Nordmann :: Alarm!

Het gaat snel voor Nordmann. Amper drie jaar geleden opgericht in de schoot van de Gentse jazz/jamscene, al vlug aan de haal met de hoofdvogel van een paar concoursen en opgemerkte tweede van Humo’s Rock Rally 2014. Vorige zomer meteen present met een EP en zopas verscheen ook het langspeeldebuut. En die bewijst dat het kwartet ook muzikaal al heel wat troeven in de aanbieding heeft.

Alarm! is immers een statement van een groep die zijn zaken netjes op orde heeft, uithaalt met een coherente stijl en sound die helemaal eigen is en verblijft op de wip tussen jazz en rock, met uitlopers richting filmisch minimalisme, elastische progrock en hier en daar een exotische toets of een kwak doemachtige dreiging. Dat de band vanuit de jazzregionen bezig is aan een opmars kan enkel worden toegejuicht, zeker nu de Belgische jazz en improvisatie meer fraais dan ooit in de aanbieding hebben. Het zegt trouwens ook genoeg dat de release van het album een co-productie is van De Werf Records en 9000 Records, een sublabel van het Gentse Consouling Sounds, waardoor de aanval ingezet kan worden vanuit twee fronten, die van het jazzestablishment en de experimentele rock-‘n-roll.

Het helpt natuurlijk ook dat de band aan een rotvaart is geëvolueerd en kan uitpakken met composities die worden aangeleverd door tenorsaxofonist Mattias De Craene en gitarist Edmund Lauret. Samen met bassist Dries Geusens en drummer Elias Devoldere creëren ze een aanpak waarin krachtige jazzrock vol gitaarkrampen en gierende saxuitschieters de degens kan kruisen met gedreven virtuositeit en geduldige sfeeropbouw. Daarvoor kan je al terecht in het titelnummer dat de plaat opent. Een vette, onheilspellende bas, logge gitaaruithalen en dan die galmende sirene van De Craene. Het zet de toon, klinkt lekker zompig en bijna majestueus, met een theatrale, haast Berlijns aandoende grandeur. Breedbeeldspektakel met een verrassende eenvoud, iets wat vaker voorkomt in het album.

De vier hebben immers begrepen dat één goed idee soms meer waard is dan een overdaad aan insteken, wat ze na de laatste ademstoot van de saxofonist ombuigen in een knetterend verhaal dat uitmondt in een thema waar enkel nog een film bij moet worden gemaakt. Minstens even goed is “El Niño”, volledig opgebouwd rond een eindeloos herhaald saxmotiefje, een twang-gitaar en een metalige percussie die dienst doet als galeienritme. Als de band dan toch contrasterende secties uitspeelt tegen elkaar, zoals in “Pfut”, dan gebeurt dat met een haakse souplesse die verwant is aan de Zappaiaanse gekte van FES, maar dan in pocketformaat. Vlaamse punkjazz.

En dan zijn er nog van die kleine dingen, van die autistische ideetjes (wij beginnen ook pas aan ons vlees als de groentjes op zijn, dus geen probleem) die de teneur van een compositie kunnen bepalen: de koebel in “Ohm”, dat vooral voor de ritmesectie een buitenkans is om de spieren los te schudden; het gesamplede gitaarstukje dat, als een muziekdoosje, zorgt voor een dromerig element in het compacte “Lights”; of het tribale gebonk van Devoldere in “Jumanga”. Heel even dreigt het daar te lang ter plaatse te blijven trappelen – wat “Paling” net ervoor ook overkomt, tot het inzetten van ambientachtige texturen plots zorgt voor een knappe, emotionele ontlading -, maar dan besluit het viertal met een knoert van een finale die zo uit de vingers van de klassieke derde line-up van King Crimson (die van Red) had kunnen vloeien.

Met afsluiter “Nightwork” hanteert de band dan weer een ‘de schone en het beest’-tactiek, waarbij er vanuit een chaotische explosie plots een etherisch mijmerende gitaar en sax tevoorschijn komen die uitgeleide worden gedaan door De Craene’s gefluit, tot het doek valt. En dan dringt het door dat die debuutplaat best wel wat straffe dingen laat horen. Het is een plaat met een indrukwekkende eerste helft die een breed en rijk palet laat horen. De tweede moet het in vergelijking afleggen, maar de band gaat ook daar op zoek naar een eigen sound (mission accomplished), wat hen tot eer strekt. En ook: het is duidelijk dat dit viertal vuur in de vingers heeft, maar ook het verstand om dat niet voortdurend te willen tonen. Als de band blijft verder evolueren aan dit tempo, dan staan ons nog stoten te wachten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − tien =