The Growlers :: Chinese Fountain

Volgens psychologen is de mens een geboren hokjesdenker die zonder duidelijke labels weleens tilt wil slaan. Om het ons gemakkelijk te maken, bestempelen The Growlers zichzelf sinds 2006 als ‘beach goth’, een niet eens zo ontoepasselijke naam voor hun Happy-Go-Lucky deuntjes die hand in hand gaan met teksten voor terminale cynici. Meerwaardezoekers die diepgang of een dissectie van de ziel nastreven, kunnen we weer wandelen sturen. Hoe deprimerend kan een in Zuid-Californië residerend kwintet immers klinken?

Hoe chill ze ook mogen klinken, deze bezige baasjes bezitten niet het talent om lusteloos op hun krent te blijven zitten. Met Chinese Fountain zijn ze aan hun vijfde langspeler toe en tussendoor zijn ze nooit te beroerd om enkele ep’s op de markt te gooien. Hun standaard modus operandi bestaat erin zo snel mogelijk een hoop nummers te produceren alvorens dat vervelende denkwerk en perfectionisme de boel komt verzieken. Of zoals ze het zelf verwoorden op “Good Advice”: “I think too hard, or not at all”. Ook hun laatste geesteskind werd samengesteld op amper twee weken tijd. Fans van het vroegere werk zullen meteen opmerken dat er aan de productie gevijld is. Na een mislukte opnamesessie met Dan Auerbach (The Black Keys) en nadat een vuurwerkincident de vertrouwde studio tot as herleidde, hielpen een nieuwe producer en technicus bij het behouden van de focus en het scherpstellen van de sound. Vooraleer het woord ‘sell out’ wordt gescandeerd: lo-fi gefröbel kan allercharmantst zijn, maar deze jongens konden echt wel wat opkuiswerk gebruiken.

Ze klinken strakker en iets meer salonfähig, maar de essentie, of de lichte chaos zoals je wil, is behouden. Het blijft muziek voor slackers, een surfpunk samenraapsel van relaxte reggae ritmes, funk, (slechts half gelukte) spacedisco en garagerock met een psychedelische twist. De licht dronken stem van Brooks Nielsen slalomt door vrijwel elk nummer, waardoor een in goedkoop bier gelardeerde klaagzang nooit veraf lijkt. Zo baadt opener “Big Toe” in een sfeer die nog het best te omschrijven valt als een East Coast-versie van The Strokes. De heren schuwen ook de girl group invloeden niet, door onder meer castagnetten en stemharmonieën in de mix te gooien in “Black Memories” of in het mooie “Rare Hearts”. “Where are you going/come back with my heart” of “Is it too much to dream/that we can forever be/rare hearts that never disagree”, klinkt het simpelweg, een tikje melig, maar toch effectief. Minder subtiel is echter de “cold bitch” die de hartenbrekende bad boy moet vervangen. Tja.

De single “Good Advice”, een ongegeneerde meezinger, combineert een catchy orgelmelodie met een grote portie schmalz (“ I get so lonely/no one’s allowed to hold me, hold me”) en een aardig wegbekkend refrein (“There’s nothing as depressing as good advice”).

Toch blijft het een twijfelgeval, deze Chinese Fountain, want voor elk zonovergoten nummer, staat er een veelvoud aan songs op het album die gewoon niet interessant genoeg zijn om bij te blijven. De titeltrack blijkt onvergeeflijk saai en klinkt alsof Blondie’s “Heart Of Glass” door de mangel is gehaald om er een oervervelend disconummer van te maken. Ze mikten waarschijnlijk op groovy, maar eindigden in een langgerekte geeuw. Hetzelfde verhaal bij “Dull Boy” waar de luisteraar wordt uitgenodigd zichzelf op het gezapige reggaeritme in een coma te knikkebollen. Ironisch genoeg gaat dit lied over het saaie leven op tournee waar de muzikanten op zoek zijn naar “a pulse in any given scene”. Een iets heviger kloppende polsslag en diversiteit had van Chinese Fountain misschien een voltreffer kunnen maken in plaats van een sympathiek in de underground bivakkerend plaatje. Maar niet getreurd: de cultuurplamuur blijft dan wel niet al te lang plakken, The Growlers entertainen hoe dan ook hun publiek. Steek een kampvuurtje aan en laat het zand maar tussen de billen schuren terwijl de zon ondergaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vijf =