Craig Ward :: New Third Lanark

De muzikale biografie van de in Schotland wonende Craig Ward leest als een apart hoofdstuk in de geschiedenis van de vaderlandse rockmuziek. Zijn carrière ging van gitarist bij België’s grootste rockgroep dEUS — hij speelde mee op In A Bar Under The Sea en The Ideal Crash — tot samenwerkingen met andere dEUS-gitaristen Rudy Trouvé en Mauro Pawlowski tot het noiserock/mutilatietrio A Clean Kitchen is A Happy Kitchen, met en passant ook nog een handvol andere collaboraties en jobs als producer. Een muzikale veelvraat, die Craig Ward.

En dan is er nu een eerste soloplaat. En die soloplaat is wel iets heel speciaals geworden, iets dat in feite in niets te vergelijken is met de eerdere output van Ward. New Third Lanark, met een schilderij van een kleine jongen als cover, zijn vijf lang uitgesponnen improvisaties met een gitaar en met vooral een hele stapel effecten. Met andere woorden, het is muziek waarvoor u zich best rustig neerplant en iets haalt om te drinken.

Het is een plaat die smeekt om een onbevooroordeeld paar gespitste oren. Een kleine drie kwartier lang tuimelen er gestage gitaarmelodieën doorheen een mist van zachte drones. Het is dan wel een zuivere gitaarplaat, maar verwacht geen flitsend gitaargetokkel of megalomaan soleergeweld, maar wel rustieke ambient die wat doet denken aan werk van Aidan Baker, Fabio Orsi en Christian Fennesz. Ward speelt meer met zijn effecten dan met zijn snaren, zoals op opener “Tropic Of Bennett” waar tien minuten lang golvende harmonieën en geduldig herhaalde gitaarriedels een hemels klankentapijt uitbouwen.

De hele plaat gaat met kleine en geduldige stappen vooruit, maar aan het eind van elk nummer overheerst toch telkens het gevoel dat er een hele reis is afgelegd. Zo ook bij “The Tennant” een knap experiment met zwiepende klankflarden die heen en weer bewegen, heerlijk te beluisteren met een koptelefoon. De toon van het album is vredig en kalmerend, behalve dan op het spookachtige en met drukkende dissonantie bekleedde “Blazes As in Dixon”. Hier klinkt de gitaar van Ward eerder als een dreigend orgel dat door een hoge gang heen galmt. Afsluiter “Lemo” is een egale soundscape van een slordige dertien minuten, waarin alle klankverschuivingen weer tot rust lijken te komen en netjes op hun plaats dwarrelen.

New Third Lanark verwacht veel overgave van de luisteraar, het is geen plaat die in je gezicht springt om je te overtuigen van zijn muzikale kwaliteit, maar eentje die schuchter probeert je mee te slepen in een hypnotiserende trance. Het is een specifieke niche waarin Craig Ward zich met deze plaat begeeft, maar wel een heel mooie niche. Een aanrader voor al wie niet denkt dat ambient en walvisgeluiden een pot nat is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =