinniger nummer als “Until The Night Turns” gaat dan wel over het einde van de wereld, maar voor het zover is, mag er eerst nog flink gedanst worden. Dat ze een neus hebben voor catchy melodieën bewijzen onder andere “Hurricane” en onbetwiste topper “Fool For Love” die prikkelen als knetterkauwgom. Die laatste is behept met een onweerstaanbare Bo Diddley-gitaarriedel en bruist middels enkele welgemikte “o-o-ohs” een eind weg. Slimme zet om deze als eerste single af te vuren.

Zelf hadden we meerdere luisterbeurten nodig om helemaal ondergedompeld te raken in de juiste sfeer en eerlijk is eerlijk: eens over de helft duiken de eerste tekenen van bloedarmoede op. Het tempo vertraagt en met een speelduur van net geen uur lang dreigt de aandacht te verslappen wanneer de nummers zich minder van elkaar onderscheiden in de ‘flow’. Toch blijft het een mooie soundtrack voor wie verlangt naar eenzame onverlichte highways of simpelweg wil huilen naar de maan. Strange Trails is er eentje voor de verloren zielen, een muzikaal landschap waar de dromers al eens graag in willen verdwalen, zelfs al denken die af en toe: we hebben die boom al eens eerder gezien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + 7 =