American Sniper

Wanneer ik de reacties in de Belgische pers over American Sniper lees, komen er twee vragen bij mij op. De eerste is of de journalisten die de laatste nieuwe van Eastwood zonder schroom als fascistische propaganda brandmerken, zich baseren op de inhoud van de film of op het ietwat bedenkelijke succes ervan. Het is immers algemeen bekend dat enkele in Europa niet zo geliefde figuren na afloop van de film het hoofdpersonage van American Sniper, Chris Kyle-een scherpschutter die van de oorlog in Irak thuiskwam met een wel héél hoge killcount-, tot greatest hero ever uitriepen en alle haters vriendelijk verzochten zich stante pede bij IS aan te melden, want daar horen al die vuile landverraders thuis. Spijtig dat veel critici de cultus rond een film niet van de film zelf kunnen onderscheiden, maar dat gebeurt helaas wel vaker. De tweede vraag-en nog belangrijker- is of alle criticasters ooit wel al eens een andere film van Clint Eastwood hebben gezien. Of ooit iets over de arme man hebben gelezen. Momenteel heb ik namelijk de indruk dat de meesten hem enkel nog kennen van dat genante stoelendebacle tijdens de presidentsverkiezingen van 2012.

En tja, eerst een beetje met de Republikeintjes gaan mee heulen en dan een oorlogsfilm maken? Dat is inderdaad wel vragen om vogelvrij verklaard te worden door de Twittergoegemeente. Wij, verlichte Europeanen, koesteren namelijk een grondige afkeer tegen de Amerikaanse rechtervleugel en zijn er stellig van overtuigd dat het allemaal reactionaire Charlton Heston types zijn die naar hartenlust trespassers neerschieten, tienermoeders dwingen hun (al dan niet plastieken) baby’s te houden en ‘death before gay marriage’ bumperstickers op hun roestbruine Chevrolet 4×4’s hebben plakken. Toch is Eastwood eerder een uitzondering op de regel en dat tegenbewijs heeft hij al voldoende geleverd met zijn cinema. Uit zijn films is immers gebleken dat hij, in tegenstelling tot sommige van zijn partijgenoten, wél het hart op de juiste plaats heeft. Denk bijvoorbeeld maar aan het pro-euthanasie standpunt dat hij innam in Million Dollar Baby. Eastwood’s politieke kleur heeft dan ook eerder te maken met zijn liberalistische gedachtegoed en zijn afkeer van overheidsinmenging. In zekere zin is hij nog steeds die poor lonesome cowboy die liefst in alle sereniteit zijn oude dag zou willen doorbrengen op een veranda met een ijskoud Budweiser biertje, zachtjes tobbend in de schommelstoel. Als Uncle Sam het toelaat tenminste. Noem dat gerust een naïeve, isolationistische houding, maar niemand kan ontkennen dat Eastwood zijn idealen steeds op een treffende manier in zijn films verwerkt. Denk maar aan films als Million Dollar Baby en A Perfect World, films over nomaden aan de zelfkant van de maatschappij, verstotelingen zelfs, die gewoon met rust gelaten willen worden. Datzelfde gevoel is ook sterk aanwezig in Chris Kyle, het hoofdpersonage van American Sniper.

