Niet elke kinderdroom eindigt als vergeelde tekening in een doos op zolder. Flea, de Red Hot Chili Peppers-bassist die aan vier letters genoeg heeft wereldwijde herkenning te genieten, werpt zijn godenstatus af: hij maakt een jazzplaat op trompet. Honora is het inlossen van die belofte aan zijn tienjarige zelf, en zo voelt het aan bij elke noot. Haal de vingerverf boven!
Pepers, ze kunnen al eens onverwacht smaken. Wie de levensloop van de Australische bassist Flea – Michael Balzary op de deurbel – wat kent, weet dat zijn rol als bassist bij de Red Hot Chili Peppers eigenlijk een soort hobbyproject is. Zijn eerste liefdes waren namelijk de trompet en de jazz. Hij droomde er als kind van zich naast Dizzy Gillespie en consoorten te mogen hijsen. Maar helaas, maatje Hillel Slovak duwde hem een basgitaar in de handen en schoof hem een sok om de edele delen. De rest is geschiedenis.
Niet dat Flea die deur uit zijn jeugd volledig dichtgetrokken heeft. Hij grijpt regelmatig naar dat vinnige koperblazertje binnen de rangen van de Peppers, maar evengoed bij zijproject Atoms For Peace of The Mars Volta. Toch hangt er steeds de zweem van een gimmick, een extra topping op een reeds overvolle hamburger.
Maar het leven duurt niet eeuwig, beseft de intussen zestigjarige man en dus besloot hij die onvervulde kinderwens maar eens te gaan waarmaken. Twee jaar lang werd er dagelijks gerepeteerd, en dan ging de wekker af: er moest en zou een album gemaakt worden, zo goed of zo kwaad het kon. Onderweg belde hij nog even een dream team uit de jazzwereld op om hem te laten ondersteunen: onder andere Jeff Parker op gitaar en Deantoni Parks op drums schoven aan bij dit Droomfabriek-project. Zo kwam deze Honora dus tot leven.
Het resultaat mag er dan ook zeker wezen. We horen een geluid dat in de verste verte geen Peppers-afkooksel is. Spirituele, kosmische jazz wordt aangevuurd door sidderende ritmiek van weerspannige percussie en Flea’s trouwe viersnaar. Beste voorbeeld is “A Plea”, een anarchistisch pleidooi voor vrijheid in de traditie van sixtiesgoden als Eddie Gale, Max Roach of Gil Scott-Heron. Ook “Free As I Want to Be” vist in diezelfde vijver, zij het wel met een extra scheut dub en fuzzgitaar zoals bijvoorbeeld Sault soms klinkt.
Verder schiet het wat verschillende richtingen uit: “Traffic Lights” met Thom Yorke is The Smile meets Atoms for Peace, “Willow Weep for Me” is een bluesoefening en “Morning Cry” is heerlijk frivool met die trompet als enthousiaste kleuter die een mopperende walking bass aan de hand vooruit sleurt, op weg naar de dierentuin. “Witchita Lineman” is voornamelijk een prevel van Nick Cave, waarbij Flea en de band laat begaan. Leuk, maar gezien de kwaliteit aan tafel misschien wat dunnetjes.
Dan: de covers. Frank Ocean’s “Thinking Bout You” is een streling van het oor die het origineel veel eer aan doet, maar Funkadelic-cover “Maggot Brain” is echt wel een misser. Flea’s trompet neemt de rol van die tijdloze gitaarpartij uit het origineel voor zijn rekening, maar de prachtige intensiteit daarvan is ver te zoeken.
Foutloos is deze Honora dus zeker niet. Vele nummers ontstijgen de status van een jamsessie amper, maar desalniettemin zijn we aan de eindstreep voornamelijk positief over dit passieproject. De plaat is een duidelijk statement vol spelplezier dat voldoende kwaliteit in zich heeft om zeker nog wel even in onze speler te blijven zitten. Wij draaien hem dus nog eens en duiken terug in de zetel – veel minder vermoeiend dan onze kinderwensen in te lossen!




