AC/DC :: Rock Or Bust

AC/DC don’t do failure. Toen de band begin 1980 zijn zanger kwijtspeelde, was bij de pakken blijven zitten geen optie. Stoppen werd al helemaal weggelachen. Met een nieuwe frontman en een geweldige plaat maakten ze gewoonweg een tweede start. In 2014 kreeg de band door de gezondheidsproblemen van de dementerende Malcolm Young alweer een opdoffer van formaat te verwerken. Ook dat weerhield de band er niet van om zijn kunstje nog eens uit te voeren. Neef Stevie nam de taak over en Rock Or Bust is beter en vinniger dan voorganger Black Ice (2008). Maar verwacht vooral niks nieuws.

AC/DC beluister je immers niet om verrast te worden. Net als bij de even iconische Ramones en Motörhead krijg je keer op keer een variatie op hetzelfde, met zeer minimale wijzigingen. Dat is nu niet anders. De sound, de riffs, de ietwat stompzinnige songteksten vol clichés en puberinnuendo; het zit er allemaal in. In vette en gesuikerde dosissen. Voor de ene is dat de zoveelste bevestiging van de irrelevantie van de band, maar wie het Australische zootje een warm hart toedraagt, hoeft niet te aarzelen. Op z’n beste momenten is Rock Or Bust steengoede AC/DC. Dat volstaat soms.

Opvallend: na z’n langste album komt de band op de proppen met z’n kortste. Gelukkig maar. Black Ice was met een speeltijd van bijna een uur immers veel te lang. De krappe 35 minuten van Rock Or Bust zijn een verademing. Geen enkele song komt zelfs in de buurt van de vierminutengrens, waardoor je eigenlijk te maken krijgt met een gerekt rifffestijn. De helft daarvan knikt naar eigen en andermans werk, maar kan ook zonder verpinken naast Stiff Upper Lip staan, de zompige bluesbeuker uit 2000, waarop de band even terugkeerde naar de jaren zeventig.

De titeltrack laat meteen horen dat deze plaat eerder aansluit bij Black Ice, op het terrein van de goed in het gehoor liggende stadionrock. De productie van Brendan O’Brien is glad en commercieel, waardoor drums uit de speakers hameren en refreinen larger-than-life door de koptelefoon galmen. Johnsons gekweel klinkt behoorlijk energiek (en minder schel dan vroeger vaak het geval was), het gitaarwerk is rudimentair, de ritmesectie (veteranen Cliff Williams en de onlangs nog in opspraak gekomen Phil Rudd) primitief en oerdegelijk. Nog meer van dat in “Play Ball”: pompend radio-, auto- en krachthonkvoer. Catchy, lenig, al wat je wil eigenlijk, en volledig in de lijn van de pop-AC/DC van Back In Black of The Razor’s Edge.

Maar soms loopt er een heel dunne grens tussen degelijk en flauw, tussen aanstekelijk en goedkoop, tussen Côte d’Or en die voze Duitse rommel, en “Rock The Blues Away” is er zo eentje waarbij ze aan de verkeerde kant belanden. Cartoonrock waarbij je onvermijdelijk denkt aan patsers met okselinfecties en siliconendellen die zich rond palen slingeren, terwijl Johnsons gekerm (“Drivin’ in my car / Headin’ for the local bar”, pure inspiratie) bedolven werd onder een vies effect waardoor je even denkt dat je nieuwe werk van John Fogerty te horen krijgt. Een variant op “Rockin’ All Over The World”. Gelukkig wordt dat vervolgens weer goedgemaakt met de venijnige bluesrock van “Miss Adventure” en mid-tempo nekbreker “Dogs Of War”.

Soms gaat het er gewoonweg te dom en boertig aan toe (“Got Some Rock & Roll Thunder” verveelt binnen de minuut) en ga je je echt afvragen of vijfendertig minuten muziek op zes jaar niet wat creatiever ingevuld konden worden. Voelt “Hard Times” aan als een rip-off van Aerosmith, en “Rock The House” als eentje van Led Zeppelin, dan herkauwen ze tenminste hun eigen “Beating Around The Bush” voor “Baptism By Fire”. Maar beluister ze vooral niet na elkaar.

Wie steevast vragen stelt bij de monotonie van de AC/DC-discografie, heeft bij Rock Or Bust niks te zoeken. De band heeft z’n beperkte speelzone tussen potige bluesrock en meezingbare stadionrock jaren geleden al met zorg en liters kokende urine afgebakend. Rock Or Bust is wat het is: een pretentieloos half uur vertier vol wereldvreemde rock-‘n-roll. Of een glorieus escapisme van clichés. Goedkoop, vunzig en immens voorspelbaar, maar soms ook met een glimp van de riffmachine die AC/DC ooit was. Het is geen Back In Black, Powerage en al helemaal geen Let There Be Rock, maar meer fun dan Ballbreaker en Black Ice gecombineerd. Een goeie middelmaat dus, en dat is nog altijd een stuk beter dan, pakweg, U2.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − negen =