Bishop Allen :: Lights Out

Met vier albums en een stevige stapel ep’tjes op zijn conto heeft Bishop Allen zich opgewerkt tot de ongekroonde koning van de ongegeneerd aanstekelijke, artisanale indierock. Alleen begint het verhaaltje na vier albums een beetje voorspelbaar te worden. Of hoe consequente vrolijkheid na een tijdje toch ook gaat vervelen.

Als Bishop Allen een seizoen was, dan zou het zonder twijfel de zomer zijn. Zet Lights Out op en voilà, de zomereuforie van lichtjes beschonken avondlijke terrasfeestjes is meteen terug. Trompetjes en handgeklap in “Bread Crumbs”, Caraïbische ritmes in “Crows”, deze Bishop Allen-plaat vult in een vingerknip de meest mistroostige huiskamers met vrolijkheid, warmte en een gezonde dosis jeugdige onbezonnenheid. Aan zorgeloze zomeravonden hoeft nooit nog een einde te komen dankzij de vrolijke lo-fi indierock van Justin Rice en zijn kompanen.

De inherente vrolijkheid van alles wat deze groep produceert, werkt aanstekelijk. Geen grootse gebaren bij Bishop Allen: klein maar catchy is het motto. En dus staat de nieuwe plaat, net als Grrr… uit 2009, vol dartele melodietjes die zich supersonisch snel in je kortetermijngeheugen boren. Geen gedoe, geen grootse ambities, gewoon leuk en aanstekelijk. Maar of dat genoeg is om een goeie plaat te maken, is een ander paar mouwen.

Hier in huis kreeg Grrr… in 2009 nog het voordeel van de twijfel. De plaat zorgde voor “enige nieuwsgierigheid naar wat de band, mits het nodige schrapwerk, nog meer in zijn mars heeft”. Vijf jaar later is daar het antwoord: meer van hetzelfde. Inderdaad, in die vijf jaar sinds de vorige plaat heeft de groep diep nagedacht over de toekomst, de muziek en de songs, en vervolgens besloten om niks te veranderen aan zijn formule. Het broodnodige schrappen blijft dus achterwege en daardoor blinkt Lights Out jammer genoeg uit in voorspelbaarheid. En dat is vooral erg jammer. Want Bishop Allen is zo’n sympathiek groepje dat je het hen gunt om gewoon muziek te maken zonder het hoofd te breken over al wat beter kan.

Deze vierde Bishop Allen-plaat klinkt op het eerste gehoor niet minder goed dan de vorige drie. Geen slechte nummers, maar ook geen uitschieters. Na vier platen die op krek hetzelfde idee drijven, mag je echter net iets meer verwachten dan een plaat die nergens stoort. Ook een groep die drieminutensongs met een ongelooflijk dansbare hook tot een kunst verheven heeft, moet op een bepaald moment met een nieuw idee op de proppen durven te komen. Stilstaan is achteruitgaan, zegt het cliché, en hier is dat, na vier platen, echt wel aan de orde.

Want dat is het pijnpunt: nergens op deze plaat weet de groep echt te verrassen. Het is allemaal leuk en muzikaal licht verteerbaar (hoewel de teksten ook nu vaak minder lichtvoetig zijn dan ze op het eerste gezicht lijken). Lights Out klinkt dus helemaal zoals je het had verwacht. Die herkenbaarheid is goed, maar herkenbaar en voorspelbaar liggen vaak niet zo heel erg ver uit elkaar. Net zoals op de vorige plaat zorgt zangeres Darbie Nowatka voor wat afwisseling, onder meer in de net iets minder dansbare afsluiter “Shadow”, waar ze ingetogen haar ding mag doen. Daar komt de groep komt nog het dichtst in de buurt van vernieuwing.

Niks nieuws onder de zon dus, in Bishop Allen-land. De groep heeft zich ongetwijfeld goed geamuseerd tijdens het maken van deze plaat, maar telkens opnieuw dezelfde plaat maken, dat blijft niet werken. Heren en dame van Bishop Allen, knoop het in jullie oren: herkauwen is tot op vandaag nog steeds een techniek waarmee alleen koeien succes hebben geboekt. Hoog tijd dus om te experimenteren met jullie succesrecept. Je zou verbaasd zijn wat voor moois dat kan opleveren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × twee =