Snailking :: Storm

Het regent en het waait gemeen en onophoudelijk in de wereld van het Zweedse doomtrio Snailking. Op hun tweede plaat Storm zorgt dat voor een monochroom epos dat van de ontmantelde aanpak een deugd gemaakt heeft. De band gooide alle overbodige troep overboord, ging met een minimum aan middelen en ideeën aan de slag en dat leverde een klein, donderend pareltje op.

Het ziet er trouwens wel naar uit dat dit soort doommetal met z’n uitweidende structuren nog wel even de plak blijft zwaaien in Roadburnland. De reputatie en het logo van Sleep zijn intussen doorgedrongen tot in mainstreamregionen, Neurosis is meer dan ooit een referentie geworden en met z’n recentste langspeler mag Yob zich ook definitief tot het kransje der groten rekenen. Dergelijke muziek is episch, massief en recent ook steeds vaker voorzien van dure studio-inspanningen die — oh ironie — zelfs die betonnen muren van geluid mooi gestileerd en afgeborsteld aan de man brengen met larger-than-life knopjeswerk. Niet zo opStorm, dat weliswaar kolossaal klinkt, maar ook dat undergroundkorstje bewaard heeft, waarin vooral opvalt dat de zangpartijen ingebed zijn in de muziek.

En dat komt de muziek ten goede, want die is nergens te protserig of aanstellerig. Opener “To Wander” had zo dienst kunnen doen bij een Vikingfilm, of een sober cinefiel werk (we denken meteen aan Refns Valhalla Rising) waarin weinig gezegd wordt, de landschappen rotsachtig zijn en het geweld bruut, abrupt en bloederig. De song is niet agressief, maar emotioneel geladen, op het grandioze af. Als die ene riff na 2,5 minuten opduikt, dan voel je je voeten onbedwingbaar een spreidstand opzoeken, vul je de longen met zoveel mogelijk zuurstof. Melancholische doommetal met een knoert van een hart. De grove kerkergrunt die erbij gestoken wordt, geeft de song ineens een vuil Coffinsrandje.

“Premonitions” — net als z’n voorganger meer dan tien minuten lang — herhaalt die aanpak, maar dan iets vlotter, om dan weer op de proppen te komen met een langoureus middenstuk dat smeekt om een majestueuze ontlading. “Slithering” zet de deur wat wijder open voor Neurosis (het lijkt even richting “The Doorway” te knikken), met een hoekig stotende riff en half dissonant gitaarwerk. Het heeft niet dat gepijnigde en Wagneriaans versmachtende van de Amerikanen, maar de impact is er niet minder om. Als je dan belandt bij orgelpunt “Requiem”, een tergend traag openvouwende monoliet van zeventien minuten, dan is de enige vraag die nog rest of je bereid bent om deel te nemen aan deze pelgrimstocht.

Snailking heeft van een vrij rudimentaire aanpak zijn handelsmerk gemaakt. Dit is dus geen complex, compositorisch meesterwerk met progallures, maar een uitgebeende, haast minimalistische wentelbeweging, waarin eigenlijk weinig ‘gebeurt’ en waarin je minutenlang moet wachten om een stuk getormenteerde zang te horen opduiken. Dat gebeurt dan wel met een overtuigende beheersing, een talent voor moddervette riffs en een sound die zowel doommetal-, sludge- als stonerfans zal aanspreken. De cd-versie plakt er ook nog eens instrumental “Void” achter, een kale treurzang die met gebogen hoofd schuifelt als een gitzwarte dodenmars. Storm is een ijzersterke en uitgepuurde oefening die de band een groter publiek moet bezorgen (ja, moet). En wij zitten intussen al een week die zanglijn van “To Wander” te neuriën. Dat zegt genoeg. Nog van dat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + 18 =