Eurosonic 2014 :: De onbereikbare bovenzaal en andere verhalen

2014. Januari. Zo veel nieuwe bandjes staan te trappelen om onze aandacht, en het kaf van het koren scheiden is geen sinecure. Gelukkig is er Eurosonic, dat op drie dagen tijd een aardige dwarsdoorsnede van het Nieuwe Europese Aanbod presenteert, en enola dat dat voor u verkent.

Woensdag 15 januari

20u. De Spieghel. Een mens is geneigd zijn programma goed te vullen, maar krijgt daar soms spijt van. Als opwarmer van de avond is Jaakko Eino Kalevi immers een afknapper van jewelste. De stugge Fin staat te zingen met de begeestering van een lijkbidder, terwijl hij de meest schabouwelijke eightiesfunk uit zijn batterij elektronica haalt. Gelukkig is er nog een saxofoniste die af en toe voor wat melodie zorgt, maar het mag niet baten. Snel op weg naar de volgende stop.

20.30u. Grand Theatre. Mooi een kwartier te vroeg voor Alice Boman; dat had genoeg moeten zijn, zo dacht uw enola-delegatie, en zij had het daarbij bij het verkeerde eind. De lange rij die op de trappen naar de bovenzaal aanschuift, beweegt geen millimeter meer. Hier raken we niet binnen. Hóp, dan maar weer de regen in, naar elders.

20.45u. Shadrak. Muziek. Eindelijk. Maar er is tweespalt in het enolakamp. (lt), folkmeisje in het diepst van haar gedachten, onderdrukt met moeite haar walging, maar (mvs), 37 en oudstrijder van vele Grunge-oorlogen, is wel te spreken over deze Oostenrijkse shoegazepop van Hella Comet die meer dan eens doet denken aan het Sonic Youth van Experimental Jet-Set, Trash And No Star en de kracht van pure rock ten volle weet te benutten. Bassiste en zangeres Lea Sonnek is het soort frontvrouw die de aandacht van een publiek weet vast te houden, maar muzikaal wordt alles gaandeweg wat eenvormig. “Nog wat werk aan”, bromt uw observator, “maar in 1994 hadden ze zonder twijfel een Afrekening-hit gescoord.”

22.30u. Grand Theatre. Oh, bovenzaal van het Grand Theatre, zullen we jou ooit te zien krijgen deze Eurosonic? Honderd mensen passen erin, naar verluidt, en net als bij Alice Boman daarnet staan op de trappen ernaartoe nog eens minstens zoveel mensen te wachten om naar binnen te mogen voor Benjamin Clementine. Terug naar beneden dan maar, waar we wél op tijd zijn voor Hozier: een Ierse jongeman met de lelijkste paardenstaart van de avond, en gelukkig ook een klok van een stem. Zijn soulvolle, bluesy sound kan bezwaarlijk vernieuwend genoemd worden, maar werken doet het wel. Dat ligt niet in het minst aan het koppel backing vocalistes, dat voor wat extra gospel zorgt, en een cellist, die met zijn gedreven halen makkelijk de taak van een traditionele Stax-blazerspartij overneemt. In de broeierige, sexy cover van “Whole Lotta Love” is zijn instrument even helemaal de ster van de avond, maar het allermooiste is het wat griezelige duet “In A Week” (“insects that feast on our bodies”, voor de liefhebbers) over een vermoord koppeltje, achtergebleven in de Wicklow Hills, dat Hozier samen met een van zijn achtergrondzangeressen brengt. Wat basic gitaarspel, en twee stemmen — één lieflijk, één warm en gloedvol — die als vanzelf in elkaar verweven raken, meer was niet nodig om Hozier als het hoogtepunt van de avond te noteren.

22.30u. Vera. Van het Britse Embers verwachten wij al veel van toen we voor het eerst hun machtige “Tunnel Vision” hoorden, maar vanavond is niet het moment van de onstuitbare verovering. Om te beginnen wordt dat epische post-metalnummer thuis gelaten, en zo’n energiestoot wordt node gemist in een set die nochtans goed begint met de climactische postrock van “Part Of The Echoes”; een en al pathos en ambitie, en subliem gebracht. Doorheen “Shadows” waait de geest van bakermat Manchester. We horen echo’s van de postpunk en new wave van de Factoryjaren, maar ook de overgave van recentere stadsgenoten Wu Lyf. “Sins Unknown” is daarna het hamerende hoogtepunt: frontman George Agan gaat loos op een extra floor tom, en leidt de rest van de band door de woest kolkende song tot een laatste daverend orgelpunt. Waarna de set genadeloos inzakt met een ingetogen “Hollow Cage” als ontgoochelende afsluiter. Het is duidelijk dat Embers een grote belofte in zich draagt, maar de vervulling laat nog even op zich wachten.

00.30u. Grand Theatre. Drama! Pathos! Op papier zouden we fan moeten zijn van Wild Beasts, maar ook bij deze derde poging wil het maar niet werken tussen ons en de band van Hayden Thorpe. Geen overtuigende songs, geen melodieën die blijven hangen… enkel ergerlijk maniërisme wordt genoteerd. Jammer, en dus wordt nog héél even polshoogte genomen in de hippe ondergrondse kelder Subsonic aan de overkant van de Grote Markt, alwaar een mondharmonicabegeleider als een moderne versie van Toots Tielemans loos gaat over de beats van een dj. Aardig, maar al snel eentonig en dus wordt besloten om de dag af te ronden met een biertje in café Knarie. En nog eentje? (lt) wil liever richting B&B, dus niet. “We zijn hier wel samen onderweg hé maat!” Hallelujah! En tot morgen.

Donderdag 16 januari

14.10u. Plato.         Namiddag op Eurosonic is zoeken naar een bezigheid, en dat wil al snel eens zeggen: het hoofd binnensteken in een van de vele koffiehuizen of platenzaken waar er sessies worden gegeven. Zijn op dit moment bezig in de alleraardigste muziekzaak Plato: The Animen, een Zwitsers gezelschap dat zo retro als de pest klinkt, maar ook uitermate swingend het talrijke publiek inpakt met een zwaar door Arctic Monkeys beïnvloede versie van sixties garagerock. Voor ons doen drie vreemd uitgedoste tienermeisjes uitzinnige dingen, onze interesse voor het concert van vanavond is gewekt. Tot straks, heren Zwitsers, u staat plots met stip op onze lijst.

19.15u. Johnny Walker Barn         Wie in deze winterdagen het festivalgevoel stilaan begint te missen, kan terecht in het Ebbingekwartier, waar enkele tenten op een grasveldje verzameld staan — met dit weer is het daar dus al héérlijk door de modder baggeren — en enkele Nederlandse cateraars van rock-‘n-rollkitchen komen spelen. Voor dat laatste is het nog wat vroeg (die hamburger van daarnet moet nog verteren), maar met Broken Brass Ensemble lijkt er wel al een rasechte festivalband klaar te staan in de Jack Daniel’s Barn. Acht jongemannen met koperblazers, dat kan toch niet misgaan? Toch wel, helaas. Van “broken” is hier hoegenaamd geen sprake, het ensemble blijkt een generisch blaasorkest van doodbrave Nederlandse jongetjes te zijn, en hun weinig opzwepende fanfaregeluid krijgt ons maar moeilijk in beweging.

19.45u. Stadsschouwburg.         Op naar de vreemdste band van Eurosonic: The Vegetable Orchestra. Geheel zoals hun naam belooft, zitten deze Oostenrijkers op het podium met eigen creaties als de preiviool, de ramenastrompet, de wortelfluit (een boormachine en een stevige wortel is alles wat je daarvoor nodig hebt) en de pompoendrum, en wat daaruit komt, is nog niet eens zo slecht. Deze dames en heren zijn niet bang voor wat experiment, en dus gaat het van percussieve elektronica naar gierende noise met enkele langzaam uit elkaar vallende kolen die aan een distortionpedaal hangen (we verzinnen dit niet). De immer strak in het gareel gehouden composities (hier wordt allesbehalve in het wilde weg gejamd), bewijzen dat dit meer is dan zomaar een gimmick — al blijft je vergapen aan het knutselwerk van dit orkest wél het leukste deel van het concept.

20.445u. Vera.         Gastland Oostenrijk heeft zich vanavond opnieuw vlotjes in onze planning gewrongen, want ook brulboei Katarina Trenk en haar band Sex Jams komen uit de duistere Weense underground. Net als Hella Comet gisteren (ook al uit Oostenrijk) geven ze blijk van een stevige voorliefde voor de jaren negentig, maar muzikaal pakt dat toch nog anders uit: hun noise schippert gezellig tussen Sonic Youth en Dinosaur Jr, met die gillende, laaiend enthousiaste blondine op zang. “Enthousiast” is nog zacht uitgedrukt: Trenk kronkelt als een bezetene over het podium, vreet nog net niet haar microfoonkabel op en komt na ieder nummer met iets meer gescheurde nylons terug. Alsof je kijkt naar een live-uitvoering van The Exorcist, maar dan met een iets pittigere soundtrack.

21.15u. Magic Mirror, Mouline Rouge.         Ha daar zijn The Animen weer. Uitgedost in een perfect hedendaags kostuum, doet frontman Theo Wyser nog meer aan het jonge, nog wilde broertje van Alex Turner denken, en wat een stem heeft die gast: deels rock-‘n-rollscheur, deels soulstrot, klinkt hij bij momenten als een van de ongetwijfeld vele onwettige zonen van James Brown en de band achter hem musiceert strak als een roedel uitgelaten honden aan de leiband.

Wie in muziek vernieuwing zoekt, is bij deze groep aan het verkeerde adres, maar de pittige rock-‘n-roll van The Animen smaakt desondanks kraakvers. Bij de gitaarintro van “The Road Taken” krijgen we zelfs het gevoel dat we hier de geboorte van een nieuwe Britpopsensatie meemaken. Dit is opwinding. De groepsleden spelen met een honger die laat voelen dat ze weten dat dat (CH) achter hun naam hen allesbehalve hip maakt, maar ze zich daar verdomd niets van zullen aantrekken. Daarvoor zijn de songs te goed, Wyser te indrukwekkend als zanger én lichtjes arrogante frontman. De heupswing van “Another Grey Crime” heeft de swagger van vroege rock-‘n-roll, in “My Pretty Balerina” horen we dan weer het samenspel tussen Carl Barât en Pete Doherty toen het bij The Libertines nog snor zat. Nooit gedacht dat we het zouden zeggen, maar: ook Zwitsers kunnen een regelrechte ontdekking zijn.

21.30u. Stadsschouwburg.         Binnenraken bij Benjamin Clementine, poging twee, verloopt verbazingwekkend makkelijk. Deze keer krijgt hij immers een hele schouwburg ter beschikking, waar toch iets meer volk inpast dan de honderd man van gisteren. Ook deze zaal stroomt uiteindelijk helemaal vol voor de eenzame pianoman, en dat is niet verwonderlijk: zijn stem is van het indrukwekkendste dat we hier al hoorden. Met zijn kronkels en uithalen neigt hij soms bijna naar opera, maar onder alle vocale demonstraties en complex pianowerk, is het helaas wat zoeken naar de sterke songs. Hier zit wel eens een mooie strofe, en daar een meeslepend refrein, en altijd is er die onwaarschijnlijk straffe zang, maar het geheel hangt nog niet genoeg aan elkaar om te blijven boeien. Clementine barst echter onmiskenbaar van het talent, dus als hij zijn frivoliteiten wat vaker inruilt voor steviger songfundamenten, komt dat nog wel goed.

22.30u. Vera.         Zullen we anders eens een Brits hypeje gaan bekijken? Goh, bwa, weet u… Ach, welja, dan, kom. Circa Waves is het nieuwste snoepje dat een nog steeds erg nostalgisch naar The Libertines zijnde NME de lucht in schrijft, en dan moét dat wel eens uitgecheckt worden. We horen hoe “Young Chasers” een fijne rammelrocker is, maar een vervelend “Catch My Breath” stuurt ons richting uitgang. Zullen we het even in het Engels samenvatten zodat ze het zelf ook begrijpen? Being British is not enough, gents. Terug naar het schrijfhok en kom er pas uit als jullie wat boeienders te melden hebben.

23u. Simplon.          Eentje voor de liefhebbers van kleine, farse meisjes: Elliphant. Ellinor Olovsdotter — veel Zweedser komen namen niet — ziet er bijzonder schattig uit, maar haar grofgebekte vocals over vuile Diplobeats zijn allesbehalve lieflijk. Met “Music Is Life” en vooral de stuiterbal “Down On Life” heeft ze twee potentiële megahits geschreven, zomerse bangers voorzien van een faux Jamaicaans accent (kijk Selah Sue, dat kan ook goed uitpakken), maar in deze kale zaal komt het niet over. Op papier had dit een uitzinnig feestje kunnen worden, maar hoe hard Olovsdotter ook probeert het publiek op te jutten, het valt elke keer weer dood. Ligt het aan haar ongeloofwaardige performance — het feit dat de zang van het ex-model nogal duidelijk vooral op tape staat — of zijn twee knallers toch te weinig om een heel optreden te boeien; geen idee. Olovsdotter laat het niet aan haar hart komen en grist na de laatste beat met een brede grijns alle blikjes bier van de draaitafel mee. Zij zou wel een feestje bouwen in de kleedkamer.

23.45u. Simplon.         “Cosmic Disco”: dat is wat Andre Bratten naar het schijnt brengt. Knutselt zijn wijdlopige songs tegenwoordig in elkaar in dezelfde studio als Prins Thomas, Lindstrøm en Todd Terje, en brengt die naar het podium met twee laptops en minimale randapparatuur. Het is wat weinig, en dus wil dit live niet helemaal werken. Songs als “Aegis” zijn meer gemaakt om naar te luisteren dan op te dansen, dus sta je maar wat te staren naar de minimale beweging achter de draaitafel. Toch werkt dat op zich ook, want zelfs al gebeurt er verbazend weinig in de soms tien minuten durende tracks, ze blijven boeien. Al mag het volgende keer ook gewoon op de stereo in onze woonkamer; ook Bratten lijkt immers eerder op zijn gemak in een studio, dan voor zo’n hoop volk, en wij hebben nu wel dorst. Dat de pintjes in de Knarie koud mogen gezet worden. Slaapwel!

Vrijdag 17 januari

20.30u. Forum Images.          Geen betere manier om deze laatste Eurosonicdag in te zetten dan met een van de grootste hypes die hier geprogrammeerd staan: George Ezra. Werd slechts vijfde in de BBC’s Sound of 2014, maar hier in Groningen verslaat hij moeiteloos winnaar Sam Smith, die woensdag naar verluidt nog het Grand Theatre liet leeglopen. Een bleekscheet van amper twintig is Ezra, maar met de ogen dicht staat hier een gegroefde, zwarte bluesman met heel wat meer jaren op de teller. Geen band voor deze jongen, zijn imposante stem en vrij basic gitaarspel volstaan om ons een halfuur aan het podium te kluisteren. Het regent immers hoogtepunten in deze korte set, van het vrolijk getokkelde “Budapest” tot de southern twang in het verhaaltje “Benjamin Twine”, met keer op keer die geweldige stem als middelpunt. Het knapste bewaart Ezra voor het laatst: single “Did You Hear The Rain” krijgt er een onvervalste, slepende chain gang-intro mee, perfect passend bij de dreigende kracht van de rest van het nummer. De rest van de artiesten op de affiche vandaag mag inpakken, dìt jonkie gaat alle mogelijke potten breken.

21u. USVA.         We willen nu niets zeggen, maar: heeft dat “uitgelicht land” Oostenrijk echt zó moeten krabben om zijn delegatie vol te krijgen dat ook Sweet Sweet Moon een plekje op de bus verdiende? Matthias Frey mag dan wel een geweldige multi-instrumentalist zijn die de loopstation even virtuoos bedient als Owen Palett, de flauwe humor in zijn optreden en de ondermaatse songs die hij samen met een cellist laagje per laagje opbouwt, jagen ons binnen de kortste keren eerst de gordijnen in en dan de deur uit. Gelukkig heeft de cafetaria van de USVA Malheur 10 op de kaart, en is deze ellende dus snel doorgespoeld.

22u. Minerva Art Academy.          Niet de gezelligste zaal van Eurosonic, die Minerva Art Academy, maar Postiljonen heeft met kerstlichtjes over het hele podium en nostalgische projecties in sepia en vuiloranje op zijn minst geprobeerd te verhullen dat dit eigenlijk gewoon een kille traphal is. Een ietwat vreemde setting dus voor de warme pop met glaciale beats van het drietal. We hoorden wel eens de mottige term “chillwave” vallen over deze Zweden-met-Noorse-frontvrouw: behalve dat dat zo goed als niets betekent, doet het hen ook ruimschoots tekort. Op album Skyer klinkt het misschien allemaal nog wat zweverig, live mag er vooral gedanst worden. Enige liefde voor de jaren tachtig is daarbij wel onontbeerlijk: in zowat elk nummer zit een holle drumcomputer, het extatische “Supreme” krijgt een loeier van een gitaar-op-synthesizersolo mee, en de saxofoon in het voorzichtig ravende “Atlantis” hadden we ook al een jaar of dertig niet meer gehoord. Om nog maar te zwijgen van “All That We Had Is Lost”, dat stiekem gewoon een ijle cover is van “How Will I Know”, u welbekend van — jazeker — Whitney Houston. Postiljonen houdt overigens niet alleen van de eighties, maar vooral ook érg veel van elkaar: de kleine Mia Boe krijgt zoentjes op haar hoofd van haar kompanen, en aan het eind knuffelen de drie elkaar zowat dood. Wij snappen dat: dit is een bandje om graag te zien.

23u. De Spieghel.         Programmagewijs is er nu een gat te vullen, en daarom breken we voor één keer een vooraf duur gezworen eed om in het buitenland géén Belgen te gaan zien. En dus is uw delegatie in het uit zijn voegen barstend bovenzaaltje van De Spieghel samen met de andere vaderlandse media getuige van hoe Flying Horsemanfrontman Bert Dockx Groningen met zijn instrumentaal combo Dans Dans een lesje muziek maken geeft. Als de bastaard van Marc Ribot haalt de gitarist de knapste melodieën uit zijn zes snaren. Nu eens zweemt het naar de Westerngitaren van Ennio Morricone, dan weer naar surf, maar steevast houdt hij het spannend, met dank aan de woelige jazzdrums van Steven Cassiers en de subtiele bas van Fed Lyenn. Schrijf maar op: Dockx wordt groot.

22.45u. De Spieghel.         We betwijfelen of dat ook zal opgaan voor de jonkies van Blaenavon, van wie we op basis van één YouTubefilmpje nochtans iets hadden verwacht. De Britse pubers bakken er in de grote achterzaal van De Spieghel echter niets van. Dat de geluidsbalans slecht zit, daar kunnen ze niets aan doen, maar de manier waarop zanger Ben Gregory consequent naast de toonladder stapt, is onvergeeflijk. Ook de songs zijn allesbehalve aanwezig, en zelfs dat puike indierockertje “Into The Night” dat ons de groep op het programma deed zetten, wordt maar halfbakken neergezet. Met een klets op de poep terug naar huis dus, deze jongens. We zouden hen op basis van hun leeftijd nog wel krediet willen geven, maar we zijn bang dat ze dat nooit zullen kunnen terugbetalen. Next!

23.45. NewsCafe.

Aha, folkies uit Berlijn, dat hadden we nog niet gehad. Charity Children doet het op de traditionele wijze: frontvrouw in een paarse soepjurk, een banjo die af en toe opduikt, een baardige bassist en een accordeonist met een hoedje op. Ook muzikaal is het hen niet om vernieuwing te doen: hun meerstemmige, opgeklopt huppelende samenzang hebben we al net iets te vaak gehoord, en het helpt ook niet dat het lichtjes geforceerde gemekker van Chloë Lewer — die alvast de award voor onvermoeibaarst over het podium hobbelen krijgt — ergens in de regionen van Amy McDonald zit. Gelukkig is er nog de melancholische cello, die de rommelige folk van “You Want Me” weet te redden van al te veel Levellersheid, maar verder valt er hier weinig positiefs te noteren. Nog maar eens de fiets op dus, naar de afsluiter van vanavond.

00.15u. Huize De Beurs.         Eurosonic 2014 eindigt voor ons niet in mineur, maar erger: op een ondraaglijk schrille noot die ons na vier nummers gillend op de vlucht doet slaan. Geen idee welke toondove de knoppen bediende bij Ballet School, maar de scherpheid van de hoge tonen doet werkelijk pijn aan de oren. Nochtans wordt (mvs) spontaan verliefd op het snarenwerk van Michael Collet, met wie hij meteen een indiebandje wil oprichten. “Hij wordt de Johnny Marr naast mijn Morrissey”, poneert hij dramatisch, maar helaas heeft de gitarist zichzelf al beloofd aan Rosie Blair, een langbenige blondine met de stem van Kate Bush en de songs van een foute eightiessensatie. Ja, songs als “Heartbeat Overdrive” zullen dus naar alle waarschijnlijkheid wel hits worden, maar dat wil niets zeggen: tien jaar verder zullen ze niets meer zijn dan guilty pleasures. Een wegwerpgroepje.

En zo komt er een einde aan het showcasen voor 2014. Het is na drie dagen eindelijk gestopt met regenen, en uw verslaggevers springen opnieuw de fiets op richting bed & breakfast voor een laatste nacht. We hebben genoteerd welke bands en artiesten we de komende twaalf maanden in de gaten moeten houden; we kunnen opnieuw aan de slag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + negentien =