Live fast, die young, gaat het motto voor rebelse jeugd. Met “Die Young”, de tweede single uit zijn aankomende album Little Wide Open, uit op 15 mei, weet Kevin Morby dat een beautiful corpse achterlaten overgewaardeerd is. “Thank god that we didn’t die young”, dus: wees blij dat er een tijd bestond dat die leuze steek hield, maar net zo goed dat die tijd voorbij is. En dat dat mooi is, zo. Vooral dat.
“Javelin” was al een aardige voorzet, maar “Die Young” bevestigt helemaal dat Kevin Morby in de vorm van zijn leven is. Een akoestische gitaar, een banjo, en wat later zijn rustgevende stem met de lichtst mogelijke korrel (iedereen wordt ouder): meer heeft Morby niet nodig om ons in te pakken. Vanaf die opluchting van een refrein – “Thank god that we didn’t die young” – komen een fiddle (geen viool, dankjewel: dit is pure americana) en een afgemeten drumlijn mee spelen, terwijl Morby zijn verleden en heden afweegt met zinsneden als “I got to missin’ the past”.
Na een schietgebedje (“And see to it that if we die young / I’ll live on through you / And you’ll live on through me too”) volgt een waslijst aan oog-door-de-naald-momenten, maar net zo goed “Fell in love” en “Grew up”. Waren of zijn het allemaal maar akkefietjes, toen of nu? Morby laat niet in z’n kaarten kijken, neuriet nog een laatste strofe bij de ondergaande zon van zijn “Die Young”, en herhaalt met zijn backing band nog eens dat refrein als motto voor rebelse volwassenheid. Als Morby nog een handvol songs van dit kaliber op zijn achtste langspeler heeft staan, dan zal americana er dit jaar wellicht niet beter op worden. Dat het maar snel 15 mei is.



