Kevin Morby :: Still Life

Als 2014 met acts als The War On Drugs, Strand Of Oaks en Steve Gunn de grote terugkeer van de authentieke rock inluidde, werd een belangrijke naam iets te vaak vergeten: Kevin Morby.

Nochtans was de Amerikaanse rasmuzikant in september al te zien op Big Next Festival in Gent, dat zoals de naam het zegt (inter)nationale beloften van morgen voorstelde. Daar was Morby in een ideale setting — een zon overgoten DOK-arena — een van de ontdekkingen. Noteer maar: hij heeft dit jaar nog niet zijn hoogtepunt bereikt. Ondanks zijn jonge leeftijd (nog altijd maar 26) is Still Life toch al zijn tweede soloplaat, één jaar na Harlem River, en reisde hij de wereld rond als bassist bij Woods en aanvoerder van The Babies. Die bands zijn meer lo-fi gericht, solo gooit Morby het over een andere boeg.

Morby heeft een dijk van een stem en heeft dus niet meer nodig dan dat en een akoestische gitaar, soms versterkt door een elektrische gitaar of occasioneel orgeltje, om de aandacht van de luisteraar vast te houden. Een van de beste bewijzen is “All My Life”. Morby’s arrangementen zijn simpel en diepgaand tegelijk — reken dus niet op ellenlange solo’s of psychedelische passages. Een pakkende melodie en cynische teksten: that’s it. Ook “Parade”, een duidelijke hommage aan Morby’s held Lou Reed, is een prachtsong die erom schreeuwt om veelvuldig beluisterd te worden op een eenzame winteravond.

Het lijkt of Morby zelf rust vond in zijn soloproject na veel omzwervingen — hij is oorspronkelijk uit Kansas City, woonde in New York en is intussen verhuisd naar Los Angeles. Ook “The Jester, The Tramp & The Acrobat”, een opener om u tegen te zeggen, is zo’n sierlijk nummer dat een soort rust uitstraalt zonder melig over te komen. “The Ballad Of Arlo Jones” is meer up-tempo, maar daarom niet minder begeesterend. Dan weet je dat je met een groot talent te maken hebt. Zo nodig nog gevoeliger, maar zonder in de valkuil van clichés te trappen, is “Bloodsucker”: een romantische, trage folksong met (opnieuw) behoorlijk wat cynisme. Luister maar eens naar “I am trying to make peace with where I am/ Blood on the wall, with the knife stuck to my hand” en u weet genoeg.

Hét hoogtepunt wordt echter voor het einde gehouden: “Amen”. In deze acht minuten lange brok rootsrock verschijnen saxofoon en trompet geregeld op de voorgrond. Het resultaat is, gecombineerd met Morby’s volle stem (en opnieuw die teksten: “I’m not dead… but I’m dying, so slow, slow”) ronduit magisch. Misschien moet Morby zijn nummers in de toekomst soms wat langer laten uitspinnen en nog meer instrumenten aan bod laten? Dan zal hij de rockmuziek een nog grotere dienst kunnen bewijzen. Maar deze plaat is al een voorlopig hoogtepunt.

Still Life is veel meer dan een laidback (folk)rockplaat, het is een prachtschijf — om zoals de titel het verklapt — stil van te worden, eentje die tijd wat trager doet gaan. Kevin Morby zal dus niet alleen de stille genieter aanspreken, maar even goed fans van zielsgenoten als Steve Gunn, Kurt Vile en Cass McCombs.

Kevin Morby speelt op 17 mei samen met Steve Gunn op Les Nuits Botanique in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − 1 =