Leonard Cohen :: Popular Problems

Naast het lemma genade staat in het woordenboek de beeltenis van Leonard Cohen. Genade in de vorm van de grootvader die zijn levensverhaal in brede metaforen vertelt aan de met zijn oren stelende kleinzoon, net nadat hij een 21-jarige deerne met wie hij de nacht doorbracht galant aan het station afzette. Je moet sowieso al een bedenkelijk sujet zijn om een oude man van zijn spaarcenten te bestelen, als je het bij een zenmonnik met de flair van Boeddha en de gratie van God doet, verdien je niet minder dan Den Haag.

Maar over naar de orde van de dag en Popular Problems, Cohens tweede sinds hij in 2008 de bühne opnieuw besloot te betreden, gedwongen door de financiële nasleep van zijn Boeddhistische kater. Het in 2012 gereleasete Old Ideas was een verademing in een steeds meer verknipt poplandschap, een rustpunt op een kruispunt der snelwegen, en – niet onbelangrijk – zowel tekstueel als qua arrangementen een meesterwerk. Popular Problems is dat, met spijt in het hart en een knik in de stem, veel minder.

Net als op Old Ideas opent Cohen met een intentieverklaring, en wat voor een. “Slow” sluit naadloos aan bij Old Ideas, wanneer Cohen zichzelf apocrief aan de rand van het popwereldje stationeert: ”I’m slowing down the tune / I never liked it fast / You want to get there soon / I want to get there last / It’s not because I’m old / It’s not the life I led / I always liked it slow / That’s what my momma said”. Het is helaas het enige moment waarop Cohen echt tussen de sterren mikt.

De rest van Popular Problems is vooral veel alcoholluw bier waar je trappisten verwacht. De backingzangeressen die de late Cohen steeds meer gaan definiëren zijn, geven nauwelijks thuis, veelbelovende aanzetten verzanden in foute keuzes, opflakkerende toortsen doven razendsnel weer uit. Zo is single “Almost Like The Blues” grappig als in zeventig jaar rockmuziek gepekelde witz – ”There’s torture and there’s killing / There’s all my bad reviews / The war, the children missing / Lord, it’s almost like the blues” – maar ontbeert het nummer een ruggengraat om te overtuigen, en wordt dodenmars “Samson in New Orleans”, niet voor het laatst, volledig naar de haaien gezongen door de backing vocals. Eenzelfde euvel op “A Street”, dat muzikaal puik georkestreerd en lyrisch best fris van de lever is, maar door irritant gekreun de bocht uitgaat. Op “Did I Ever Love You”, waarop een oprecht kwade Cohen zich de lachers op de hals haalt met een switch naar godbetert een goedkoop countrydeuntje.

Het ergste verwijt dat je Popular Problems kunt maken, is dat het zo’n verdomde middelmaat is. ’t Is niet zo dat pakweg “My Oh My” en het door best aardige Afrikaanse vocalen ondersteunde “Nevermind” slechte nummers zijn, maar op Old Ideas hadden ze niet eens de bank gehaald. “You Got Me Singing” – fijn knipoogje naar de snotneuzen van de Stones – is wel een verfrissende afsluiter, al had het Hallelujahgrapje beter gediend als aside dan als fundament.

Sinds zijn publieke terugkeer heeft Cohen met Old Ideas een meesterwerk en met optredens die vlotjes boven de drie uur klokken een mijlpaal – twee dagen na de release op 21 september wordt de man tachtig – afgeleverd. Voorlopig zijn er geen plannen om ook met Popular Problems de hort op te trekken, maar als hij het straks toch doet, kon hij er zomaar de wat bittere nasmaak die vandaag blijft hangen mee wegspelen. Hout vasthouden!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × twee =