The Spectors :: Light Stays Close

In een grote, zwarte bol staan uitvoerder en titel op de cover van het promo-cd’tje. Als een sticker op een grote, ouderwetse platenhoes. En zoveel nostalgie mag niet verwonderen van een band die zich naar misschien wel de beste producer aller tijden noemde. Light Stays Close zwelgt in heimwee naar een tijd die The Spectors nooit hebben gekend.

Wat je als recensent niet mag doen: de bio lezen die het album in de bus vergezelt als een opdringerig hijgend hondje. Het is demystificatie, en — als de copywriter zijn job niet goed heeft gedaan — haalt de muziek onderuit. Kun je immers anders dan met cynisme reageren op een tekst die begint met “Hoe bal je vijftig jaar muziek samen in tien songs die toch met een compleet eigen sound en smoel uitpakken?” En hoe sympathiek kan een groepje nog zijn als het té casual om niet overdacht te zijn, goochelt met termen als “booker”, “publisher”, “managementdeal” en “early adopters”? Het stinkt naar “Wat ik later wil doen? Carrière maken!” En daar krijgen we altijd een vieze smaak in de mond van. Wij houden ons al vijftien jaar staande zonder — daar is die lichte walging weer — carrière en ons LinkedInprofiel is al jaren gedateerd.

En toch gevallen voor The Spectors, meneer. Die bio ligt al dagenlang verfrommeld in een hoekje, Light Stays Close galmt nog steeds door de boxen. Kan ook moeilijk anders, met een plaat die het beste van de jaren zestig, tachtig en negentig op een carbonvelletje doordrukte tot een charmant geheel. It’s meidenpop, Jim, but not as Phil Spector has known it.

Maar dat die legendarische Wall Of Sound-bedenker van belang is geweest voor de klank van dit groepje? You betcha. In de La Chapelle Studio’s zijn tonnen echo’s aangesleept, op de mixing desk werden alle streepjes tegelijk naar boven geschoven. The Spectors hanteren een stevig gierend in your facegeluid, en voormalig Editorsgitarist Chris Urbanowicz bleek de ideale producer; niemand, of het zou Kevin Shields himself moeten zijn, kan een gitaar beter whiiiiiiiiiii laten doen, of een Johnny Marrke ten tijde van “How Soon Is Now?”, als in “Drone”.

Dat er dus ook een fikse portie shoegaze-invloed te bespeuren valt, maar nergens delft het popgevoel van songschrijver-bassiste Marieke Hutsebaut het onderspit. Moeten wij dus ook al eens aan denken bij de heerlijke opener “Like Sand”: het beste van House Of Love. En mag onze radio ook altijd eens uitdenderen: het gedreven “One-Eighty”, waarin het meteen gaat van “How does it feel when the tables have turned?/How does it feel when I do a one eighty?” Valt er met deze vrouwen te lachen? Probeer eens?

Dat de melodieën van de meiden en hun twee mannelijke gitaarkompanen al eens te zwak uitvallen om onder al het gitaargeweld stand te houden, is dus te betreuren. Het duurt tot “Ariel” — dat een post-rockfinale meekrijgt waar Godspeed You! Black Emperor trots bij zou hebben geglimlacht als het niet zo’n verdomd humorloze, pophatende PVDA’ers waren – dat we nog eens opkijken. “Geluidsbehang” is het woord dat ons toetsenbord — altijd de beste Scrabbelaar van ons beide — dan legt.

Er is dus ruimte voor verbetering, maar Light Stays Close heeft genoeg in huis om nu al te charmeren. Wie zelfs het verplichte “dit is een trage, maar loop alstublieft niet weg”-momentje dat “Wish Me Away” is, niet verknalt kán iets; het moet er alleen nog wat meer uitkomen. En er moeten ook nog wat meer topsongs geschreven worden als “Green-Eyed Monster” of “Wrong”, waarin de samenzang waarlijk succulent is.

Horen we dus nog van, die Spectors. En dat we die maar eens snel ergens ter planken aan het werk moeten gaan zien. En u misschien ook, maar begin alvast maar met Light Stays Close. Er zijn de laatste jaren véél slechtere inlandse debuten verschenen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + twee =