John Frusciante :: Enclosure

John Frusciante — ‘die vorige gitarist van de Red Hot Chili Peppers’ — kan nog steeds op een trouwe kudde fans rekenen die zowat alles wat de man uitbrengt a priori als een nieuw bewijs van zijn onovertroffen genialiteit beschouwen. Toch stelt Frusciante nu stilaan zelfs die kudde stilaan stevig op de proef, want na het schabouwelijke gedrocht dat zijn vorige plaat PBX Funicular Intaglio Zone was, is ook Enclosurevooral een pijnlijke bedoening.

De man kan naast zijn RHCP-carrière en zijn talrijke verschijningen bij onder andere The Mars Volta, Ataxia en Omar Rodriguez-Lopez nu ook stilaan een omvangrijk solo-oeuvre voorleggen. In zijn donkerste drugsperiode maakte hij enkele platen die zo rauw en confronterend zijn dat ze niet voor kinderen geschikt zijn. Zoals het hartverscheurende Niandra Lades uit 1994. Frusciante geraakte daarna van de drugs af en dat vertaalde zich in enkele meer conventionele en steengoede albums als Curtains en The Will To Death, die als vanzelfsprekend door een groter publiek werden opgepikt. Waar Frusciante zich daar toonde als een uitzonderlijke songschrijver met een geweldige stem en dito gevoel voor melodie, ging hij tijdens zijn laatste uitspattingen op een experimentele ontdekkingstocht. Het begon al zeer twijfelachtig met de tenenkrullende EP Letur-Lefr uit 2012, waarop Frusciante zich met weinig succes verdiepte in amateuristische beats en ander elektronisch gepruts. Jammer genoeg blijft Frusciante tot nader order volhouden aan die formule en is zijn elektronische prutswerk nog altijd pijnlijk amateuristisch.

“Shining Desert” is geen nummer, maar een een hoop goedkope geluiden,kig op een hoop gegooid. De drumbeats die over het nummer geflanst worden, klinken werkelijk verschrikkelijk slecht en veranderen bovendien om de haverklap in een of andere breakbeat die zo mogelijk nog minder genietbaar is dan de vorige. Frusciante lijkt soms een poging te doen om oude Aphex Twin te recreëren, maar zijn beats klinken eerder als iets dat Aphex Twin in elkaar knutselde toen hij anderhalf jaar oud was en nog geen benul had van hoe een computer juist in elkaar zit.

“Run”, een verzameling onnodige tempowisselingen en willekeurige zanglijnen, zou meer succes oogsten als een parodie dan als een nummer. Het komt zelfs tot het punt dat het gewoonweg ergerlijk wordt het nummer uit te luisteren. “Stage” is iets meer te genieten, vooral door de gitaarsolo op het einde (gitaar spelen kan de man uiteraard wel nog altijd). Frusciante’s productie blijft gedurende heel het album wel consequent smakeloos slecht. Elke drumbeat — en dat zijn er veel — klinkt goedkoper dan een lasagne uit de Aldi, elke mix lijkt op een halve minuut gebeurd te zijn en zijn zang komt nergens goed uit de verf. Het is op zijn zachtst gezegd geen prettige ervaring om dit album met een koptelefoon op te beluisteren.

Er zijn dan ook weinig lichtpuntjes op dit album te bespeuren. “Fanfare” zou zonder de plastieken eighties-beat een aanvaardbaar nummer kunnen zijn, maar daar blijft het zowat bij. Af en toe komt er een pakkende melodie piepen onder plompe stapels digitale rommel, maar Enclosure blijft vooral hangen als een ergerlijk slechte plaat. Voor Frusciante’s volgende album kan je alleen maar hopen dat iemand hem wegsleurt bij zijn laptop en hem enkel een gitaar in zijn handen stopt. Want dit is niet alleen heel slecht, het is bij momenten bijna een provocatie voor artiesten die wel tijd in hun muziek steken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =