Sun Kil Moon :: Universal Themes

Het is februari 2015 en Mark Kozelek heeft net zijn album Universal Themes afgewerkt en brengt het naar zijn mixer Will Chason. Volgens ons moet dat gesprek er ongeveer zo hebben uitgezien.

Kozelek: Hey Will, de plaat is af.
Chason: Nu al? Dat heb je snel gedaan. Wil je geen overdubs meer doen?
Kozelek: Nee, ben je gek? Ik heb daar geen tijd voor, ik ben al begonnen met de volgende plaat, met Justin Broadrick, van Godflesh, weetjewel. Heavy metal. Daarom dat ik dacht: ik kan alvast op deze plaat mijn stem hier en daar aan flarden beginnen te scheuren, kwestie van er alvast aan te wennen. Kom, druk maar op play, ik heb niet veel tijd. Caroline komt vanavond nog langs en ze gaat vis bakken.

(Het repetitieve gitaarlickje van openingsnummer “The Possum” valt in en Chason kijkt Kozelek na twee minuten met grote ogen aan).
Chason: Serieus, Mark? Een nummer over een stervende buidelrat?
Kozelek: Ja, wacht, straks beschrijf ik ook nog een Godflesh concert. En er komt nog wat spoken word bij over pizza eten. Check mijn Spaanse gitaarlicks.
Chason: Niet slecht, maar die tekst van je is maar half en half verstaanbaar. Je mompelt nogal veel. Ook nogal ruw gezongen.
Kozelek: Eerste take, dat was de bedoeling. Ik heb geen tijd om lang in de studio te zitten. Ook geen zin om weer dezelfde gladde, romantische troep als vroeger te maken. Been there, done that.

(Halverwege het tweede nummer, “The Birds of Flims”, draait Chason even de volumeknop naar beneden).
Chason: Da’s niet slecht, Mark. Mooie gitaren en mandolines. Heeft iets spookachtigs. Ik vind het wel bijzonder dat je erin bent geslaagd om een heel nummer te maken over die zes weken in Zwitserland op de set van Paolo Sorrentino, maar ik weet wel niet of je fans daarop zitten te wachten. Bovendien past je tekst niet altijd op de melodie hé.
Kozelek (zucht): Opnieuw, dat was de bedoeling. En alsof het mij wat kan schelen wat die bebaarde hipsters met tennisschoenen van me denken.

(Het totaal over de rooie refrein van“With A Sort Of Grace I Walked To The Bathroom To Cry” is in zijn volle hevigheid begonnen en Chason trekt grote ogen.)
Chason (gaat rechtop zitten): Tof, eindelijk weer eens een elektrische gitaar. Ik denk wel niet dat ik je ooit al zo heb horen brullen. Ik kan de tekst nauwelijks verstaan.
Kozelek: Ik heb dit nummer erg spontaan opgenomen. Gewoon Steve (Shelley, voormalig drummer van Sonic Youth, nvdr) en ik aan ’t jammen en dan is dat daar uitgerold.
Chason: Zo klinkt het ook. Stoere rif wel. Ook leuk die middenstukjes waarin je over je jeugd vertelt. Het lijkt allemaal wel uit de losse pols geschreven en zo, maar daar klopt toch nog een hart. Sterk.
Kozelek: Gaat over een vriendin van mij uit Ohio. Ze heeft een of andere chronische ziekte die haar leven naar de kloten aan ’t helpen is. Boksen en vechten en klappen ontwijken, dat is ’t leven, meer niet. Zeg, wil je ook wat van mijn macaroni met kaas? ’t Is heerlijk, misschien schrijf ik er straks nog wel een tekst over.
Chason: Nee, dank je. Laat me even verder luisteren.

(“Cry Me A River Williamsburg Sleeve Tattoo Blues” waait in al zijn bitterheid en sardonische humor voorbij en pas bij het woordeloze, door Portugese gitaren begeleide refrein van “Little Rascals” komt Kozelek, na diepe concentratie op zijn macaroni, weer tot leven)
Kozelek: Benieuwd wat Pitchfork hiervan zal zeggen.
Chason: Ik weet niet waarom, maar ik heb soms de indruk dat je deze plaat hebt gemaakt om de mensen die Benji zo de lucht in geprezen hebben een hak te zetten. Of heb ik het mis?
Kozelek: Laat ik het zo zeggen; die zogenaamde fans die naar mijn concerten komen en de hele tijd hun smartphone zitten te vingeren kan ik missen als kiespijn. En dat zeg ik niet zomaar: ik heb onlangs nog in België mijn tand gebroken op een bot in stoofvleessaus, staat ook in een of andere tekst. Komt straks nog aan bod.

