Windhand :: Soma

Bon, we zijn er weer door geraakt, die zomer. Hoog tijd voor fleecedekens, thermisch ondergoed en een welverdiende winterdepressie. Muziekje daarbij? Wacht, we hebben hier nog iets liggen.

Er zit blijkbaar iets in het water in Richmond, Virginia. Maar wat het ook is, ze mogen het er stilaan uithalen, want het begint daar serieus te stinken. De stad draagt een geschiedenis van heel luide, lichtjes vieze muziek met zich mee, met bands als Municipal Waste, Pig Destroyer en zelfs GWAR. Recentelijk kwamen ook de tragere metalvarianten uit de beerput piepen met Cough, en nu is het de beurt aan Windhand om de neus aan het venster te steken. Beide bands releasten eerder dit jaar een bom van een split-EP, maar nu is het de beurt aan het vijftal onder aanvoering van de enigmatische frontvrouw Dorthia Cottrell om hun tweede langspeler op de wereld los te laten.

Vorig jaar verscheen het titelloze debuut van Windhand op een klein indielabel, en veroorzaakte een kleine storm in de underground metalscene van de Amerikaanse oostkust. Een paar rigoureuze tourschema’s later kan de band haar kans wagen op het ‘grote’ Relapse. En die kans wordt met beide handen gegrepen, want een klein jaar na het debuut kwam Windhand met twee nieuwe nummers op de split met Cough, en nu zijn er zes nieuwe tracks op Soma. Maar zes nummers, zei u daar? Geen paniek! Windhand specialiseert zich in muziekstukken die even lang als donker en deprimerend zijn. Op deze plaat wordt u zelfs getrakteerd op een epos van maar liefst een half uur. Maar daar komen we nog op terug.

Want de drie kwartier die daaraan voorafgaan, zijn ook meer dan de moeite waard. Het begint met de knoert van een doomriff uit “Orchard” die je trommelvliezen en middenrif aan het beven zet. De dynamiek van de ritmesectie doet het nummer echter voorstuwen naar de regionen van Electric Wizard en Sabbath. De trend wordt feilloos doorgezet in “Woodbine”, dat zich laat drijven op een zwepend ritme onder brommende gitaren. Hier valt ook vooral de enigmatische stem van Dorthia Cottrell voor de eerste keer echt op, die erin slaagt het stemkarakter van Patti Smith te combineren met het timbre van Layne Stayley (dat klinkt heel raar, maar u moet het maar eens horen). Voor de rest: topnummer, die “Woodbine”, zeker met dat grote doompaasei op het einde. Njam njam!

”Feral Bones” klinkt als een oerharde lamentatio, dat flirt met het randje van het zeurderige, maar er nog net mee weg komt. Maar dat kan ook aan ons liggen, want na dat dreigend onweer van 25 minuten, hebben we toch stilaan nood aan wat afwisseling. Die komt er gelukkig in “Evergreen”, een compleet gestript, intimistisch nummer dat enkel bestaat uit gitaar en stem, maar toch nog genoeg kilte en donkerte bevat om uw huiskamer om te toveren tot de Russische taiga in putje winter. In “Cassock” worden de versterkers weer aangesloten, en duiken we weer de luide, duistere dieperik in. Het zijn hier vooral de verrassende tempowisselingen die stevige energiebommen droppen in het stonermoeras, en van “Cassock” een blijvertje maken.

En dan is het zover: bretellen aanspannen en legerbottines aantrekken, want “Boleskine” belooft een half uur durende, intense trip te worden. De openingsminuten laten echter weer een kaal, akoestisch geluid horen, ondersteund door een kille winterwind, maar na tweeënhalve minuut komt het donderend doomgeraas uit de hemel donderen, de ene na de andere mokerslag uitdelend, maar zonder de melodie uit het oog te verliezen. Halverwege wordt er nog eens gas teruggenomen, maar daarna gaat de gitaarmuur nog lager, verdwijnen de vocalen en krijgen we een kwartier lange sluitstuk, dat tergend traag in de arctische duisternis verdwijnt. Een toepasselijker einde van deze plaat hadden we zelf niet kunnen verzinnen.

We gaan hier niet te veel woorden meer aan vuilmaken (we zijn dan ook behoorlijk kaputt na zo’n luisterbeurt), maar we zijn er vrij zeker van dat we zonet dé doomplaat van 2013 hebben gerecenseerd. Mochten we er niet zo depressief van worden, we zouden er bijna blij om zijn. Kom dat tegen

Op 1 november staat Windhand samen met Weedeater en Pilgrim in De Klinker in Aarschot.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + zestien =