The Railway Man

David Leans The Bridge on the River Kwai mag dan wel te boek staan als één van de grote cinemaklassiekers, de film heeft ook altijd al kritiek gekregen omwille van zijn gebrek aan realisme. William Holdens afgetrainde lijf, ook al zat hij dan al maanden in een werkkamp in de jungle, Alec Guinness’ onbreekbare Britse fighting spirit en de uiteindelijk machteloze Japanse commandant, die zelfs in huilen uitbarst omdat hij zijn brug niet op tijd af krijgt (ultiem teken dat de Britten écht wel sterker zijn)… The Bridge on the River Kwai was een ongegeneerde romantisering van wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog echt was gebeurd daar in de Thaise jungle, iets wat Lean ook probleemloos toegaf en wat men hem opnieuw zou verwijten met zijn volgende historische epos, Lawrence of Arabia. Hoe dan ook, meer dan 55 jaar na dato wordt het échte verhaal… nuja, wordt het echte verhaal nog steeds niet echt in al zijn gruwel getoond in The Railway Man, een respectabel, maar uiteindelijk te braaf waargebeurd drama over een getraumatiseerde veteraan van die tijd.

Colin Firth speelt Eric Lomax, die als jonge kerel (in deze scènes gestalte gegeven door Jeremy Irvine) gevangen genomen wordt door de Japanners. Hij wordt overgebracht naar Thailand, waar hij als ingenieur moet werken aan de spoorweg naar het toenmalige Birma – de beruchte brug over de Kwai maakte hier deel van uit. Nadat hij gepakt wordt met een radio, wordt hij wekenlang gemarteld door zijn Japanse bewakers en dan specifiek door de Engelstalige Takeshi Nagase (Tanroh Ishida). Flash foward naar de jaren zestig: Lomax leidt een teruggetrokken bestaan in Engeland, tot hij Patti (Nicole Kidman) ontmoet. De twee trouwen, maar Lomax’ oorlogstrauma’s staan elk geluk in de weg. Tot Lomax er achter komt dat zijn folteraar van destijds nog steeds leeft en – oh, ironie! – zelfs werkt als gids in het oorlogsmuseum van Kanchanaburi, waar hij zelf bijdroeg aan de gruwelijkheden. Lomax trekt terug naar Thailand om zijn verleden onder ogen te komen.

Op zich kan je niet zeggen dat The Railway Man slecht gemaakt is: de flashbackstructuur is oertraditioneel – we krijgen nog nét geen golf-effectje in beeld wanneer we van het heden naar het verleden gaan – maar hey… het werkt wel, in de zin dat de prent een behoorlijk tempo aanhoudt en nooit verveelt. Ook de beeldvoering is keurig: regisseur Jonathan Teplitzky contrasteert de verzadigde kleuren en felle belichting (soms op het randje van de overbelichting, zelfs) van zijn scènes in Thailand met de meer duistere, matte kleuren en bewolkte hemels van Engeland, en hij doet dat met beeldkaders die altijd netjes comme il faut zijn.

Je kan er niks op aanmerken, behalve dan juist dàt het altijd zo netjes comme il faut is. Waar zit de begeestering, de passie, het gevoel van (cinefiel) avontuur? Zo zit er bijvoorbeeld maar één cut in de film die echt opvalt omdat hij zo goed gedaan is: een opmerkelijke jump cut in de martelkamer, waarin we plotseling van het verleden naar het heden springen, binnen in dezelfde ruimte. Op dat moment word je als kijker even wakker uit de (verder niet geheel onaangename) dommeltoestand waarin de film je heeft gesust, om te denken: “Oh, is er hier ineens iemand ambitieus geworden in de montage, of zo?” The Railway Man is cinema volgens het boekje – maar dan wel volgens een oud boekje, al een beetje vergeeld aan de randen. Zonder gemeen te willen zijn, vermoeden we dat Roel Van Bambost hier nog een aardige intrede voor zijn “Plusparcours” op het Filmfestival van Gent aan zou hebben.

Los van dat gebrek aan avontuurlijkheid en goesting, zijn er nog een paar meer tastbare problemen met The Railway Man: zo heeft Nicole Kidman echt twee uur lang absoluut niks te doen, behalve met tranerige ogen voor zich uit staren en luisteren naar het verleden van haar man. De muziek van David Hirschfelder is veel te nadrukkelijk en wordt door de regisseur als een bot instrument gebruikt om élke emotie er nog eens dubbel en dik in te kloppen.

En ook de laatste akte, waarin Lomax zijn kwelgeest van zoveel jaren geleden gaat opzoeken, stelt teleur. Niet dat we behoefte hadden aan een Quentin Tarantino-achtige confrontatie, nee. Maar Teplitzky mikt wel duidelijk op een emotionele intensiteit die hij niet bereikt. Die scènes hadden naar de adem moeten grijpen, ze hadden de kijker naar het puntje van zijn stoel moeten doen schuiven. Maar net zoals de rest van de film zijn ze te beleefd, misschien zelfs té smaakvol en sowieso te weinig gedurfd. Het einde maakt The Railway Man uitermate geschikt voor gebruik in godsdienstlessen – je hoort de leerkrachten gewoon in hun handen wrijven tijdens de laatste tien minuten – maar het is te prekerig om echt bevredigende cinema te zijn. Niet dat je in het geval van een waargebeurd verhaal zoals dit erg veel keuze hebt omtrent de plotwendingen, maar de manier waarop je bepaalde zaken ensceneert, heb je als regisseur wel in handen. The Railway Man had met dezelfde conclusie kunnen eindigen, maar ondertussen wel straffere cinema kunnen afleveren – intenser, gedurfder, krachtiger.

Maar goed, wie enkel op zoek is naar een manier om een zondagmiddag vlotjes te laten passeren, kan het slechter treffen. Colin Firth is wel sterk en zijn jonge versie, Jeremy Irvine, begint na War Horse stilaan te bewijzen dat hij echt wel iets kan. Dus het is afwachten wat er gebeurt als hij in een sterkere film terechtkomt.

Uiteindelijk mikt The Railway Man op een ouder publiek en de kans is groot dat deze mensen wel degelijk uit de film zullen halen wat ze er in zochten. Maar moést die prent echt zo bloody British zijn?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 13 =