Cat’s Eyes :: Duke of Burgundy

Bedwelmend, dat is de nieuwe plaat van Cat’s Eyes in een woord samengevat. En dat komt niet louter doordat de hoes doet denken aan softporno uit de jaren zeventig, maar door het vreemde muzikale landschap waar dit duo je twintig werkstukjes lang doorheen sleept.

Hoewel de band op z’n beste momenten genadeloos sterk uit de hoek kan komen, is het oeuvre van The Horrors niet direct eentje dat het moet hebben van z’n consistente kwaliteit. Opera, om eens heerlijk van de hak op de tak te springen, is een onderdeel van de wondere wereld der muziek waarvan we nu eens helemaal geen kaas gegeten hebben. In 2011 kwamen beiden zowaar in contact met elkaar onder de vorm van Cat’s Eyes, een project dat gelijk de titel van een plaat werd.

Daarop lieten Horrors frontman Faris Badwan en de Italiaans-Canadese sopraan Rachel Zeffira horen dat ze voor elkaar gemaakt zijn. “Een plaat die klinkt zoals soundtracks van verborgen parels uit de Franse en Italiaanse cinema in je hoofd klinken: een caleidoscopisch klankpallet”, schreven we dat jaar en alsof de duivel er mee gemoeid is: de nieuwe, zopas verschenen Cat’s Eyes is een soundtrack geworden!

De titel van die prent is The Duke of Burgundy en afgaand op de trailer -de prent loopt nog niet in de zalen- is het helaas geen parel in wording in de Franse of Italiaanse cinema. Eerder lijkt het een cinematografisch werkje waar het voor overdreven romantisch ingestelde meisjes heerlijk bij zwijmelen is. Dat kan natuurlijk foute perceptie zijn, afgaand op een twee minuten durend clipje waarin dode vlinders en drogende slips een niet onbelangrijke rol spelen, maar laat het er ons op houden dat de trailers van A Bout de Souffle of Last Tango in Paris meer tot kijken aanzetten en bovendien perfect overeind zouden blijven met de muziek die Cat’s Eyes hier voorschotelt.

Want vergis je niet (zoals wij mogelijk doen, wie blijkt The Duke of Burgundy wel een meesterwerk), dit is een behoorlijk indrukwekkende plaat. Eentje die weliswaar niet zo’n onmiddellijke impact heeft als zijn voorganger, maar waarbij het, welja, na verloop van tijd heerlijk zwijmelen is.
Voor dat gebeurt, dient uiteraard de berg tracks die hier samengebracht werden overwonnen te worden. Met twintig kleine en middelgrote stukjes muziek, is dit album een zekere opgave, maar dan eentje waar je aanvankelijk van parel naar parel springt om niet lang daarna helemaal bedwelmd te raken.

Niemendalletjes zoals “Forrest Intro” scheppen immers mee de sfeer waarop een lentefris nummer als “Opening Credit Song” (heerlijke titel, toch?) gefundeerd is. Soms levert Cat’s Eyes meer sfeer dan song af, zoals in “Moth”, maar ook dat blijkt een uitgekiend onderdeel van het grotere geheel te zijn.

Door als een vlinder van de ene ervaring naar de andere te fladderen, ontstaat een caleidoscopisch album waarbij het onbehagen van “Door No. 2” wonderwel uitmondt in de verwondering van “Carpenter Arrival”. In de tweede helft van de plaat lijkt de spoeling zo nu en dan aan de dunne kant – “Door No. 3”, oké dan-, maar dat kan gerust als langzame opbouw naar het hoogtepunt genaamd “Requiem for the Duke of Burgundy” gezien worden. Plots duikt Cat’s Eyes het diepe muzikale verleden in — eindelijk lijkt duidelijk te worden wat dat sopraan zijn nu juist inhoudt– en wordt een zinderend stukje muziek afgeleverd. Was de eerste van dit duo een opzwepende belevenis, dan werd hier gekozen voor de meeslepende aanpak. Missie geslaagd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + 3 =