Eric Chenaux :: Dull Lights

Er zijn zo van die namen en instituten die door hun aanpak, bewezen integriteit en aanspraak op een vlekkeloos curriculum meteen buiten verdenking gesteld worden. Het hardnekkige Canadese DIY-collectief van Constellation Records is een goed voorbeeld, en de weinige albums die ze op de markt brengen, worden doorgaans overstelpt met superlatieven. Dat het nu ook Eric Chenaux zal overkomen lijkt echter onwaarschijnlijk.

Tenzij u rechtstreeks in verbinding staat met de vinger aan de pols van de Canadese underground heeft u net als ons nog nooit van Chenaux gehoord. Hij wordt nochtans beschouwd als een veteraan, een onrustige artiest die reeds anderhalf decennium muziek aan de man brengt in Toronto; eerst in de punksector, nu in die van de experimentele indie. De ontoegankelijkheid van Dull Lights is niet zo’n verrassing (zelfs de grootste namen op het label — Godspeed You! Black Emperor, Do Make Say Think, A Silver Mt. Zion — spelen radicaal anticommerciële muziek), maar wel de oriëntatie, die schippert tussen improvisatie, minimalisme en folk.

De beschikbare informatie over Chenaux heeft het steeds over zijn status als snarenvirtuoos, en ook op Dull Lights hanteert de man de elektrische gitaar, banjo en lap steel, al heb je er als buitenstaander vaak het raden naar wat hij precies in z’n handen heeft. Een traditionele stijl hanteert hij immers niet, en van een klassiek klankenpalet is er al helemaal geen sprake. In plaats daarvan: primitief snarengepluk en –geklop, en een rammelend, kletterend, metaalachtig geluid dat suggereert dat hij met eender wat dat binnen handbereik had gelegen, een gelijkaardig album had kunnen maken.

De folkinstrumentatie wordt aangewend met haast avant-gardistische doeleinden: Chenaux heeft lak aan structuur, en de negen stukken muziek klinken dan ook niet als songs, maar als oppervlakkig georganiseerd geluid. In de geest van intuïtiviteit en improvisatie gaat het allemaal z’n gangetje, minimalistisch en zelden voorspelbaar. Opmerkelijk is de Schotse inslag van enkele nummers: vooral "Worm And Gear" met z’n militaire tromgeroffel en gemanipuleerde geluid, waardoor je doedelzakken denkt te horen, lijkt geïnspireerd door een wandelvakantie in de highlands. Bij "White Dwarf White Sea" is die invloed ook aanwezig, maar dan vooral in de zanglijnen.

Net zoals bij zoveel van de met haken en ogen aan mekaar hangende folkalbums is ook hier de invloed van Will Oldham en zijn uitgebreide carrière te ontwaren: zo lijken de kale opener "Skullsplitter" (de verwachtingen die de titel schept worden helaas niet ingelost) en het al even monotone "I Can See It Now" qua sfeer wel heel erg op Days In The Wake. Het is allemaal intrigerend voor een tijdje, maar na een paar songs gaat het vervelen, zeker als Chenaux de "laat-de-tape-toch-maar-lopen"-attitude de bovenhand laat krijgen: "Weather The Wind" lijkt aanvankelijk Timesbold-terrein te betreden, maar gaat gaandeweg meer en meer klinken als het product van een stel kleuters die de muziekklas overgenomen hebben.

Hier en daar zijn er momenten die weten te boeien ("Memories Are No Treasure" ontwikkelt een walsje en "Ronnie-Mary" lijkt wel een folkversie van Captain Beefhearts gekneusde avant-blues), maar Dull Lights is al te onderontwikkeld en richtingloos om meer dan wat nieuwsgierigheid op te wekken. Door de repetitieve sound en het gebrek aan een coherent statement blijft het bij een luisterervaring die iets gratuits heeft. Anderzijds kan je natuurlijk ook beweren dat je een artiest niet mag beoordelen aan de hand van criteria die hij niet hanteert of voor ogen heeft. Wat er dan overblijft zijn intuïtie en verbeeldingskracht. Of die voldoende zijn om te overtuigen blijft een vraag waar we geneigd zijn negatief op te antwoorden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − 9 =