Windhand + Pilgrim :: 1 november 2013, Antwerp Music City

Ooit al eens in Club 69 van StuBru geweest? Gezellig hoor. Bandjes kijken in exclusieve besloten kring, plaats zat, vers getapte pintjes, lekker exclusief. Deze Allerheiligen waren de concerten van Windhand en Pilgrim in het piepkleine Antwerp Music City ook een klein beetje exclusief. Slechts 99 plaatsen, iedereen op elkaar gepakt, blikken bier uit de frigo en loeiharde doom uit de boxen. Club 69 voor grote mensen, quoi.

Reden voor dit alles was het eerste concert van de allereerste Europese tour van Windhand. Eerst gepland in Gent, daarna verplaatst naar de Klinker in Aarschot met de hilbillystoners van Weedeater, en uiteindelijk last minute verhuisd naar de Antwerpse Seefhoek met de tourmaatjes van Pilgrim. Antwerp Music City staat vooral bekend als repetitieruimte en kleine zaal voor plaatselijk talent en tourende undergroundbandjes. Hier een groep als Windhand aan het werk zien, is dus uitzonderlijk, maar best aangenaam. Er is geen podium, dus je staat werkelijk op neuslengte van de optredende groepen en ondanks het gebrek aan een state of the art geluidsinstallatie, zit het geluid altijd snor. Bref, we zijn hier graag.

Wanneer Pilgrim de versterkers inplugt, is het al ferm wringen en zweten in Music City. Het trio uit Rhode Island specialiseert zich in goeie ouwe, traditionele doom zoals die door oervaders Black Sabbath, Pentagram en Blue Cheer ooit gefabriceerd werd. En na een valse start — lees: een gesprongen snaar — trakteert Pilgrim ons inderdaad op trage, dikke, groovende lappen laaggestemd gitaargeluid en zoemende basklanken waarvan zelfs het pintje op de versterker begon te dansen. Er werd vooral geplukt uit het debuut Misery Wizard met een opvallend knap titelnummer, dat zo uit de catalogus van Cathedral kon gestolen worden.

Maar het tempo kon ook (een heel klein beetje) omhoog, met een knap “Astaroth” uit de split-EP met Ice Dragon, dat een top groove combineert met slepend gitaarwerk. Maar de grootste troef van Pilgrim is de héél knappe zang van frontman The Wizard (hij ziét er werkelijk ook zo uit), die een groot bereik, kracht en toonvastheid toont; wat een mooi, kleurrijk contrast geeft met de donkere, deprimerende doom. Als we naar het einde toe nog een nieuw nummer krijgen voorgeschoteld, is het feestje helemaal compleet, zeker wanneer dat nummer nog eens een stevige stonerstamper blijkt.

Na het einde van de set van Pilgrim en een halfuur oververdiende adempauze heeft Windhand zich geïnstalleerd en reeds een paar oorverdovende gitaarsalvo’s ter aankondiging afgeschoten. Na nog een kleine geluidscheck — lees: alles op galm! — zijn we vertrokken voor een uur sludgedoom van de bovenste plank. Vier van de zes nummers van de laatste plaat Soma komen aan de beurt en het zijn ook deze nummers die het meest in het oor springen, zoals een bulderend “Woodbine” (inclusief gargantueske doomfinale), een werkelijk fantastisch “Cassock” (dat teert op enkele schitterend getimede tempoversnellingen en –vertragingen) en een begeesterd “Orchard” (met een openingsriff waar de elastiek van je onderbroek spontaan van knapt).

Maar ook het oudere werk springt in het oog, zoals “Amaranth” van de split met Cough, met wie Windhand een bassist deelt. Nummers van het debuut, zoals het sterke “Libusen”, staan ook als een versterkte burcht, maar missen de elegantere drive van het recentere repertoire, waardoor ze een beetje in het pak verdwijnen. Toch blijft Windhand ons een vol uur om de oren slaan met hun kolossale sound.

Zangeres Dorthea Cottrell heeft de ondankbare taak om dit ontembaar decibelgeweld te bestieren. Op plaat is haar stemgeluid vaak wat weggemoffeld onder een hoop effecten, wat bij nieuwkomers soms voor heel wat verwarring kan zorgen. Enkele toeschouwers waren bijvoorbeeld oprecht verbaasd toen ze een vrouw de microfoon ter hand zagen nemen. Het Layne Stayley-effect was live nergens te bespeuren, waardoor het Patti Smith-gehalte van Cottrells stem de bovenhand haalde. Hoewel het duidelijk geen sinecure was om van begin tot eind de inspanning van de stem vol te houden die wordt gevraagd om zo’n band de baas te blijven, wist ze zich toch vrij stevig in het zadel te houden. Best een knappe prestatie, maar we hopen dat ze dit de ganse tournee kan volhouden.

Met bisnummer “Feral Bones” sloot Windhand het bombardement op het ondertussen in een dampend zweethol omgetoverd Antwerp Music City af. En afgaande op het donderende applaus en de daaropvolgende raid op de merchandise-stand kon de eerste Belgische passage van dit vijftal uit Virginia als een stevig succes geklasseerd worden. We zijn zelfs niet te beroerd om van een topshow op een toplocatie te spreken. Of om het in de drie woorden van de drummer van Windhand samen te vatten: “Oep a bakkes!”

Zij die Windhand in een (iets) grotere zaal willen beluisteren, kunnen zaterdag 12 april 2014 terecht op het Roadburn-festival in Tilburg. Daarvoor zijn er — bizar genoeg — wèl nog tickets beschikbaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × twee =