Beyoncé :: Beyoncé

In de grote, boze 2.0-wereld heeft Beyoncé het voor een ster van haar kaliber onmogelijke gerealiseerd: zonder enig lekken een volledig album op de markt gooien, waarvan elke song meteen gepaard gaat met een clip die her en der tussen het toeren door opgenomen werd. De beste promo bleek geen promo, want de verkoop tikte per seconde met duizenden aan en het web gonsde wereldwijd van verbazing en adoratie. Dat laatste bleek niet zo onterecht trouwens, want onder de hype schuilt haar sterkste plaat tot nog toe.

Dat zou je bij de eerste song nochtans niet zeggen. Het door Sia neergepende “Pretty Hurts” is namelijk de tigste boodschap over zelfaanvaarding tegen alle schoonheidsidealen in. Akkoord, minder geaffecteerd dan Christina’s “Beautiful”, strakker gecomponeerd dan TLC’s “Unpretty”, maar de holle frasen als “It’s the soul that needs surgery” zijn niets meer dan misselijkmakende excuses voor dramatische vocale uithalen. Vanaf de tweede track neemt de plaat echter een wending richting minder voorspelbare, spannendere oorden, die voornamelijk te danken zijn aan de intense samenwerking met de nieuwste hipcat producer Boots. Hij laat de mechanische spoken word “Ghost” overhellen in het sublieme “Haunted”, een smeulende jazzballade die een shot dubstep geïnjecteerd krijgt. Een song die verfrissend avontuurlijk klinkt voor een artieste van dit kaliber: popgevoelig zonder hersenloos een trend te kopiëren, opwindend zonder vulgair te worden.

Dat is nog maar het voorspel, want de vroeger immer PG-rated Beyoncé laat ditmaal de seksbom in zich exploderen. Donna Summer en Linda Lovelace lijken hand in hand te rolschaatsen op de de sublieme seventies flashback “Blow” terwijl de voormalige ideale schoondochter ordonneert: “Can you lick my skittles? That’s the sweetest in the middle”. Nog minder laat ze aan de verbeelding over in “Rocket”, een subliem staaltje slaapkamersoul dat het vrouwelijke antwoord op D’Angelo’s”Untitled (How does it feel)” lijkt te geven. Voor zinsneden als “climb until you reach my peak” en “bathe in these waterfalls” wordt B nu al verguisd, maar toch brengt ze het softpornografische materiaal met een zekere maturiteit die eerder aan Janets “Twenty Foreplay” dan het rubberen ondergoed van Miley doet denken.

Het hardere karakter van dit album beperkt zich niet alleen tot het seksuele. De uptemponummers trekken harder dan tevoren de hiphopkaart. “Flawless” bouwt een rauwe gangsta-adrenalinestoot op vanuit het eerder vrijgegeven “Bow Down”, “Yoncé” leunt aan bij het popgevoeligere werk van M.I.A. en het überaanstekelijke “Partition” balanceert op een dansbare koord tussen ophitsen en afkoelen. De retroklank van voorganger 4 zag Beyoncé al van het pure mainstreampad wegtrippelen, maar voor de opvolger trekt ze nog een extra blik genreoverschrijdingen open. De ballade “Mine” wordt met een militaristische beat opgejut en door een distorted Drake-rap uiteengereten. Haaks op alle geile stoerdoenerij staat de sterke coda, die zich laat inspireren door veel zachtere sferen: midtempo Motown voor de klassevolle Frank Ocean-samenwerking “Superpower”, indiegospel in het beklijvende “Heaven” of een zachte Caraïbische bries op de dochterode “Blue”.

Niet elk nummer klinkt even verrassend, maar de kwaliteit blijft consistent. In “Jealous” hoor je een beter geslaagde versie van “Me, Myself & I”; de oosterse beat van “Drunk In Love” doet even terugdenken aan “Baby Boy” en deelt er de hitgevoeligheid mee. Wat hier minder geïnspireerd klinkt, zou op een Rihanna-plaat echter een hoogtepunt vormen. Met haar titelloze vijfde zet Beyoncé zich dan ook genadeloos boven de concurrentie. Na het fletse Prism, het overlang uitgesponnen 20/20 Experience-tweeluik en het onsamenhangende eerste deel van Artpop doet het deugd dat 2013 op de valreep alsnog een memorabele popplaat oplevert.

Op 20 en 21 maart brengt Beyoncé haar Mrs. Carter World Tour terug naar het Sportpaleis.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − vier =