Sean Noonan :: A Gambler’s Hand

Zo krijg je ze zelden te horen. Noonan, sinds het einde van de vorige eeuw een productieve en graag geziene percussionist in de punk/jazz/avant-garde/whatever-scene van Brooklyn, bakt ze nu wel heel erg bruin. Op A Gambler’s Hand, dat gebaseerd is op een zelfgeschreven kortverhaal over een verslaafde gokker die opgesloten zit achter een muur, laat hij z’n drumkit in de weer gaan met een strijkkwartet. Het resultaat heeft linken met allerhande tradities, maar staat ook volledig op zichzelf. Een straffe stoot.

Noonan, een zotte kwast die zelfs niet te verlegen is om in bokserstenue achter z’n drumstel te kruipen, was nooit voor een gat te vangen, zelfs niet toen hij aan het roer stond van The Hub, dat bij momenten erg complexloos zeer bevlogen muziek stond te spelen. Maar die band was dan vooral te situeren in de New Yorkse traditie van punkjazz en aanverwanten, waar later ook geschifte kabaalmakers als Talibam! en Child Abuse uit voortkwamen. Gaandeweg ging Noonan echter een geheel eigen universum ontwikkelen, waarin soms de meest uiteenlopende invloeden gecombineerd werden. Zo experimenteerde hij met spoken word-elementen en groeide z’n muzikale laboratorium Brewed By Noon uit tot een onvoorspelbaar collectief dat zich zelfs te buiten ging aan “Afro-keltische” jazz, met steeds wisselende bezettingen met o.m. ervaren rotten als freejazzbassist Jamaaladeen Tacuma, Marc Ribot, violist Mat Maneri en de jongere garde uit de Zorn-kring, Aram Bajakian en Shanir Ezra Blumenkranz.

Een paar sleuteljaren gaven aanleiding tot een steeds intensere verdieping in moderne gecomponeerde muziek. Tijdens een lange ziekteperiode in het midden van het vorige decennium ging Noonan zich toeleggen op de muziek van o.m. Conlon Nancarrow die samen met figuren als Henry Cowell en Harry Partch de Europese vertegenwoordigers binnen de moderne klassieke muziek van weerwoord probeerde te voorzien. In het sabbatjaar 2009 ging Noonan nog wat verder terug in de tijd, via de strijkkwartetten van Bartók naar die van Beethoven. Tegelijkertijd ging hij zich ook toeleggen op de absurde literatuur van Samuel Beckett. Je zou kunnen stellen dat A Gambler’s Hand het punt is waarop al deze invloeden bij elkaar gebracht worden. En dat levert — inderdaad — een behoorlijk vreemde mix op.

Noonans drang om zijn drumkit te contrasteren met een strijkkwartet (twee violen, een altviool en een cello) werd zelfs in een theoretisch model gegoten, waarbij elke strijker gezien kan worden als een verlengstuk van een van Noonans ledematen, wat zich weerspiegelde in een cirkelvormige opstelling op het podium. Die visuele weergave is echter niet nodig om van A Gambler’s Hand een meeslepende trip te maken die snel genoeg toont hoe innig Noonans drumwerk vervlochten is met de vier strijkers. Met een imponerende bagage en verbeelding maakte de artiest een album dat bij momenten erg arbeidsintensief en abstract klinkt, maar ook boordevol doorgecomponeerde passages steekt die avontuurlijke luisteraars genoeg houvast bieden én volop zullen prikkelen.

Zo zit er tussen de ruisende cimbalen van het openende titelnummer en het lijzige slot “Monster Of Solitude” een muzikale pelgrimstocht die de luisteraar voert langs een eclectische galerij van stijlen en geluiden die charmeert en intrigeert, hier en daar zorgt voor een oplawaai van jewelste of een muzikale bolwassing waar je niet zomaar van bekomt. “Caught In The Act” is zo’n belevenis, volgestouwd met staccato samenspel, abrupte rustmomenten en jennende prikkels. Hier en daar lijkt Noonan zelfs te zijn beland in de wereld van wijlen Fukkeduk, met de elektrisch versterkte cello in een schurende hoofd- en stoorzenderrol. Het volstaat alleszins om, in combinatie met flarden uit het kortverhaal die je in het artwork terugvindt, een imaginaire film bij elkaar te fantaseren die een al even tumultueus parcours volgt.

Soms valt al die groteske moeilijkdoenerij best mee: “Lully” is een compacte compositie met een Oosterse vibe en knappe melodie die zo lijkt weggeplukt uit een van de elegante Filmworks-volumes van Zorn. Het erop volgende “Banshee Dance” is opnieuw bouder en donkerder, maar lijkt ook op maat van een film geschreven. Zoek het dan wel binnen de eigenzinnige arthouse cinema. “Thank You” is dan weer het album op z’n taaist; met een melodie die naar verluidt geleend werd bij een stuk speelgoed, maar ook met veel ruimte voor improvisatie binnen de compositie, waardoor het soms gaat aanleunen bij enkele van Erik Friedlanders door americana (in meerdere betekenissen van het woord) geïnspireerde platen.

Hoogtepunt is misschien wel “Triptych”, een duizelingwekkend amalgaam van krachtige uitvallen, zwierige strijkers, de robuuste power van rock-‘n-roll en een narratieve grandeur die verstopt zit tussen talloze vertragingen en versnellingen, abrupte wendingen en hypercomplex stuntwerk. Loodzwaar, maar zo spannend als een afgetrainde pophit van 150 seconden. Wat energie betreft wordt het enkel nog overtroffen door de gecontroleerde agressie van het tussen punk en klassiek gekaatste “Courage Unleashed”. Kortom: A Gambler’s Hand is ab-so-luut niks voor puristen. Zelden werd het hokjesdenken immers zo’n irrelevante bijkomstigheid. Daardoor is het vooral een must voor wie voortdurend op zoek is naar albums die niet zomaar buiten de lijnen kleuren, maar al lang zijn vergeten dat er überhaupt lijnen zijn.

Noonan speelt met het project op 20 november in CC Berchem en op 22 november in de Handelsbeurs als onderdeel van Kraakpand.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 1 =