Kings Of Leon :: Mechanical Bull

Voorganger Come Around Sundown was een stadionplaat met een stevig chromosoomtekort. En bovendien hing Kings Of Leon tijdens de tour die daarop volgde nog met spuug en touw aan elkaar in plaats van met hun familiale DNA. Een verrassing dus, deze nieuwe plaat, en dan nog op meerdere vlakken ook.

Sinds het Grote Succes met enkele singles van het ook al halfslachtige Only By The Night stapte Kings Of Leon dan ook olijk in elke booby trapwaar je als nieuwe Grote Groep in kunt sukkelen. Daar sta je dan met je megastatus, je set niet meer dan een voorprogramma voor “Sex On Fire” en “Use Somebody”. En drank, drugs en groupies kunnen ook niet blijven verhullen dat je elkaars smoel niet meer kunt zien. Het succes werd een kater die wereldvreemde predikerszonen voelen na een iets te baldadige eerste feestnacht in pakweg Lloret De Mar – het beloofde land voor het doelpubliek dat ze voor zich hadden verzameld. Caleb Followill gaf gestalte aan die ontnuchtering toen hij tijdens de laatste tour in de VS van het podium stapte en meteen door z’n eigen bandmaats – en familie in beide betekenissen van het woord – werd weggehoond. Dat kwam niet meer goed.

Doodzonde voor een band die aanvankelijk evolueerde naar een fantastische plaat als Because Of The Times, waarop “On Call” bewees dat de broeksriem niet als een drumstok de frontstage ingekeild moet worden. En ze hebben het aan Mechanical Bull te horen nog zelf door ook – tot op zekere hoogte. Eindelijk weer een plaat die ze ook voor zichzelf maakten. Het succes heeft naast sloten geld drie Followills ook enkele prachtvrouwen (twee modellen en het ex-lief van een Arctic Monkey) en een gezin opgeleverd. Dat volstaat naderhand wel.

Maar toch heeft Kings Of Leon ons weer een beetje bij de chocodijzen: de uitstekende single “Supersoaker” deed nummers als “The Bucket” verwachten, maar Mechanical Bull is voor die verwachtingen een postkaart van een kale reis. Zo rauw als de eerste platen wordt het nooit, zo scherp als op Because Of The Times evenmin. Daarvoor speelt de band nog te hard met de handrem op: een nummer als “Temple” zwiert Bryan Adams met plezier op z’n iPod. Dampende rocksongs van het kaliber als “Charmer” en “Black Thumbnail” zijn (nog?) ver weg, te horen aan de lelijke riff van “Don’t Matter”. Maar de band probéért tenminste weer en speelt niet meer met de piemel van het publiek maar met peper in z’n gat – “Coming Back Again” bijvoorbeeld is het aanstekelijkste nummer sinds “Sex On Fire”, de single die ook u goed vond voor de band het Sportpaleis in een kwartier uitverkocht.

Jawel, Kings Of Leon heeft eindelijk nog eens een goede, tot aan het gaatje beluisterbaar album gemaakt. Zelfs de ballads die het als een dictator in schaapsvacht weer overnemen op deze plaat, irriteren deze keer niet. Ze zijn geen tochtgaten meer waarlangs echo binnenwaait, drummer Nathan tikt zichzelf niet meer in slaap. “Tonight” is de coolere, zelfs rauwere zus van “Notion” of “I Want You” van op Only By The Night. Meer nog: “Beautiful War” wordt, met zanglijnen zwanger van de blues, prachtig opgebouwd tot een van de beste songs die Kings Of Leon al heeft geschreven. Een stomende vrijpartij van de verbrede sound van de band met zijn roots. Ook “Wait For Me” zit complexer in elkaar dan de behaagzucht van pakweg “Pyro”. Het evenzeer knap opgebouwde “Comeback Story” koppelt strijkers glansrijk aan een zuiderse groove. Op de spijt die deze band van Come Around Sundown moet hebben kun je doctoreren.

Toch blijft Mechanical Bull een zeker guilty pleasure-gehalte hebben. Dat is ook te wijten aan de puberpoëzie van Caleb Followill, met zinnen als “I walk a mile in your shoes/And now I’m miles away/And I’ve got your shoes” of “I was running through the desert/I was looking for drugs/And I was searching for a woman who was willing to love/…/I was looking for a bad girl/Looking for a bad boy/Someone who could take all the night away.” Nah, zielsverheffend wordt het nooit met Kings Of Leon.

Maar dat hoefde het ook nooit te zijn. Dit is tenminste eindelijk weer een plaat waarop deze band wil, probeert, kan. De beste songs hadden met de eerste helft van Only By The Night een wereldplaat gevormd. Nu zal het Sportpaleis minder snel of misschien zelfs niet meer gevuld geraken door platen als deze, maar Kings Of Leon klinkt tenminste weer als een band die in het reine met zichzelf is. Deze slotzin hadden we alvast niet durven te voorspellen: Come Around Sundown is jullie vergeven, jongens.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een − 1 =