MannGold de Cobre & Prasanna :: 17 januari 2014, Handelsbeurs

Een half decennium na het ontstaan van MannGold de Cobre in de Gentse Handelsbeurs, staat de band o.l.v. gitarist Rodrigo Fuentealba en componist/rietblazer Peter Vermeersch er opnieuw in z’n grote bezetting — dertien muzikanten! — met als gastmuzikant de Indische gitarist Prasanna (een van de vele projecten die passen in het kader van Europalia 2014). Die bracht een bagage mee die de Belgen dwong tot aanpassen, maar dat gebeurde meestal zonder in te boeten aan energie en focus. Voor de Indiër betekende het vermoedelijk een strakkere focus dan hij gewoon is.

Het concert liet ook zien dat MannGold niet noodzakelijk bestaat uit een vaste kern, want er hadden een paar personeelswissels plaatsgevonden, waardoor bv. ook Tom Wouters (Flat Earth Society) achter de vellen plaatsgenomen had, terwijl de vijfkoppige rockkern opnieuw geflankeerd werd door maar liefst acht blazers (vier koperblazers en vier rietblazers). Alleszins genoeg om uit te halen met een verschroeiende punch die in de meest opzwepende momenten behoorlijk hard aankwam. Toch ging het er met Prasanna soms ook heel anders aan toe. De gitarist wordt alom geroemd om het integreren van karnatische muziek (zo’n beetje de klassiek van Zuid-India) in jazz- en rockcontext. Zo schopte hij het tot aan de zijde van groten als Larry Coryell en Joe Lovano, was hij al eerder in België om te spelen met het trio Aka Moon (wie anders?) en viel hier te horen op Vijay Iyers gelauwerde Tirtha (2011). Die karnatische traditie verschilt sterk van onze Westerse muziek en het meest opvallende kenmerk daarvan in Prasanna’s speelstijl, is die razendsnelle slide-techniek, waarbij hij de vingers razendsnel over de snaren beweegt om de klank van de noten te verbuigen.

Dat genereerde soms ook een bombast die neigde naar notendiarree, maar dat werd binnen de perken gehouden door de strakke composities en de autoritaire kracht van de MannGold-motor. Nochtans kwam het allemaal sober en elegant, haast ritualistisch van start, met een Prasanna-compositie waarvoor de gitarist ook even zorgde voor zang en uitpakte met een gestroomlijnde, bluesy solo. Indrukwekkend, en niet te vergelijken met Westerse gitaristen, al was het goed dat de ingetogen stukken, die soms dreigden te gaan meanderen, steevast afgewisseld werden met die denderende stoomtreinritmes, wat het concert een knappe cadans gaf.

Dan is MannGold de Cobre immers op z’n best, als die patronen herhaald en herhaald worden, maar de intensiteit en het volume gestaag omhooggaan, ritme en gitaren stekelig of met een boom chicka boom stuiteren (“Wahnsinn”) en die compacte, maar wellustige blazersarrangementen uit de kast gehaald worden. Het heeft dan iets van een onstuitbare natuurkracht, een uit z’n voegen barstend balorkest dat de werelden van jazz, kraut, no wave en pompende flikkenfilmsoundtracks (zoals in het eindeloos voortwentelende “IND”) naadloos aan elkaar koppelt. Ook “Ffwd”, ooit nog de opener van de debuutplaat van X-Legged Sally en nog altijd een overweldigend staaltje van progjazzrockgekte, zorgde voor indrukwekkende forsballengerol. Daar wist Prasanna zich ook goed in te integreren, wat in combinatie met de gitaren van Philipp Weies en Fuentealba leidde tot een explosieve cocktail, met soms zelfs een funkrandje (de geest van Eddie Hazel waarde even rond), terwijl Prasanna’s spel hier en daar soms herinnerde aan de bedwelmende experimenten van een Gary Lucas.

Er viel een handvol bekende MannGold-composities te horen (die binnenkort verschijnen op een debuutalbum), maar ook nieuw werk dat met evenveel verve uitgevoerd werd. Het zat tussen uitweiding (in een trage van Prasanna misschien iets té) en nauwe focus, maar de band was op z’n best als het gaspedaal ingedrukt werd. Het onderonsje tussen de gast en de twee drummers, waarvoor een traditional uit de kast gehaald werd, was best aardig (zeker als je zo’n hyperactieve klepper als Wouters aan boord hebt om het een extra eclectisch randje te geven), en het pastoraal klinkende slotstuk voor drie gitaren en Vermeersch’ klarinet was dat nog meer, maar als je zowat vertrappeld wordt door die veertienkoppige machine, zoals in de bronstig kronkelende afsluiter “Turkish Bath” (opnieuw X-Legged Sally), waarvoor Vermeersch even op z’n Zorns aan het seinen sloeg… ja, dat gebeurt dan toch met een impact waardoor je even een stapje achteruit zet. Uiteindelijk zijn het echter niet de vlammende ritmes, de strakke composities of de bruisende klankkleur die dit uitstekende concert bepaalden, maar de pure, wendbare muzikaliteit. Het vermogen om verschillende werelden samen te brengen en tentoon te spreiden met bakken stijl en gretigheid.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − twaalf =