Tom Mcrae & The Standing Band :: Did I Sleep & Miss The Border?

Onze favoriete cynische bard is terug, doemeriger dan ooit — en met de herverkiezing van Cameron zal daar niet snel verandering in komen. Toch is het deze keer niet alleen maar kommer en kwel op zijn nieuwe plaat.

De voorbije jaren waren Tom Mcrae niet bepaald gunstig gezind: sinds hij met King of Cards zijn venijn aan kant schoof en wat de dieperik van de middenmaat indook, verdween hij een beetje uit het zicht van pers en publiek. De recensie werden slechter (soms terecht, soms onterecht), op de radio kwamen z’n nummers (als dat al mogelijk was) nog minder voorbij en Mcrae wisselde vaker van platenfirma dan van sokken. En nu is er dus dat nieuwe album, Did I Sleep & Miss The Border, waarop de Brit zijn oude geluid wat achter zich laat en het allemaal barokker en Amerikaanser aanpakt. Of dat geluid een nieuwe koers aankondigt, of uiteindelijk gewoon een zijstapje is, zal nog moeten blijken, maar het gaat Mcrae in ieder geval niet zo slecht af als je zou kunnen vrezen. Het hoge niveau van zijn eerste drie platen haalt hij alweer niet, maar een King of Cards, deel 2 is gelukkig het ook niet geworden.

Naast zijn meest Amerikaanse is Did I Sleep & Miss The Border ook zijn meest politieke plaat en Mcrae is de woede waarmee hij ooit “Hidden Camera Show” of “How The West Was Won” pende duidelijk nog niet kwijt. Veel nummers doen wat denken aan “Keep Your Picture Clear”, het stukje venijn dat het niet verdiende op dat zwakke King Of Cards te staan. Op opener “The High Life” sist de Brit als een adder, zijn gif spuwend op de blauwbloedigen die hij zo veracht. Mondharmonica en strijkers snerpen en op het einde klauwt Mcrae helemaal open wanneer hij “Come on, cut me now you will find/That I bleed the blackest bile” spuwt. “The Dogs Never Sleep” kan dat hoge niveau spijtig genoeg net niet volhouden. De zanger klinkt hier ook meteen al een pak moedelozer, wanneer hij ” I’m done/Ask anything/I’ll sign my name” zucht. Vooral het opnieuw zeer stevige einde imponeert, zeker wanneer hij zijn indrukwekkende strot opentrekt. Jammer genoeg wordt het geheel wat verminkt door de irritante poging tot samenzang op de achtergrond, een hinderlijk bijverschijnsel van The Standing Band dat hier helaas niet voor het laatst opduikt. Op “We Are The Mark” klinkt Mcrae al weer heel wat strijdvaardiger, maar een heel memorabele song levert dat helaas niet meteen op (al stoort hij ook niet echt).

Dat laatste doet “Christmas Eve, 1943”, dat zich tergend traag voortsleept, wel. Ook wringt Mcrae zijn stem in bochten waar deze niet in past. En ja, daar is dat irritante koortje weer. Gelukkig toont hij met het prachtige “Let Me Grow Old With You” dat hij nog steeds weet hoe hij een prachtig snikkende song vol verstilde emoties moet schrijven. Een subtiele gitaar en piano vormen het duwtje in de rug wanneer de bedremmelde zanger zijn geliefde de misschien wel meeste essentiële vraag wil stellen. Ook “My Desert Bride” en “Lover Still You” hebben een diepromantische inborst en kunnen, hoewel niet zo sterk als “Let Me Grow Old With You”, toch voldoende boeien om niet al te makkelijk aan kant geschoven te worden. En zeker in het eerste nummer hoor je dat Mcrae met Brian Wright, die maar al te graag zijn slidegitaar of banjo bovenhaalt, een muzikant aan zijn zijde heeft die kniediep in de americana-traditie staat. Op het einde komt er dan nog het mooie “Hope Against Hope” langs, een mooi en perfect slot voor wat voorafging. Eerst misleidt de zanger de luisteraar door de hoop te prediken die er toch altijd nog ergens is, om er op het einde fluisterend “What a pretty white lie” aan toe te voegen. Kenmerkender dan dit kon Mcrae zijn album niet afsluiten.

Uiteindelijk is het niet zo dat er op recente platen van Mcrae geen parels meer te vinden zijn (“Summer Of John Wayne”! “Alphabet Of Hurricanes”! “Fifteen Miles Downriver”!) die zich kunnen meten met zijn vroegere werk. Het echte probleem is dat de mindere songs ook echt slechter zijn, daar waar ze op zijn eerste platen uiteindelijk nog steeds goed waren, alleen net niet zo sterk als een “Boy With The Bubblegum”, om maar een klassieker te noemen. Dat kunnen we van deze “Did I Sleep And Miss The Border” ook weer zeggen, ook al duurt het nu wel wat langer voor de barokke songs echt doordringen. De plaat is niet heel goed, niet heel slecht, maar ergens tussenin. Als je echter bekijkt wat voor potentieel de man heeft, is dat toch een beetje jammer. Het echte relance van zijn carrière is Did I Sleep And Miss The Border dus weer niet geworden. En uiteindelijk horen wij Mcrae het toch ook liever allemaal wat kalmer aanpakken, dus stiekem hopen we ergens toch dat deze plaat een uitstapje blijkt, en dat hij volgende keer nog eens écht een album vol subtiele goudklompjes weet voort te brengen.

Tom Mcrae treedt de komende maanden zowel op in de kerk van Sint-Denijs in Zwevegem (16 mei — uitverkocht) als op Les Ardentes (10 juli). Op 2 oktober komt de Brit ook nog naar de AB in Brussel. Mcrae geeft op 18 mei ook een exclusief concert in de Archiduc in Brussel om 19.30 uur en daar mag enola 10 duotickets voor weggeven! Mailen hiervoor kan naar win@enola.be.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − elf =