Tycho :: Awake

Na enkele platen lang hoog in de atmosfeer te hebben verbleven, zet Tycho met Awake de reis richting aardoppervlakte in. Gelukkig valt het met die harde landing wel mee en levert de man weer een uitermate geschikt zomerplaatje af.

”Man” is echter misschien niet meer het woord dat de hele lading van het project van Scott Hansen (de naam waarmee Tycho zich onder de mensen begeeft) dekt. Hansen heeft een gitarist/bassist (Zac Brown) en een drummer (Rory O’Connor) rond zich verzameld om zijn zweverige elektronica wat meer invulling te geven. Het toeren heeft Hansen er toe gebracht zijn solitaire bestaan op te geven. Samen met zijn nieuwe metgezellen daalt hij nu met Awake onder de arm neer op aarde. Hier en daar roept er zelfs iemand “Postrock!” door de gang, maar dat is ook overdreven. De plaat heeft nog steeds dezelfde dromerige zomersfeer als zijn voorganger Dive, alleen klinkt ze iets minder ijl, zonder daarbij al te veel van zijn zweverigheid te verliezen. Een mooie middenweg tussen hemel en begane grond, met andere woorden. Daar komt nog bij dat de nummers ook iets gebalder zijn dan die op Dive, waar een nummer al eens een minuut of acht mocht blijven dobberen (en toegegeven: dat niet altijd even interessant deed). Nu blijft alles mooi onder de grens van vijf minuten. Met zijn acht nummers maakt dat iets meer dan een halfuur zonnig vertier.

Opener “Awake” kon het nieuwe, vollere geluid niet beter illustreren: een opkomende gitaarriedel, al snel bijgevallen door een stevige baslijn, gaan de kenmerkende synthesizergolven vooraf, waarna een elektronisch loopje de gitaar aflost. Uit het samenspel tussen de twee haalt de song zijn kracht: heel het nummer lang blijven de twee in een fraaie wals verzonken en boetseren ze afwisselend of samen in harmonie een kleurrijk klankenpallet, terwijl de baslijn de dansvloer stut. Op opvolger “Montana” vallen de puzzelstukjes nog beter in elkaar, wat van de song meteen het hoogtepunt van de plaat maakt. Voor dit nummer gaan de vergelijkingen met postrock ook het beste op: opnieuw cirkelt de gitaar boven en naast de opgeblonken synthesizernoten, tot ze het nummer gezamenlijk naar het einde toe in een stevige explosie, met de gitaar heerlijk op het scherpst van de snee uithalend, uit elkaar doen barsten. Zo fel als hier heeft Tycho nog maar zelden geklonken, maar door het trucje niet te vaak te herhalen, werkt het ook niet snel op de zenuwen. “Apogee” daarentegen manoeuvreert helemaal de tegenovergestelde richting uit: het nummer mag eerst even kolken, waarbij het lijkt alsof de drummer per mokerslag betaald wordt en dan ook zoveel mogelijk overuren probeert te kloppen, waarna het allemaal opnieuw wat bezadigder mag. “L” ligt dan weer meer in de lijn van Dive, wat ook een welkome afwisseling is tussen al dat geweld.

”Dye” intrigeert daarna met zijn bezwerend echoënde synthesizerlijnen. In de tweede helft van de plaat laat de groep helaas enkele steken vallen: “See” en “Spectre” missen, door de afwezigheid van een heldere leidraad, een duidelijk gezicht en vallen wat tussen de plooien. Maar uiteindelijk is het een beetje zinloos aparte nummers op te noemen. De plaat drijft immers op een van zonlicht overgoten stemming, waarbij het ene nummer in het andere overvloeit en gitaar en synthesizer afwisselend de hoofdrol opeisen, waardoor een mooi dubbelspel ontstaat. In combinatie met de korte lengte van de plaat zorgt dit ervoor dat Awake, ondanks de weinig variërende sfeer, toch niet te snel verveelt.

”Plains” ten slotte laat Awake finaal zacht zwevend op zijn einde lopen. Tycho heeft met andere woorden weer een fris zomerplaatje afgeleverd. Doe uzelf dus een plezier: koop de plaat op vinyl, trek uw teenslippers aan, ga met een draagbare pick-up en Awake onder de arm (en neem Dive ook meteen mee) ergens in het gras liggen, en soes een eind weg: het zal u deugd doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 5 =