Jenny Hval :: Apocalypse, Girl

U dacht dat Fifty Shades Of Grey een wat vreemde visie op seks had? Think again, die boeken zijn klein bier vergeleken met de seksuele hersenkronkels die Jenny Hval al eens durft maken. Op Apocalypse, Girl, haar eerste plaat voor Sacred Bones, zet ze opnieuw een erg eigenzinnige ideeën- en klankwereld neer.

Dat eigenzinnige mag zelfs meteen de spits afbijten met de geluidscollage “Kingsize” waarboven Hval een associatief gedicht over (Amerikaanse) grootsheid, bananen, onzekerheid en penissen declameert. Tja, mocht u daarbij nu al uw wenkbrauwen optrekken, dan is er gelukkig nog de troost dat Hval doorgaans haar hersenspinsels presenteert boven intrigerende muziek en bovendien gezegend is met een uitstekende zangstem. Het is dan ook de spanning tussen de wat cerebrale benadering van lichamelijkheid en de toegankelijke muzikale neigingen die van Hval zo’n opmerkelijke artiest maken.

Neem nu bijvoorbeeld “Take Care Of Yourself” dat drijft op een kabbelend synthpatroon terwijl Jenny Hval haar onzekerheden over ideologie verklankt en aan het einde haar sterm laat vergruizen door een combinatie van verlaging en distortion. Het omgekeerde gebeurt aan het einde van het volgende nummer “That Battle Is Over”, dat tekstueel duidelijk verder bouwt op de voorganger, en waarin de stem gestaag verhoogd wordt terwijl Hval over de hemel zingt. Op die manier worden een aantal mooie elementen van continuïteit gelegd, wat ook elders in de plaat opduikt.

Dat is een meevaller, want over voorganger Innocence Is Kinky formuleerden we net het kritiekpunt dat het eclecticisme voor een gebrek aan samenhang zorgde. In tegenstelling daarmee lijkt Apocalypse, Girl wat duidelijker gestructureerd en wordt er meer een verhaal verteld. Dat verhaal wordt overigens prachtig besloten met het uitgepuurde afsluitende tweeluik “Angels And Aenemia” en het lange “Holy Land” waarin ijle synths slechts het fijnste houvast geven voor Hval’s stem, respectievelıjk in abstracte interpretaties van new age en drone.

Er mag dan wel meer samenhang te horen zijn, het doorgedreven eclecticisme van die eerdere plaat is ook hier aanwezig, met songs die allerhande genres doorzwemmen en zodoende op volledig eigen terrein uitkomen. Neem nu bijvoorbeeld “Heaven” dat na een ruisende intro begint te schipperen tussen een elektronische beat en arcadische strijkers. Of “Sabbath” waarin Hval vocaal richting Aaliyah neigt in de refreinen (al betwijfelen we dat Aaliyah ooit zou gezongen hebben over transgenderfantasieën) onder begeleiding van een tussen RZA en PJ Harvey twijfelend orgeltje.

De productie was deze keer in handen van de Noorse noise-muzikant Lasse Marhaug. Die weet in samenwerking met een sterrencast avant-garde muzikanten (onder meer Thor Harris en Okkyung Lee) Hval’s songs steeds op onverwachte maar wel gepaste wijze in te kleuren. De galmende folkwereld van Viscera, de gruizige duisternis van Meshes Of Voice, haar samenwerking met Susanna Wallumrod die vorig jaar verscheen, zijn daarbij behoorlijk veraf, maar de aanwezigheid van Hval’s teksten en stem zorgt wel voor een mooie continuïteit tussen al die werken.

Het is uiteindelijk ook vooral Hval’s presence die voor coherentie zorgt in haar steeds transformerende discografie. De eindeloze zoektocht naar de ideale sound om haar beslommeringen te dragen levert in elk geval ook hier weer boeiende resultaten op. Tegelijkertijd geef Apocalypse, Girl meer diepgang en stijlbreedte aan haar klankwereld.

Jenny Hval speelt op 18 juni in de Botanique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + dertien =