Lady Gaga :: ARTPOP

Vijf jaar na haar debuut begint Lady Gaga de tol te voelen van een carrière die te snel uit de startblokken schoot. Bij de release van dit zelfverklaarde creatieve hoogtepunt wordt haar kenmerkende excentriciteit blind geadoreerd door een sterk uitgedund en kritisch monddood geworden leger Little Monsters, maar met veel meer determinatie verguisd door de grote menigte. Het staat buiten kijf dat Stefani Germanotta zichzelf aan het vergalopperen is in het moedermonster dat ze eigenhandig op wereld gezet heeft, maar hoe zit het nu eigenlijk met de muzikale output waarvan bijna vergeten lijkt dat die ook nog gegenereerd wordt?

Achter ARTPOP gaat een heel concept schuil: een multimediale alliantie met groten der aarde à la Jeff Koons en Marina Abramovic om in een counter-Warholiaanse beweging kunst in pop te integreren. Op papier en in kleinschaligere initiatieven als de ArtRave natuurlijk een nobele gedachte, maar naar het grote publiek toe niet meer dan een campagne om de nieuwe release aan de man te brengen. Deze nieuwe release lijkt niet zozeer kunst en pop te verzoenen als wel de voorlopig twee muzikale generaties Gaga. Het groteske geluid van Born This Way wordt van zijn lederen jasje ontdaan en terug in de glitteroutfit van The Fame gestoken.

De plaat schiet eigenwijs uit de startblokken met de industriële mokerslag “Aura”, waarop Gaga als de cyberversie van James Bond met hoge hakken en shotgun door de boulevards van Dubai lijkt te racen. Een helse opeenvolging van pompende ritmes — het ene nog drukker dan het andere — waarover Germanotta lappen trash als “Enigma popstar is fun, she wears burqa for fashion” declameert. Deze overgeproduceerde pop, gespeend van enige subtiliteit, was vroeger een reden om een Gaga-song te verafschuwen, maar is ondertussen het handelsmerk geworden waarin ze zo ver gaat dat het tot een futuristische versie van kitsch wordt die net de kers op haar taart legt.

Hoe paradoxaal het ook klinkt, op ARTPOP perfectioneert Gaga deze logge fouternijen tot onweerstaanbare dansvloerkrakers. “Venus” vat de Woodstock-geest in een science fiction opera die via -tig bochten en ritmes tot een dansbaar aanbidden van de godin der liefde komt. Met exuberant gelaagde synths en effecten tussen dooddoeners als “Uranus, don’t you know my ass is famous” kan je moeilijk van enige sérieux spreken, maar de premisse van deze song is zo mesjogge uitgewerkt dat hij op een popartistieke manier werkt. Mag er nog een schepje bovenop? Neem dan “Swine”, een veeg uit de pan met retrorock vocals tegenover een ravepopmelodie. Vijf minuten pompende voorhamerbeats met de hartslag van de betere XTC-trip die de meerwaardezoeker een paar kletsen in het gezicht geeft en met de broek op de knieën in een laserbad onderdompelt.

Uiteraard moet de waanzin nog steeds een kern van muzikale waarde bevatten, wat niet altijd het geval is. De obligate ballade “Dope” is geen kampvuur-kampioen als “Yoü And I”, maar een en al geforceerdheid die door de optimisten als pastiche ervaren zal worden, maar eerder ruikt naar een beschamend doen alsof uit besef dat een vorige victorieronde niet overtroffen kan worden. Al helemaal te bar klinkt de belachelijke gangsta-karikatuur “Jewels N’ Drugs”, die enkel op het podium van Saturday Night Life zou kunnen floreren. Niet alleen is het een draak van jewelste, de radicale genrebreuk getuigt ook van enige zelfverloochening.

Dergelijk verlies van identiteit plaagt de plattere nummers van ARTPOP. De slecht gekozen single “Applause” , oftewel de minder geslaagde versie van “Just Dance”, lijdt tenminste nog aan zelfrecyclage; op andere momenten vergeten we even in Gaga-land te vertoeven. “Donatella” mag dan nog schaamteloze verwennerij voor de liefhebber van de betere camp zijn, in het refrein lonkt hij wel heel expliciet naar de radiohits van Dragonette en Icona Pop. Het blekere beestje “Fashion!” lijkt dan weer een ongeïnspireerde Kylie-remix waarmee een bekaterde Ibiza-namiddag geplamuurd wordt.

Doorheen de overdreven beatsalvo’s en tussen het identiteitsverlies in zou een luisteraar zowaar vergeten dat onder alle waanzinnige theatraliteit een begenadigd songschrijfster schuilt in Germanotta. De momenten waarop die haar opwachting maakt met de perfecte popmelodie, vormen de ultieme hoogtepunten van ARTPOP. Neem nu “Sexxx Dreams”: in de strofes een semi-parlando, semi-smachtende softpornosoundtrack doorheen een marihuana-waas, in het refrein pure pop-perfectie uit de poel van aanstekelijkheid waar “Can’t Get You Out Of My Head” en “Toxic” ook in gedoopt werden. Je ooit afgevraagd hoe The Supremes, Tina Turner en U2 in mash-up zouden klinken? De poprockstamper “MANiCURE” baart een geschikt beeld en smeekt om menig ochtendspits draagbaar te maken. De superlatief van popreferenties moet echter naar “ARTPOP” zelf gaan, een hypnotiserend midtempo-manifest dat zowaar als de 2.0-incarnatie van Eurythmics bestempeld kan worden.

Na de gimmick kon het album alleen maar teleurstellen. Tegen de overdreven messiaanse invulling van het concept Lady Gaga lijkt de commerciële pop die ze brengt niet opgewassen, maar het is net in een onmetelijk aanstekelijke niemendal als “Do What You Want (With My Body)” dat de ultieme kracht van ARTPOP ligt. De mix van hoogtes, schaamtes en laagtes faalt als revelatiegolf die het genre moet herdefiniëren, maar weet enkele keren de essentie van pop te capteren zonder te hoeven teren op twerkende teddyberen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + 17 =