Bob Moses :: All In All

Een uur en twintig minuten aan meezingbare deep house: we zien de yogabroeken, haarbanden en stofzuigers al komen. Of het nu een workout of een lentekuis is, Bob Moses zorgt voor een afleidende soundtrack. Maar is het, all in all ook echt luistermateriaal?

Even voor alle duidelijkheid: hier ligt voor ons geen plaat van de legendarische jazzdrummer van Roland Kirk, Ra-Kalam Bob Moses, en al zeker niet van strijder voor burgerrechten Bob Parris Moses, maar wel het debuut van Jimmy Vallance en Tom Howie. Geen slagwerk of speeches, dus. Dit elektronisch producersduo levert dichtbegroeide deep house waarin fijn afgestelde klanken worden verwerkt in tot in de diepte uitgewerkte songs, al is het moeilijk een echte songstructuur te zoeken in acht minuten lange repen housebeats.

Dat echte songschrijven vinden we vooral terug in het verrassende middelpunt van de plaat: de akoestische versie van “Hands To Hold”. Een akoestische gitaar en stem worden aangevuld door een orkest aan elektronica dat zachtjes de dromerige akoorden binnensijpelt. Ook de single waarmee dit duo de bal aan het rollen kreeg, “I Ain’t Gonna Be The First To Cry” heeft een sterke mix van echte songstructuur en meeslepende diepe beats. Een Nicolas Jaarachtige inleiding wordt opgebouwd tot een funky en schel baslijntje invalt om de aanzet te geven voor het hitje van de plaat. Het is samen met de andere vooraf uitgebrachte single, aan het Grace, aan het einde van het album geplaatst: een leuke manier u te dwingen ook de rest van Bob Moses’ debuut te beluisteren. Terecht ook: er is meer aan deze plaat dan catchy hitjes.

Meestal houdt All In All immers het midden tussen sfeervolle elektronische soul als die van James Blake en diepe, dronken clubmuziek. “Winter’s Song” plaatst de meezingbare teksten meer op de voorgrond, waar “Interloper” de nadruk legt op kleine elektronische accentjes in een minimalistischere maar dansbare beat. Ook op “Val” wordt er gespeeld met akoestische samples, geluiden van water en effecten over een strakke en onweerhoudbare basdrum.

Hier en daar klinkt de stem iets te zwak waardoor de zang nogal zeurderig kan overkomen en het ritme lijk te vertragen. Toch zijn er ook sterke momenten van samenzwerige zanglijnen, zoals tegen het einde van “Winter’s Song”, en soulvolle solozang op “I Ain’t Gonna Be The First To Cry”, dat niet voor niets de hitsingle is geworden. Hier vindt Bob Moses de perfecte mix tussen zuinige deep house , vloeiende akkoorden en een aanwezige, licht krakerige stem. De tekst is ook belangrijker en sterker dan in andere nummers. Ook op “Grace” krijgen we dezelfde pijlers in een veel fijnere balans dan op de rest van de plaat, waar productie het vaak overneemt van het echte brengen van een nummer en het overbrengen van een tekst. De plaat van anderhalf uur had misschien sterker kunnen staan als ze iets kritischer werd samengesteld in een iets bondigere vorm.

Beluister All In All gerust tijdens het lopen en het dweilen, maar besef ook dat er soms veel meer gaande is dan de doorlopende beats. Vallance en Howie leveren een interessant debuut af met enkele ijzersterke songs die doen uitkijken naar een opvolger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 5 =