Goat :: Commune

Twee jaar geleden verraste het gemaskerde Zweedse psychedelische wereldfusionensemble (of hoe zou ú het noemen) Goat de muzikale wereld met het bejubelde, maar polemische World Music. Fantastische bandof weldoordachte hype: de critici geraakten er niet uit. Misschien kan plaat nummer twee uitsluitsel brengen.

Twee jaar geleden had iedereen — letterlijk en figuurlijk — de mond vol van Korpilombolo. Dit kleine dorpje in het uiterste noorden van Zweden had tot dan toe een uiterst onopmerkelijk verleden: Agneta van ABBA heeft er ooit eens over gezongen, verder vinden we werkelijk niets interessants over Korpilombolo. Maar plots bleken de dorpsbewoners actieve beoefenaars van voodoo en andere occulte rituelen te zijn, die steevast werden begeleid door hypnotische, opzwepende muziek. Enkelen van deze muzikanten emigreerden naar Göteborg, en richtten de groep Goat op, dat de traditie van de tribale, ‘sjamanistische’ muziek uit hun geboortedorp op plaat zette, en met World Music, een uitermate goed doordacht visueel concept (de leden dragen allen maskers, en hebben geen namen) en een sterke livereputatie uitgroeide tot een van de meest gevraagde bands van het moment. Mooi verhaal he? Juist, wij geloven er ook geen sikkepit van.

Dat Goat een hype is, hebben we kunnen vaststellen door de gigantische rijen voor de optredens tijdens Roadburn vorig jaar en Incubate een maand geleden. Volledig terecht volgens sommigen, compleet artificieel en overdreven volgens de andere. Op muzikaal vlak versmelten de obscure Zweden invloeden van over heel de wereld tot één organisch geheel: Oosterse klanken, Afrikaanse ritmes, funky baslijnen, Hendrix-achtige gitaaruitspattingen: het gemaskerde septet draait er de hand niet voor om. Vul het geheel aan met twee declamerende hogepriesteressen als vocalistes (bezwerend volgens de ene, kattevals volgens de andere), en je krijgt een recept voor een absolute topband. Of voor een knap in scène gezette eendagsvlieg die meesurft op een wereldwijde psychedelicarevival.

Album nummer twee moet dus — zoals zo vaak — de bevestiging worden. Eén ding staat meteen vast: op Commune valt er weinig vernieuwends te ontdekken. Goat tapt uit dezelfde grote hoeveelheid aan vaatjes als op World Music. En dat is zeker geen slecht nieuws. Het toch unieke geluid van deze Zweden klinkt fris, inventief en allesbehalve routineus. Openingsnummer “Talk To God” combineert de vertrouwde ingrediënten van een Oriëntaalse gitaarlijn, dikke funky baspartijen, tribale drums en percussie en eendimensionale, maar bezwerende vocalen die heel het nummer aanhouden, zonder monotoon of vervelend te worden. Zo is het ook met “Words”, dat op een verrassende wavey synthlijn verder dendert, of met “The Light Within” dat op een lichtvoetige afrofunk-vibe deint, inclusief knappe wah-wah-solo. Het instrumentale “To Travel The Path Unknown” zet zichzelf in een vilten lounge-zetel, maar weet met een prachtige gitaarlijn de luisteraar te behoeden voor de eeuwige sluimer. “Goatchild” zou dan weer zo uit de soundtrack van een geflipte seventies B-film kunnen komen.

”Goatslaves” trapt de tweede kant van de plaat af met alle systemen op ‘dansen’, inclusief dodelijk verslavende baslijn en percussie, en tekent meteen voor één van de hoogtepunten van deze plaat. “Hide From The Sun” heeft stevige sixties-Bollywood-neigingen, en hult zich in dikke wierook- en andere geestverruimende dampen. Die intoxicerende sfeer wordt ook verdergezet op “Bondye” dat, net zoals op World Music het blijkbaar obligate jamnummer op de plaat is. En net als op het vorige album, blijkt dit toch weer het zwakke, wat stuurloze broertje tussen de andere, inventief gearrangeerde kinderen van Goat. Gelukkig herpakt de band zich, en maakt het de cirkel rond met een op dezelfde leest als het openingsnummer geschoeide, maar even ingenieuze, “Gathering Of Ancient Tribes”, dat deze toch wel weer knappe Commune afsluit.

Dat Goat muziek voor de eeuwigheid maakt, daar valt stevig over te twisten. Maar als één van de speerpunten van de opflakkerende psychedelica-scene vestigen deze mysterieuze Zweden zich wél met dit tweede, knappe album. Het gebrek aan variatie binnen de nummers dat Goat nogal eens wordt verweten, wordt meer dan ruimschoots gecompenseerd door het schier oneindige sonische universum waarin de band zich beweegt. Dat daaruit een hypereclectisch, maar hoogst unieke sound wordt uitgepuurd, is enkel het privilege van grote muzikanten. Binnen tien jaar zullen ze misschien van de aardbol verdwenen zijn, maar in het kosmisch zwerk hebben ze alvast hun onmiskenbare impressie gemaakt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × een =