(De slepende akoestische gitaar van het volgende nummer valt in en Kozelek haalt een broodje van zijn favoriete Italiaanse broodjeszaak boven)
Chason: Zoiets heb ik al lang niet meer van je gehoord, bijna Red House Painters, Old Ramon-sfeertje. Maar dan ruwer. Mooi gitaarspel ook. Hoe heet dit nummer?
Kozelek: “Garden of Lavender”. Heel lastig om in te zingen omdat ik in het refrein, als je dat zo wil noemen, met mijn stem zo hoog ben gegaan dat het pijn deed. Heb jij ooit al Rachel Goswell gekust? Je weet wel, die van Slowdive? Ik heb die ooit eens binnengedraaid op een concert in de jaren 90. Ik had toen ook al een vriendin, maar die kus met Rachel wilde ik niet missen. Dat komt op het einde van dit nummer in een spoken word fragment.
Chason: Aha. En je bent zeker dat je deze plaat Universal Themes wil noemen?
Kozelek: Hilarisch, nee? Stel je al die lulletjes rozenwaters van muziekrecensenten voor. Ze gaan niet weten wat ze hiervan moeten maken.
Chason: Mark, van al de Mark Kozelekken, ben jij de opperkozelek. Hoeveel nummers nog?
Kozelek: Nog twee. ’t Is ook de eerste keer dat ik de plaat volledig hoor, geen idee hoe lang het nog duurt. Maar hierna komt er iets met veel elektrische gitaren. Nog zo’n jam met Steve. Veel tempowisselingen. Over Freud en Einstein en de acteur die Ed Gein speelde en een wandeling in New Orleans op nieuwjaarsdag. Gewoon, ik heb geprobeerd om zoveel mogelijk gedachten in een nummer te proppen. Dat was ook nieuw voor mij. Veel lekkere dingen gegeten trouwens met Caroline. Je zal het wel horen.

(Chason gaat buiten een sigaret roken en komt pas halverwege “This Is My First Day And I’m Indian And I Work At A Gas Station” terug. Kozelek drinkt een glas ijsthee en eet een stuk chocolade)
Chason: Leuk nummer. Zo licht voor jouw doen. Wel weer veel tekst hé, Mark.
Kozelek: Ik denk dat ik snel nog even wat tekst erbij schrijf, voor het einde van dit nummer.
Chason: Jezus, Mark, hoe lang is deze plaat? Dat zijn wat, acht nummers?
Kozelek: 70 minuten. Heb jij een servetje?
(Chason haalt een pakje Kleenex boven)
Kozelek: Ok, geef me even een minuutje, dan schrijf ik even de laatste strofe voor dit nummer. Ik heb gisteren een concert gespeeld met Ben Gibbard, omdat die zijn hand had gebroken. Lijkt me leuk, ook grappig die link dan met “Ben’s My Friend” van Benji. Zo lijkt het wel een conceptplaat binnen een conceptplaat. Hoe meta is dat? Dan neem ik dat snel nog even op, spoken word, want ik heb geen tijd voor een melodie, en dan kan dat over dat zweverige instrumentale, trage stukje op het einde met die gekke keyboardgeluidjes van Chris (Connoly, vriend van Mark Kozelek en lid van de groep Desertshore met wie Kozelek eerder al enkele platen heeft opgenomen, nvdr). Dat zal een leuk contrast zijn met dat midtempo akoestische gitaarriedeltje dat daarvoor kwam. Ik stuur je dat dan nog wel per mail als ik morgen van de studio terugkom of zo.

Chason: Euhm, oké. Heb je anders nog specifieke instructies voor de mix?
Kozelek: Weet ik veel. De valse noten er vooral niet uit halen. Gewoon zoveel mogelijk laten zoals we het hebben opgenomen. Ah ja, zorg er zeker voor dat die dissonante achtergrondstemmen opdringerig luid klinken, alsof ik in een of andere schizofrene bui een non-stop gesprek met mezelf aanga na een zwaar avondje drinken. En als je me nu wil excuseren, ik ga ervandoor. Stuur maar een mailtje als ’t af is. Ik heb honger en ik ga met Caroline naar een bokswedstrijd op televisie kijken, ik heb 500 dollar op Manny Pacquiao ingezet.
(Kozelek verlaat al schaduwboxend de zaal en Chason leunt achterover en haalt diep adem)

Sun Kil Moon speelt op 21 juli in Gent tijdens het Boomtown Festival met Neil Halstead van Slowdive op elektrische gitaar en keert op 13 september terug naar Kortrijk om daar in De Kreun te spelen. Geen idee wat we mogen verwachten, maar dat het bijzonder, frustrerend, bevreemdend, uniek en heftig zal zijn, daar twijfelen we niet aan. Voor de durvers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − 2 =