Kyle wordt voorgesteld als een nogal simpele redneck die zijn dagen slijt met rodeo wedstrijden, bier drinken en overspel. Hij heeft misschien niet veel in zijn leven, maar zijn vrijheid is hem heilig. Tijdens het eerste halfuur neemt de film zijn tijd om het karakter van Chris Kyle te schetsen en Eastwood doet dat zoals hij dit het beste kan, door middel van lange sfeercsènes in bruine kroegen. Wanneer Kyle na de aanslagen van 9/11 plots het gevoel krijgt dat die vrijheid in het gedrang komt, sluit hij zich meteen bij de marines aan. Nergens wordt Kyle’s keuze door Eastwood als een heroïsche, of zelfs maar als een wenselijke daad voorgesteld. Eastwood illustreert enkel hoe de gebalde oorlogsretoriek van het Amerikaanse leger gemakkelijk indruk kan maken op mannen uit bepaalde milieus: Kyle is niet hoog opgeleid, komt uit een ietwat achtergesteld midden en is sterk gevormd door de waarden die zijn autoritaire vader hem vroeger heeft bijgebracht. Misschien is het wel door zijn simplistische, onwetende kijk op de wereld dat hij het zo ver schopt in het dichotomische goodies versus baddies denken van het leger? In die zin is het wel begrijpelijk dat mensen American Sniper vergelijken met Forrest Gump en aanstoot nemen aan het feit dat Chris Kyle hier wordt voorgesteld als een brave Amerikaan die ‘gewoon zijn orders opvolgde’. De echte Kyle was naar verluidt nogal een psychopaat en dat aspect wordt onderbelicht in de film. Eastwood wil Kyle dan ook duidelijk niet veroordelen, maar toont langs de andere kant wel het schaduwkantje van zijn zogenaamde heldendom. Net als John Ford is hij erg geïnteresseerd in de in de ambiguïteit van heroïsche mythes en contrasteert hij grote Amerikaanse symbolen met wrangheid. Zo is er een scène die erg aan het einde van Fort Apache doet denken: op een gegeven moment wordt de inmiddels zwaar getraumatiseerde Kyle in het bijzijn van zijn zoontje een held genoemd door een onbekende in de supermarkt. Het lijkt een kleffe, typisch Amerikaanse scène, tot de enorme relativiteit van zo’n moment tot je doordringt. Is oppervlakkige roem het waard om voor de rest van je leven zo verknipt te zijn?

Langs de andere kant wil ik niet te veel doordraven in lof voor deze film, want American Sniper heeft genoeg mankementen en zelfs bedenkelijke kantjes. Eastwood wou duidelijk een anti-oorlogsfilm maken, maar dat vloekt enigszins met de voorstelling van Chris Kyle als supersoldaat die altijd de concentratie zelve is en vijanden van 2 kilometer ver kan raken. Ook het feit dat Kyle’s enge paranoia steeds gelegitimeerd blijkt, is een beetje dubieus. Hij verdenkt alle Irakezen ervan terroristen te zijn en krijgt keer op keer gelijk. Misschien nog stupider is de onbegrijpelijke keuze om een soort nemesis toe te voegen, Mustafa, het goudhaantje van Al Queda, die altijd op het juiste moment opduikt om Kyle’s mannen naar de verdoemenis te schieten. Soms lijkt het haast een segment van McBain uit The Simpsons, waar de held pathetisch met zijn vuist schuddend MUSTAFAAAA! schreeuwt, nadat de booswicht weer maar eens heeft toegeslagen. Het feit dat de oorlogsscènes iets weg hebben van dat spelletje Call of Duty, degradeert de film helemaal tot een cowboys en indianen verhaaltje.

Verder is het ook een heel nonchalante film, maar dat apprecieer ik dan weer wel. Er zit altijd een soort onbeholpenheid in de films van Eastwood die vloekt met de zwaarmoedige sfeer en dat geeft soms een eigenaardig contrast. Clints films zijn onvolmaakt, maar hebben wel een heel persoonlijke stijl. Ze doen me een beetje denken aan demagogische uitspraken van aandoenlijke oude heren aan bushaltes, waarmee je het eigenlijk grondig oneens bent, maar uit beleefdheid knik je toch maar eens vriendelijk. Ik vergeef Eastwood dan ook zijn absolute onvermogen om overtuigende morele dilemma’s te schetsen en voor het feit dat de film meermaals in kigheid vervalt. De scène waarin het hoofdpersonage tijdens een heel belangrijke missie even rustig met zijn vrouwtje belt die wou vertellen wie ze is tegengekomen bij de coiffeuse, is er zo eentje waar je je oprecht van afvraagt hoe hij in godsnaam in de final cut is geraakt. Natuurlijk staat Eastwood ervoor bekend een nogal overhaaste werker te zijn die principieel weigert meer dan twee takes te doen en nog liever een plastieken Babyborn pop gebruikt dan een extra draaidag te moeten inlassen. Maar die enorme onverschilligheid siert Eastwood wel en misschien is het wel juist daarom dat ik hem na al die jaren nog steeds kan appreciëren. Ook al is hij een hele enge Republikein.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 5 =