Rickie Lee Jones :: The Other Side Of Desire

Dat het een schande is, dat een van de grootste zangeressen en songschrijvers van de jaren 70 door wat ongelukkig geproduceerde platen en gebrek aan hits zo in de vergetelheid geraakt is. Rickie Lee Jones is meer dan alleen maar het ex-lief van Tom Waits dat de monsterhit “Chuck E’s in Love” heeft gemaakt. Laat ons hopen dat deze nieuwe The Other Side Of Desire daar eindelijk eens verandering in brengt, want het zou niet meer dan terecht zijn.

We hebben er eerlijk gezegd geen idee van waarom Jones, in tegenstelling tot Joni Mitchell bijvoorbeeld, er niet in geslaagd is om haar rechtmatige plaats in de muziekgeschiedenis op te eisen. Toch zijn haar liveshows voor wie er, zoals ondergetekende, al bij geweest is, onvergetelijke belevingen vol improvisaties, geniale interludes en onverwachte wendingen. Bovendien zijn platen zoals het betoverende Pirates uit 1981 of meer recente wapenfeiten zoals het jazzy The Evening Of My Best Day en het ruwere, spirituele The Sermon On Exposition Boulevard essentieel in een goede muziekcollectie.

Zoals op eerdere Jonesplaten neemt ook hier Amerikaanse rootsmuziek een prominente plek in. Dat is geen toeval: na te lang op een dood spoor in Los Angeles te hebben gezeten, is Jones naar New Orleans verhuisd, waar ze naar het schijnt creatief gezien opnieuw tot leven kwam. De invloed van New Orleans komt het meest naar voren op “J’ai connais pas”, dat uitbundig naar Fats Domino zwaait, en op het voor de rest in het Engels gezongen “Valtz de mon père”, een schattig walsje met uitstekend vioolspel en mandoline zoals we dat ook al van Emmylou Harris gehoord hebben, rechtstreeks uit de moerassen van de Bayou. Meer heeft een muziekrecensent soms niet nodig om gelukkig te zijn.

Een en ander had te maken met haar vriendschap met lokale muzikant Louis Michot: plots zag een moegestreden Jones in dat een nieuwe plaat vooral creatief een uitdaging zou zijn, zonder al te veel op verkoopcijfers te moeten letten. Een Pledge Music donatiecampagne later is The Other Side Of Desire, zes jaar sinds haar laatste plaat met zelfgeschreven nummers, Balm in Gilead, een feit. Dat Jones geen interesse heeft in grote hits siert haar, maar daarom had een nummer als “Haunted” nog niet op de plaat gemoeten. Oké, dat bluestempo met elektronische drums is nog leuk, maar het nummer tuimelt zonder een bijzonder interessante melodie of verhaal algauw rucksichtslos de afgrond in. Die lange uitgesponnen outro kan daarbij niet helpen.

’Het is gelukkig een zeldzaam dieptepunt op een voor de rest bijzonder energieke, gevarieerde plaat. Op haar best klinkt Jones, nu ondertussen 58, nog steeds als die jonge vrouw van Pirates die op een zomeravond met vrienden op stap gaat, zorgeloos, halfdronken zwalpend tussen vingerknippende beatpoëzie en naïeve romantiek. Zoals op “Jimmy Choo” bijvoorbeeld: Jones zingt heel dicht tegen de microfoon aan, de melodie betovert en de tekst troost – ook Jones weet wat het is om te willen opgeven. De tempowisselingen geven het nummer iets gelukzaligs extatisch, een soort volwassen tegenhanger van “Chuck E’s In Love”. Het klinkt als een overwinning. Op het funky, door drumkicks begeleidde “Blinded By The Hunt”, nog een hoogtepunt, haalt Jones pas echt uit en gaat ze zo hoog als Van Morrison dat ten tijde van “Who Was That Masked Man” uit Veedon Fleece ook deed.

Ook “Feet On The Ground” is Jones op haar best: het nummer wisselt moeiteloos tussen dromerige, met sterrenstof en piano besprenkelde strofes met een bluesy refrein. Dat kermisorgeltje op de achtergrond! Dat koor op het einde. Dit is gospel voor agnosticisten. ”Feet On The Ground” is trouwens het begin van een bijzonder sterk einde. Het daarop volgende, veel te korte “Juliette” en de wiegende, jazzy afsluiter “Finale; (A Spider in the Circus of the Falling Star)” leggen het grootste zwaktepunt van deze plaat bloot: in tegenstelling tot eerder vermelde Jonesplaten neemt deze je minder mee in een bepaalde sfeer. Boven alles is The Other Side Of Desire een sterke collectie songs, zoals dat bijvoorbeeld ook voor Balm in Gilead het geval was.

Vergis u niet: songs schrijven en de songs keurig aankleden als was het de eerste communie van de bengels, dat kan Jones wel. Nostalgici als we zijn, vinden we “I Wasn’t Here” een zomerbries van een liefdeslied. Die strijkers kan een doorwinterde cynicus dan wel potsierlijk vinden, The Beatles zijn ook niet ver weg, maar wij kregen er vooral zin van om languit in het gras te gaan liggen. Ook leuk is dat Jones hier en daar nieuwe wegen inslaat die we graag op latere platen nog verder uitgewerkt willen zien, zoals op “Infinity” bijvoorbeeld. Het is de vreemde eend in de bijt op de plaat: de drums klinken wat te mechanisch in vergelijking met de organische productie van de rest van de plaat, maar het slepende tempo, de ambient-effecten en mysterieuze tekst over de dunne grens tussen dood en leven maken dat ruimschoots goed.

Helemaal geslaagd is deze The Other Side Of Desire niet: het had allemaal nog wat meer mogen samenhangen en sommige songs zijn niet meer dan aardig, zoals het aan “Auld Lang Syne” schatplichtige “Christmas In New Orleans”. Laat ons hopen dat een nieuwe plaat niet opnieuw zo lang op zich laat wachten en dat Jones eindelijk de erkenning krijgt die haar toekomt. Ondertussen hebben wij toch maar mooi een van onze soundtracks voor de zomer van 2015 gevonden. We hopen van u hetzelfde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =