Eurosonic 2021 :: Een kutsituatie, en hoe er het beste van te maken

Alles pakken ze ons af, meneer. Alles. En dus mogen we exact een jaar na ons laatste festival ook een kruis maken over editie 2021 van Eurosonic. Het alternatief? Een online festival. Welaan, dan: een beamer werd aangesleept, een witte muur vrijgemaakt en een paar bakken pintjes koud gezet. Al een geluk dat uw vast Eurosonicteam altijd al een geweldig knusse bubbel vormt.

Woensdag 13 januari

“Het no queue festival” noemt Eurosonic zichzelf dan maar, en dat voelt wranger dan het bevrijdend klinkt. Wat willen wij vandaag? Aanschuiven! In de bittere kou! Terwijl we ongemakkelijke praatjes moeten maken met Chokri in de rij aan de Vera!

Zucht.

Dit jaar niet dus. Geen Café Knarie, waar alle Belgen na gedane zaken komen toegestroomd voor geheel niet-COVID-proof-verbroederingen. Geen gezellige middagen het parcours van ‘s avonds uitstippelen terwijl de Vrijmibo door Der Witz wordt gedragen. Geen traditionele eerste avondmaal in De Sumo. Geen …

U vat het wel: Team enola heeft na al die jaren zo zijn gewoontes opgebouwd waarnaar het na het afbreken van de kerstboom steevast uitkijken was. We zouden er van in een hoekje kunnen gaan kniezen, maar zo zijn wij niet gebouwd. We omarmen ons lot, omarmen het beste dat Eurosonic er dan maar online van maakt en proberen verder zo veel mogelijk de sfeer van de Grote Dagen te recreëren.

Tafel aan de kant dus, beamer opgezet en begonnen waar iedereen begon: bij Anna Kaneelina uit Estland, die het slimme idee had om onze favoriete Huis-Est en co-songwriter Erki Pärnoja mee te nemen. Geen wonder dus dat de bezwerende country noir al eens zweemt naar de prachtige filmische muziek die hij onder zijn eigen naam maakt. En toch is het Kaneelina zelf – de beste Kate Bush die Estland ooit heeft voortgebracht – die indruk maakt. Ze haalt uit, ze krijst, ze bezweert en laat niet los, met veel hang voor Anna Calvi-achtige dramatiek. Dat de Florence-achtige handgebaartjes al eens gaan irriteren, is iets dat je er dus bij neemt. Kaneelina is een sterke opener, en dan heeft ze nog niet eens haar beste nummer, “Thunder”, gebracht. Want zo is het wel; meer dan een kwartier opname mochten de deelnemers niet inzenden. Eurosonic voelt dit jaar dus heel erg als een gemiddelde Rock Rally-avond aan: nog voor je beseft dat het begonnen is, is het alweer gedaan. En soms is dat gewoon te weinig.

En soms is dat kwartier ook net genoeg. “Do your own thing”, spelt het T-shirt van de bassist van het Italiaanse Bee Bee Sea. Dat is niet geheel van toepassing op deze drie ragazzi, want wat we te horen krijgen, is toch vooral het ding van Black Lips. Maar màn, wat doet dit kwartiertje vrolijk gerammel deugd. Het is doodeenvoudig rock-‘n-rollvertier dat smeekt om een te klein, te zweterig en te smerig concertzaaltje (nota aan onszelf: volgende keer vooraf al wat bier morsen in de living), en dat spelplezier vèr boven vernieuwing plaatst. Dat mag: zij hebben er zichtbaar zin in en wij bijgevolg ook, en in tijden van concertschaarste is andermans ding goed uitgevoerd ook al heel wat.

Over naar het derde kanaal, waar Discovery Zone als een soort Alice in Wonderland door de Noord- en Zuidpool tegelijk dartelt. Slim gezien, want deze dromerige, eighties synthpop met ijle vocoderzang vertaalt zich niet zo makkelijk naar een scherm. En dus blaast de Berlijnse JJ Weihl bellen tijdens “Dance II”, lijkt een stel pinguïns gezellig mee te wiegen op “Fall Apart” en vormt een uit de kluiten gewassen ijsbeer een klein, maar gewillig publiek voor haar gitaarspel. Dat schattige mini-universum past ook bij de sfeer van haar songs, die hoorbaar voortkomen uit de Berlijnse DIY-scene waar ook John Moods en Molly Nilsson toe behoren, al neigt Weihl nog meer naar Julee Cruise en af en toe zelfs de ambient van Enya. Als ze voor “Dance II” dan ook nog op een theremin gaat spelen – waarvoor ze eerst opzichtig werk maakt van het aantrekken van haar witte handschoenen – zijn we helemaal vertrokken voor een wazige, maar allesbehalve onaangename trip richting Twin Peaks-regionen.

España, por favor! Pinpillinpussies ruiken naar paella en tapas, maar vooral naar de nineties. Meer bepaald die jaren negentig waar de alternatieve mainstream door vuil rockende vrouwen werd bevolkt, want de gitaren mogen hier nog eens lekker gruizig en vuil. Een valse trage intro maakt plaats voor een ingedrukt pedaal, we zijn vertrokken. “John Berger” is meteen kwaaie PJ Harvey, met een refrein dat Pixies in herinnering brengt. Soms lijkt het White Stripes met meer borsten, zoals ze daar gitaar versus drums tegenover elkaar staan, maar vaker wel dan niet countert Pinpillinpussies dat idee met een eigen geluid en vooral met songs als “Bailame” en “Erre” waardoor je het betreurt dat het na krap vijftien minuten alweer voorbij is.

Zullen we anders een contrastje zoeken? Welja, de lieve Holly Humberstone pakte het budget dat Eurosonic haar bood voor een deftige live-opname, gaf dat aan haar vriendje en die duwde op “record” op haar laptop. In haar woonkamer speelt de Britse zo drie songs voor haar webcam en om maar meteen geen misverstanden te laten bestaan, opent ze meteen met haar “hitje” “Falling Asleep At The Wheel”. We horen een vleugje Lorde in de frasering en ook dat ze een erg mooie stem heeft. In “Overkill” durven we zelfs even – éven – aan Tracy Chapman denken, maar dan gaat het alweer naar “Vanilla”. Toepasselijker kon een titel niet zijn voor deze flauwe popsong. Humberstone is goeie vriendjes met Lewis Capaldi. Dat pleit niet voor haar, maar het zal haar niet tegenhouden om het nog ver te schoppen. Uw tienerdochters hebben er nu al een Nieuwe Beste Vriendin bij.

De gelukzakken van Queen’s Pleasure zijn Nederlanders en dus mogen zij in de grote zaal van het Grand Theatre in Groningen opnemen. “Ik herken de vloer”, pinkt (lt) een traantje weg. (mvs) huilt dan weer tranen met tuiten bij deze band die zichzelf opgeblazen verkoopt als ‘een mix van The Dandy Warhols en Blur, met de power van The Ramones en de melancholie van The Smiths’. Wat we zien is een frontman met een obsessie voor Pete Doherty, een drummer die in The Kinks had willen zitten en een algeheel gebrek aan talent. Geen songs, geen toonvastheid, gewoon: een slordig om het lijf zittend kostuum dat elders had willen zijn. Jammer, want wij houden van The Smiths, Blur en The Ramones.

Missen we the real deal ondertussen? Wees maar zeker. Neem het van ons aan: snel gaan plassen op je eigen toilet voelt toch niet hetzelfde als in normale omstandigheden uit hoge nood de gore Mutua Fidespissijns van ver proberen te benaderen.

Was dit wél een gewone Eurosonic geweest, dan hadden de pianoballads van Finn Ronsdorf ongetwijfeld in de oerklassieke Stadsschouwburg gestaan. In kamerjas, met een eigenaardig potske op, bewandelt Ronsdorf immers onbevreesd het pad van theatrale pathos dat ook Rufus Wainwright of Benjamin Clementine al eens graag kiezen. “Oh! Why am I doing this?”, verzucht Ronsdorf voor hij het dramatisch getitelde “Reaching For Cold Hands” inzet. Een vraag die ook wij ons maar al te vaak stellen, Finn, maar in dit geval: omdat het een verdomd sterk nummer is? Omdat het zo mooi is hoe je je stem tot het uiterste drijft en je haast briesend door het refrein werkt? En omdat je er duidelijk ook érg veel plezier in hebt om de grenzen van de aanstellerigheid op te zoeken – of wat moeten we anders denken van dat been dat plots bovenop de piano gezwierd wordt of van teksten als “I am the past / I am the future / Both do not exist”? Een uur van dit soort drama zou waarschijnlijk van het goede te veel zijn, maar in dosissen van een kwartier is het erg entertainend.

We gaan richting tien uur, er mag al eens gedanst worden. Valt tegen dus dat Aggregat niet de vuile elektronica biedt waar we op rekenden. In deze cleane videosetting vallen deze Duitsers flink dood. De elektronica van het drietal komt flauw en gladjes over, mist alle randjes en vooral vetheid om ook maar één vingerbeweging uit te lokken. Misschien had dit gewerkt in een vuile danskelder, die net genoeg groezeligheid aan de overstuurde synths toevoegt. We zullen het helaas nooit weten en zo heeft Aggregat zich helaas niet verkocht.

In plaats van vijftien verschillende zalen waartussen we ons moeten verplaatsen, hebben we dit jaar de keuze uit vier verschillende streamingkanalen. En toch slagen we er nog altijd in om steevast te laat in een set binnen te vallen; sommige dingen veranderen nooit. En zoals dat gaat, valt het nu en dan eens tegen. Keep Dancing Inc. stuitert in één kwartier van Two Door Cinema Club naar Phoenix en dan weer naar hoekige post-punk van “No Milkshakes In Hell” en dat voelt al eens van het goede te veel. Kiezen, jongens, dan komt het goed.

NewDad is een van die groepjes waarrond ook vòòr Eurosonic al wat buzz gecreëerd werd – al is het maar omdat ze uit het op muziekvlak nogal vruchtbare Ierland komen – en had dus prima gepast in een Vera met een ellenlange wachtrij voor de deur. Om ons toch een beetje het gevoel te geven dat we ongeduldig trappelend moesten aanschuiven, begint de opname van hun set middenin in een zin van hun openingsnummer. Alles aan deze vier jonkies schreeuwt nostalgie, van de hints naar The Cure in “Cry” tot de plastic juwelen van frontvrouw Julie Dawson. In het ingetogen, met overtuiging naar de schoenen starende “Blue” pakt dat bijzonder goed uit. Dat we bij “I Don’t Recognize You” een paar keer te veel aan “Closing Time” van Semisonic moeten denken, is dan weer een minpuntje. Hun heimwee naar het verleden mag dus wel wat selectiever, maar als ze die heerlijke nineties gitaarpartijen wat vaker inzetten voor songs als “Blue” wordt die debuut-EP iets om verlekkerd naar uit te kijken.

En daarmee zijn zowat alle must sees op onze planning van vandaag afgevinkt. Even naar een hoogtepuntje van vorig jaar dus: de exotische funkpsychedelica van Yin Yin. Wederom in het Groningse Grand Theatre – “Ik herken de muur”, fluistert een lichtjes emotionele (mvs) – want hoewel hun geluid rechtstreeks uit Thailand wordt geïmporteerd, zijn dit natuurlijk gewoon vijf lieve Hollandse jongens in kimono. Een sticker met “Musik ist scheisse” op de Korg van Robbert Verwijlen nodigt uit tot al te makkelijke recensentenmopjes, maar u kent ons: daar gaan we niet aan beginnen. Wél scheisse is het gebrek aan dansvloer in onze eigen gebricoleerde concertzaal, vooral wanneer huisfavoriet “One Inch Punch” wordt bovengehaald en we even overspoeld worden door een verlangen naar zomerse uitbundigheden. Twee vaccins graag voor uw team, en snel!

1
2
3

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × twee =