2 x Ingebrigt Håker Flaten :: Chicago Sextet & The Young Mothers

Na jaren van heen-en-weer-gereis, tomeloze inzet en exploraties mag je de Noorse bassist Håker Flaten (°1971) gerust beschouwen als een van de meest opvallende en gerespecteerde figuren van de moderne freejazz en vrije improvisatie. Hij is intussen al even verkast naar Texas, maar dat maakt hem niet minder graag gezien in Europa. Op vrijdag 5 december staat hij voor het eerst in deze contreien met zijn Chicago Sextet.

Ingebrigt Håker Flaten Chicago Sextet – Live At Jazzfest Saalfelden 2011

De band bestaat eigenlijk al even, maar heeft reeds een paar transformaties ondergaan. Het ontstond immers als een Scandinavisch kwintet dat geleidelijk aan een andere bezetting kreeg en met de komst van vibrafonist Jasosn Adasiewicz pas z’n definitieve, zeskoppige plooi vond. Naast Håker Flaten en Adasiewicz bestaat de band uit gitarist Jeff Parker, saxofonist Dave Rempis, drummer Frank Rosaly en de Noorse violist Ola Kvernberg. Door die combinatie zijn concerten eerder schaars en dat is jammer, want als deze release iets laat horen, dan is het wel dat de band van meet af aan een heel eigen sound had.

Dit is immers een heel eind verwijderd van de stevig erin hakkende powerjazz van The Thing, het eclecticisme van Atomic of de talloze excursies in de vrije muziek waarbij de bassist betrokken is, of het nu gaat om het Rempis Percussion Quartet, Sun Rooms of, deze zomer nog, Teun Verbruggens B.O.A.T.. Hier krijg je te maken met duidelijk uitgewerkte composities met een kop en een staart, afwisselingen tussen sobere en weldadige passages, en hier en daar momenten van vrijheid. Dat gebeurt dan wel met houvast, door een terugkerend motief of een melodie als fundament te gebruiken.

Stapelen gebeurt meteen mooi vanaf opener “Virgoan Ways”, dat van start gaat met een verrassend ingetogen, haast naar de ambient neigende samenhang, met de nadruk op zingende feedback en suizende elektronica. Daarna trekt die machine zich gestaag op gang, met een herhaald baritonsaxmotief en daarover bevlogen soleerwerk van Kvernberg. De tweede helft is vrijer, maar bewaart de majestueuze kracht, een verre verwant van die van Angles 9. De twee korte stukken die erop volgen, lijken te suggereren dat de bassist in navolging van Mats Gustafsson meer interesse begon te krijgen in noisy elektronica, terwijl vooral “Wells” in de wereld van schurende noise en rock duikt.

Afsluiter “Irrational Ceremony” is het meest klassiek, het meest ‘jazz’, en hier valt vooral op dat de uit z’n voegen barstende sound van de voorganger opzij geschoven werd voor een sobere opbouw met een catchy thema en een funky zwier. Nogal een wending als je net ervoor The Thing hebt beluisterd. Het leunt eerder aan bij de jazzrock van de vroege jaren zeventig, met Kvernberg dan als Jean-Luc Ponty van dienst, maar de muzikanten laten horen dat ze daar ook bedreven in zijn. Live At Jazzfest Saalfelden 2011 klinkt dan ook niet als een flauwe vingeroefening, maar als een hecht sextet dat na die opwarming meer fraais in huis heeft.

The Young Mothers – A Mother’s Work Is Never Done

Zal het Chicago Sextet voor sommigen al een verrassend geluid laten horen, dan is het hek helemaal van de dam bij The Young Mothers, een sextet dat een brug probeert te bouwen tussen hiphop, powerrock en (free)jazz. Opnieuw zien we hier Chicago-drummer Frank Rosaly, maar deze bezetting is vooral gebaseerd in Håker Flatens nieuwe thuisbasis Texas, met saxofonist Jason Jackson, rapper/trompettist Jawwaad Taylor, gitarist Jonathan F Horne en vibrafonist/drummer Stefan Gonzalez. Het totaalgeluid is gemuteerde jazzfunk, met zowel spacey invloeden als kleine dingetjes die wijzen op invloeden uit postrock, pompende gitaartoestanden en de uitbundige jazzrockexperimenten van de jaren zeventig.

Als de muziek al een beetje vertrouwd klinkt, dan is ook dat geen toeval: een paar composities die ook werden uitgevoerd door het Chicago Sextet keren hier terug. “Wells, The Original” klinkt nog potiger en strakker (met onderwereldgekrijs van Gonzalez erbovenop) dan de oudere versie, terwijl het drone-achtige “Virgoan Ways” deze keer dan weer iets compacter gehouden wordt. Maar het is een coole en hedendaagse sound die Håker Flaten en co. hier bij elkaar gesprokkeld hebben, alsof Mike Ladd, The Thing en een vettige funkband hier samen een feestje houden. In “The ‘Wood” klinkt dat nog als een excentrieke versie van eclectische smeltkroestoestanden, terwijl het in “Molé” heel knap is hoe de hele tijd rond een vast, Afrikaans klinkend motief gewerkt wordt.

Opvallendste stuk: “Theme From Fanny & Alexander”, dat gebaseerd is op muziek van Benjamin Britten, en hier vooral een schittermoment is voor Horne en de dreigende strijkstokstijl van de bassist. Afsluiter “Ruth” gaat dan weer lopen met de prijs voor de meest onwaarschijnlijke combinatie: gedreven zang, exploderende drums en hakkende gitaren, maar ook kinderlijke kalimba en een saxmelodie uit de Oegandese volksmuziek die een en al uitbundige zonnigheid is. Opnieuw: een merkwaardig samengaan van stijlen – soms klinkt het alsof enkel Neneh Cherry nog ontbreekt -, maar gebracht met een enorme drive. Ook dit moet live zorgen voor een oplawaai van jewelste.

Het eerste album verscheen digitaal en op vinyl, in een beperkte oplage van 350 stuks. Het is zeker ook de moeite om het eens te vergelijken met een concertregistratie van een jaar later in Lissabon. Die verscheen enkel digitaal, maar is meer dan twee keer zo lang en laat een nog beter op elkaar ingespeelde band horen.Meer info hier. Het Chicago Sextet (met Jasper Stadhouders i.p.v. Jeff Parker) staat op vrijdag 5/12 in het Zuiderpershuis. Voorprogramma: Laurens Smet Anvers Stock Trade. Een avond in de Oorstof-concertreeks.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 2 =